Home Bots & BusinessSysteemintegratie cruciaal: Een machine die één keer werkt is geen product

Systeemintegratie cruciaal: Een machine die één keer werkt is geen product

MTA Group zorgt voor integratie, realiteitszin en schaalbaarheid

door Marco van der Hoeven

Op Automation Xperience komen bedrijven bij elkaar die opereren op het snijvlak van innovatie en industrialisatie. Een van die partijen is MTA Group, een eerstelijns toeleverancier voor de ontwikkeling, industrialisatie en serieproductie van hightech mechatronische systemen. In gesprek met Pieter Poels (System Architect) en Jeroen Maas (System Integrator) wordt duidelijk dat hun werk niet alleen draait om techniek, maar vooral om integratie, reproduceerbaarheid en het organiseren van realiteitszin in een omgeving waar innovatie vaak onder tijdsdruk staat.

MTA begon ruim twintig jaar geleden als assemblagebedrijf dat in opdracht van klanten systemen bouwde en de bijbehorende supply chain organiseerde. Die basis vormt nog steeds een belangrijk onderdeel van de organisatie. Ongeveer tien jaar geleden werd daar een ontwikkeltak aan toegevoegd, waardoor het bedrijf zich ontwikkelde van uitvoerend producent naar meedenkende systeempartner. “We zijn ooit begonnen met het bouwen wat de klant had bedacht,” zegt Maas. “Maar steeds vaker kregen we de vraag om eerder in te stappen. Niet alleen bouwen, maar ook meedenken over hoe iets uiteindelijk schaalbaar en produceerbaar wordt.”

Vandaag telt MTA circa honderd medewerkers, waarvan twintig tot dertig actief zijn in ontwikkeling. De rest werkt in assemblage, logistiek en supply chain. Die combinatie maakt het mogelijk om ontwerpkeuzes direct te toetsen aan de realiteit van productie. Poels benadrukt dat dit perspectief al vroeg in projecten wordt ingebracht: “Voor ons stopt een traject niet bij een machine die één keer draait. We kijken vanaf het begin naar het eindbeeld: hoe ziet dit systeem eruit als er straks tientallen of honderden van gebouwd moeten worden?”

OEM’s en startups

MTA heeft er bewust voor gekozen om zich te richten op OEM’s en startups. Dat leidt tot een grote variatie aan projecten, van medische toepassingen en printtechnologie tot procesinstallaties en industriële automatisering. Volgens Poels houdt die diversiteit het bedrijf scherp: “We zitten niet vast in één niche. Elke klant brengt weer een andere technologie of invalshoek mee, en dat dwingt ons om breed te blijven denken.”

Met name bij startups ziet MTA een duidelijke behoefte. Veel jonge bedrijven beschikken over diepgaande kennis van hun proces of technologie, maar missen ervaring met industrialisatie en systeemintegratie. Maas schetst het patroon dat hij regelmatig ziet: “Er is een prototype dat aantoont dat het idee werkt. Dat is een belangrijke stap, maar het is nog geen product. Het verschil tussen iets dat één keer onder ideale omstandigheden functioneert en iets dat reproduceerbaar gebouwd kan worden, is enorm.”

Robuustheid

In die overgang van idee naar product komt robuustheid centraal te staan. Poels wijst erop dat in vroege ontwikkelfases vaak pragmatische keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld door goedkope of snel verkrijgbare componenten te gebruiken. “Dat is logisch in een validatiefase,” zegt hij. “Maar je moet jezelf wel afvragen: is dit onderdeel over drie jaar nog leverbaar? En wat betekent het als je ontwerp volledig afhankelijk is van één specifieke leverancier?”

Maas: “We voeren gesprekken die niet altijd populair zijn, omdat ze tijd of geld kosten. Maar als je later twintig systemen moet aanpassen omdat een onderdeel niet meer verkrijgbaar is, ben je veel verder van huis.” Daarom worden supply chain-overwegingen, lifecycle management en alternatieven al in de architectuurfase meegenomen.

De nadruk op robuustheid komt niet alleen voort uit theoretische overwegingen. Poels noemt een klant die te vroeg de markt op ging met een systeem dat nog onvoldoende was doorontwikkeld. “Ze wilden snel verkopen, en dat is begrijpelijk. Maar in het veld bleek het systeem niet stabiel genoeg. Uiteindelijk moesten ze terug naar af, opnieuw financiering ophalen en twee jaar herontwikkelen. Dat zijn trajecten die je liever voorkomt.” Inmiddels is de houding veranderd. “Nu zeggen ze zelf: laten we die levensduurtesten goed aanpakken.”

