Home Bots in BeeldVan bouwrobotis tot humanoids: wat te verwachten van ERF 2026 in Stavanger

Van bouwrobotis tot humanoids: wat te verwachten van ERF 2026 in Stavanger

door Marco van der Hoeven

Wanneer het European Robotics Forum (ERF) in maart 2026 neerstrijkt in Stavanger, gebeurt dat in een context die zowel het verleden als de toekomst van robotica weerspiegelt. Volgens Gabor Sziebig, Research Manager Robotics and Automation bij SINTEF, zal deze editie sterker dan voorheen focussen op praktijktoepassingen, onderwijs en de toenemende verwevenheid van robotica en kunstmatige intelligentie.

Het huidige onderzoekswerk van Sziebig speelt zich nadrukkelijk buiten de fabriek af. Waar industriële robots hun waarde al lang hebben bewezen in gecontroleerde, statische omgevingen, richt zijn onderzoek zich op bouwplaatsen. Dat zijn dynamische, ongestructureerde omgevingen waarin robots nauw moeten samenwerken met mensen.

Daarbij gaat het om uiteenlopende platforms, van mobiele voertuigen op wielen tot lopende en humanoïde systemen. Het doel is niet technologische vernieuwing om de vernieuwing zelf, maar productiviteitswinst: hogere efficiëntie, meer veiligheid en een betere doorvoer in sectoren waar automatisering tot nu toe achterbleef bij de maakindustrie.

Humanoids: tussen hype en toepasbaarheid

Humanoïde robots zullen naar verwachting een van de meest zichtbare trends zijn op ERF 2026. Sziebig plaatst daarbij wel kanttekeningen en noemt humanoids momenteel de grootste “hype” binnen de robotica. Hun aantrekkingskracht zit vooral in het algemene ontwerp, met name voor taken die fijne manipulatie vereisen en lastig te automatiseren zijn met klassieke industriële robots.

In fabrieksomgevingen ziet hij echter duidelijke beperkingen. Tot nu toe worden humanoids daar vooral ingezet voor repetitieve handlingtaken met veel vrijheidsgraden, waarvoor anders complexe multi-assige industriële robots nodig zijn. Demonstraties, zoals die eerder zijn getoond door Mercedes-Benz, laten het potentieel zien, maar de uiteindelijke haalbaarheid hangt af van kosten en baten.

Op vlakke, voorspelbare fabrieksvloeren voegen benen vaak weinig toe. In zulke gevallen kan een vaste of mobiele basis met een zeer flexibele bovenbouw economischer zijn. Volledig lopende humanoids lijken daardoor eerder geschikt voor huishoudelijke omgevingen en andere situaties met ongelijk terrein.

AI opent nieuwe industriële toepassingen

Naast humanoids wijst Sziebig op een minder zichtbare, maar mogelijk grotere verschuiving: de integratie van geavanceerde AI in traditionele industriële robots. Deze systemen, lange tijd gezien als rigide en beperkt, krijgen steeds vaker waarnemings- en leervermogen.

Dat maakt toepassingen mogelijk zoals high-mix, low-volume productie. Taken als stukproductie, die voorheen niet rendabel waren om te automatiseren, komen binnen bereik dankzij AI-gestuurde planning en adaptatie. Deze ontwikkeling, vaak aangeduid als ‘physical AI’, draait minder om volledig nieuwe robotplatforms en meer om het uitbreiden van de mogelijkheden van bestaande machines.

Waarom Stavanger?

Hoewel Stavanger geen uitgesproken robotica-hub is, heeft de regio wel degelijk historische wortels in het vakgebied. In de omgeving werd een van de eerste industriële spuitrobots ontwikkeld, een systeem dat later werd overgenomen door ABB en de basis vormde voor de IRB-6-robotlijn.

Tegenwoordig ligt de kracht van de regio vooral in offshore energie en maritieme toepassingen. In olie- en gasomgevingen worden robots steeds vaker ingezet voor inspectie, onderhoud en gasdetectie op onbemande platforms. In de aquacultuur controleren en reinigen robots onderwater visnetten, wat de inzet van duikers vermindert en de veiligheid vergroot.

Een andere ERF-ervaring

ERF 2026 vindt plaats in een grote beurslocatie voor olie- en energie-evenementen, wat het forum een uitgesproken industrieel karakter geeft. Opvallend is dat studentencompetities direct worden geïntegreerd op de beursvloer. Daarbij gaat het niet alleen om universiteitsstudenten, maar ook om scholieren uit het voortgezet onderwijs.

Het doel is om jongeren vroegtijdig kennis te laten maken met robotica en AI en zo de instroom van talent te versterken. Hoewel een evenwichtige genderverdeling in technische vakgebieden een uitdaging blijft, ligt de nadruk nadrukkelijk op representatie: ongeveer driekwart van de keynote speakers is vrouw, en de opening wordt grotendeels door vrouwen verzorgd, in aanwezigheid van de Noorse kroonprins.

Overheid en strategie

Robotica en AI staan hoog op de politieke agenda in Noorwegen. Het land heeft recent een ministerie voor digitalisering opgericht, waarvan de minister ERF 2026 zal toespreken. Daarnaast zijn negen nationale AI-onderzoekscentra opgezet, waarvan er twee specifiek gericht zijn op zorgrobotica. Dat onderstreept de toenemende overlap tussen AI-onderzoek en robotische systemen.

Focus op gerichte toepassingen

Vooruitkijkend verwacht Sziebig dat de sector afstand neemt van al te brede ambities rond ‘general-purpose’ robots. De vooruitgang in 2026 en daarna zal waarschijnlijk komen van toepassingsspecifieke systemen: robots die zijn ontworpen voor duidelijk afgebakende taken, ondersteund door AI-toolchains die waarneming en aanpassing mogelijk maken.

Voor ERF 2026 ligt het succes dan ook minder in recordaantallen bezoekers en meer in uitvoering: soepele organisatie, sterke inhoud en een ervaring die past bij Noorse standaarden op het gebied van organisatie en gastvrijheid. Met een realistische doelstelling van circa 1.200 deelnemers ligt de nadruk op kwaliteit boven schaal. Met de komst van ERF naar Stavanger komen historie, industrie en nieuwe onderzoeksrichtingen samen in een momentopname van waar de Europese robotica nu staat en waar zij naartoe beweegt.

Zie ook

ERF 2026: Stavanger neemt de fakkel over van Stuttgart

Misschien vind je deze berichten ook interessant