De Nederlandse mkb-maakindustrie zet stappen op het gebied van digitalisering, maar slaagt er vooralsnog niet in om deze ontwikkelingen om te zetten in substantiële productiviteitsgroei. Dat blijkt uit het onderzoek “Productieautomatisering en mkb-maakbedrijven”, uitgevoerd door Midpoint Brabant, REWIN, FME, Koninklijke Metaalunie en Fontys Hogeschool.
Uit het onderzoek komt naar voren dat circa 80 procent van de bedrijven de inzet van data en sensoren in het productieproces nog onvoldoende heeft doorontwikkeld. Daarnaast geeft 83 procent aan onvoldoende inzicht te hebben in welke onderdelen van het productieproces geschikt zijn voor automatisering met kunstmatige intelligentie. Deze beperkingen dragen bij aan het uitblijven van een significante stijging in arbeidsproductiviteit.
Het onderzoek, dat voortbouwt op een eerdere marktstudie uit 2024, schetst een actueel beeld van de Brabantse maakindustrie. De bevindingen zijn gebaseerd op een enquête onder mkb-maakbedrijven en op inzichten die zijn verzameld tijdens een bijeenkomst waar ondernemers en experts spraken over de kansen en knelpunten van verdere automatisering.
Volgens de onderzoekers zijn bedrijven weliswaar bezig met digitalisering, maar ontbreekt het vaak aan duidelijke richting om vervolgstappen te zetten. Toepassingen van data en sensortechnologie blijven in veel gevallen beperkt in schaal en impact. Ondernemers geven aan behoefte te hebben aan concrete praktijkvoorbeelden, stapsgewijze implementatieplannen en ondersteuning bij investeringsbeslissingen.
Het onderzoek signaleert daarnaast dat bedrijven vaker kiezen voor kleinschalige en haalbare innovatiestappen in plaats van grootschalige transformatietrajecten. Daarbij ligt de nadruk op procesinnovatie en de inzet van technologie, waarbij medewerkers vanaf het begin worden betrokken. Deze aanpak wordt als effectief beschouwd, maar volgens de onderzoekers is versnelling noodzakelijk gezien de snelle internationale ontwikkelingen.
Janwillem Verschuuren, directeur en eigenaar van metaalbedrijf De Cromvoirtse, stelt dat bedrijven hun verwachtingen rond robotisering moeten bijstellen. “Het is goed om je verwachtingen bij te stellen als het om robotisering gaat. Vaak verwachten mensen 150 procent. Stel ze bij naar 80 procent. Implementeer je robot en voer in de loop van de tijd verbeteringen door. Zo werk je geleidelijk toe naar 100 procent,” aldus Verschuuren.
In Midden-Brabant zijn in de afgelopen twee jaar meer dan zestig bedrijven gestart met stappen richting productieautomatisering via een regionaal netwerkprogramma gericht op open innovatie. Binnen dit programma werken maakbedrijven, onderwijsinstellingen en experts samen aan concrete actieplannen.
Petra Mouthaan, programmamanager van het programma Slimmer Werken bij Midpoint Brabant, geeft aan dat binnen deze netwerken technologische en sociale innovaties worden gecombineerd. “Door deze aanpak leren bedrijven hun productiviteit te verhogen, met aandacht voor processen, technologie en mensen. We stimuleren de ontwikkeling van digitale vaardigheden en het verandervermogen van organisaties, met als doel een structureel hogere arbeidsproductiviteit,” zegt zij.