De rol van de system integrator

Een system integrator is essentieel in het bewaken van kwaliteit en reproduceerbaarheid. Poels ziet dat dit in veel organisaties ontbreekt. “In eerdere bedrijven zag ik dat engineers hun eigen werk controleerden. Dat is menselijk, maar je mist dan een onafhankelijke toets.” Binnen MTA is de system integrator expliciet verantwoordelijk voor het definiëren van teststrategieën en het kritisch toetsen van specificaties. Maas vat dat concreet samen: “Als er zes millimeter in de specificatie staat, dan moet het ook zes millimeter zijn. Niet ‘ongeveer’. En als het net binnen tolerantie valt, willen we begrijpen waarom.”

Die onafhankelijke blik is vooral belangrijk in co-developmentprojecten, waarbij klant en MTA gezamenlijk aan één product werken. Verantwoordelijkheden lopen dan sneller door elkaar. Poels gebruikt een vergelijking om dat uit te leggen: “Onze manager zegt wel eens: stel dat jij een schilder inhuurt, maar zelf het afplakken en de verf regelt. Dan moet de schilder alsnog controleren of dat goed is gedaan, anders krijgt hij de discussie als het eindresultaat tegenvalt.” In systeemintegratie betekent dat dat duidelijke afspraken en wederzijdse transparantie cruciaal zijn.

Van prototype naar serie: een iteratief proces

De overgang van prototype naar serieproductie verloopt in meerdere iteraties. Eerst wordt een technisch werkend systeem gebouwd en intern getest op prestaties en duurzaamheid. Vervolgens wordt het toegepast in de praktijk van de klant, waar nieuwe variaties en interacties zichtbaar worden. Daarna volgt veldtesten met eindgebruikers. “Mensen gebruiken een systeem vaak anders dan jij als engineer verwacht,” zegt Poels. “Daar moet je ontwerp tegen bestand zijn.”

Een cruciale vraag in die fase is of de eerste succesvolle machine representatief is. “Is dit de norm of de uitzondering?” aldus Poels. “Dat is een discussie die je expliciet moet voeren.” Maas vult aan dat de druk bij startups groot kan zijn om na één succesvolle validatie snel op te schalen. “De commerciële druk is begrijpelijk. Maar als je tien systemen bouwt met dezelfde kinderziekte, ben je daarna alleen nog maar bezig met service in plaats van doorontwikkeling.”

Toenemende complexiteit in automatisering

Een duidelijke trend is de toenemende complexiteit van systemen. Machines combineren meer functies, moeten flexibel inzetbaar zijn en tegelijkertijd kostenefficiënt blijven. “Je kunt alles op één standaardplatform zetten,” zegt Poels, “maar dat is vaak te duur. Dus ga je combineren en aanpassen. Daarmee neem je ook extra integratierisico’s.” Volgens Maas wordt het daardoor steeds moeilijker om het totale systeemoverzicht te behouden. “Het is niet meer één parameter die alles bepaalt. Het zijn er meerdere die elkaar beïnvloeden. Dan heb je structuur en goede testmethodiek nodig.”

Robots spelen in verschillende projecten een rol, variërend van eenvoudige positioneringsoplossingen tot geïntegreerde robotarmen. De uitdaging ligt volgens Maas vaak minder in complexiteit dan in herhaalnauwkeurigheid en stabiliteit. AI speelt in de machines zelf nog een beperkte rol in vroege trajecten, al zien ze toepassingen bij klanten die sensordata geavanceerd analyseren. “Voordat je aan predictive maintenance denkt, moet je basis gewoon kloppen,” zegt Poels. Intern gebruikt MTA AI-tools vooral ter ondersteuning van documentatie en testvoorbereiding, niet als vervanging van technische verantwoordelijkheid.

Balans tussen snelheid en duurzaamheid

Uiteindelijk draait het volgens beide engineers om balans. Sales wil snelheid en marktintroductie, engineering wil zekerheid en robuustheid. Die spanning hoort bij innovatie. “Je wilt niet alles zo dichttimmeren dat je nooit meer iets durft uit te brengen,” zegt Maas. “Maar je wilt ook niet zo snel gaan dat je later alles moet herstellen.” Poels vat het kernachtig samen: “Een systeem dat één keer werkt, is een goed begin. Een systeem dat honderd keer werkt, is een product.”

Misschien vind je deze berichten ook interessant