Gartner verwacht dat bedrijven de komende jaren minder gaan investeren in ondersteunende AI, zoals copilots en slimme adviseurs, en juist vaker zullen kiezen voor platforms die concrete workflowresultaten kunnen opleveren. Volgens het onderzoeksbureau zal tegen 2028 meer dan de helft van de ondernemingen stoppen met betalen voor dit soort ondersteunende AI-tools en de voorkeur geven aan systemen die werkprocessen daadwerkelijk kunnen afronden.
De kern van die verschuiving zit volgens Gartner niet in de vraag óf software AI bevat, maar in de mate waarin die AI bevoegd is om ook echt te handelen. Het gaat dan om systemen die binnen vastgestelde beleidsregels en toegangsrechten acties mogen uitvoeren in bedrijfssystemen, in plaats van alleen aanbevelingen te doen aan medewerkers.
Daarmee verschuift AI volgens Gartner van een ondersteunende rol naar een uitvoerende laag binnen de enterprise-omgeving. Waar copilots vandaag vooral helpen met samenvatten, adviseren of het voorbereiden van taken, ziet Gartner een volgende fase ontstaan waarin zogeheten policy-bound agents delen van workflows zelfstandig afhandelen. Medewerkers verdwijnen daarbij niet uit beeld, maar krijgen wel een andere rol: van uitvoerder naar toezichthouder op uitkomsten, uitzonderingen en naleving.
Gartner verwacht dat die ontwikkeling als eerste zichtbaar wordt in workflows met veel goedkeuringsstappen en hoge tijdsdruk. In dat soort processen kan AI volgens het bureau de tijd tussen besluit en uitvoering sterk verkorten, doordat agents binnen vooraf bepaalde grenzen acties kunnen nemen zonder telkens menselijke tussenkomst nodig te hebben.
Volgens Alastair Woolcock, VP Analyst bij Gartner, wordt uitvoeringsbevoegdheid daarmee een fundamenteel architectuurvraagstuk. Het draait niet alleen om het AI-model zelf, maar om de koppeling met identiteiten, rechten, beleidsregels, auditability en toegang tot systemen van record. Leveranciers die AI diep in die control plane weten te verankeren, krijgen volgens Gartner een sterkere positie dan partijen die AI alleen als extra laag bovenop bestaande software toevoegen.
Dat raakt ook de softwaremarkt zelf. Gartner stelt dat leveranciers voor een structurele keuze staan: hun producten opnieuw ontwerpen rond gedelegeerde uitvoering, of blijven functioneren als interface-laag waar agents uiteindelijk omheen gaan werken. In die redenering wordt controle over enterprise context — zoals data, toestemmingen, workflowstatus en systeemtoegang — de echte machtsfactor in het AI-tijdperk.
Voor leveranciers van zakelijke software betekent dat volgens Gartner dat een losse AI-toevoeging niet voldoende zal zijn. Het bureau verwacht dat de winnaars AI niet alleen in hun producten stoppen, maar agent orchestration integreren in systemen van record, policy-aware execution API’s aanbieden en identiteit, rechten en auditing op platformniveau afdwingen. Bestaande marktleiders hebben daarbij een voordeel, maar alleen als zij hun toegang tot context ook weten om te zetten in uitvoeringsbevoegdheid.
Gartner waarschuwt tegelijk dat softwarebedrijven die AI als een bolt-on bovenop legacy-applicaties blijven plaatsen, financieel onder druk kunnen komen te staan. Tegen 2030 zouden zulke leveranciers volgens het bureau te maken kunnen krijgen met forse margedruk, omdat de waarde zich verplaatst naar orchestratielagen die workflows aansturen en legacy-software reduceren tot achterliggende systemen.
