Toyota wil de automatisering van zijn fabrieken wereldwijd fors uitbreiden. De autofabrikant schat dat daarvoor uiteindelijk ongeveer 400.000 robots nodig zijn. Het gaat daarbij niet alleen om nieuwe robots, maar ook om de vervanging van bestaande systemen. Naast traditionele industriële robots kijkt Toyota nadrukkelijk naar een nieuwe generatie robots die taken van mensen kan leren en deze kennis vervolgens op andere locaties kan inzetten.
De plannen maken deel uit van een bredere modernisering van de productie. Vanaf 2028 zou Toyota hiervoor jaarlijks ongeveer 1 biljoen yen kunnen investeren. Het bedrijf heeft zich nog niet definitief aan dit bedrag verbonden en ook is niet bekend over hoeveel jaar de investeringen worden uitgesmeerd.
Modernisering van tientallen fabrieken
Toyota wil ongeveer zestig fabrieken wereldwijd moderniseren. Daarbij gaat het zowel om eigen productielocaties als om fabrieken van groepsbedrijven en belangrijke leveranciers. Binnen Toyota en de aan het concern verbonden ondernemingen gaat het om circa 150.000 robots. Bij leveranciers zouden nog eens ongeveer 250.000 systemen betrokken zijn.
Die 400.000 robots moeten nadrukkelijk niet worden gezien als een bestelling van evenzoveel humanoids. Hoewel het getal in sommige berichtgeving aan humanoïde robots wordt gekoppeld, omvat het totale aantal ook conventionele industriële robots en systemen die bestaande machines moeten vervangen. Toyota heeft niet bekendgemaakt hoeveel humanoïde of mensachtige robots uiteindelijk in de fabrieken terechtkomen.
De fabrikant wil tegelijkertijd de digitale infrastructuur van zijn productienetwerk verder ontwikkelen. Fabrieken, machines en robots moeten daardoor gemakkelijker gegevens en aangeleerde vaardigheden kunnen uitwisselen. Toyota gebruikt hiervoor de term Factory Automation 3.0.
ELEY leert van menselijke demonstraties
Een voorbeeld van de technologie die Toyota hiervoor ontwikkelt, is ELEY. Deze robot kan fysieke handelingen leren door te kijken naar demonstraties van mensen. Daarbij maakt Toyota gebruik van large behavior models van het Toyota Research Institute. Na de trainingsfase moet de robot de aangeleerde handelingen zelfstandig kunnen uitvoeren.
ELEY heeft geen benen, maar beweegt zich op wielen. De robot weegt ongeveer 50 kilogram en beschikt over twee armen met grijpers met twee vingers. Daarmee kan hij voorwerpen en onderdelen oppakken en andere manipulatietaken uitvoeren die zich niet altijd gemakkelijk met traditionele industriële automatisering laten oplossen.
Tijdens een technologiedemonstratie liet Toyota ELEY onder meer een T-shirt opvouwen. Volgens Japanse media had de robot hiervoor gedurende twee weken ongeveer 1.500 trainingssessies doorlopen. De demonstratie was vooral bedoeld om te laten zien hoe de robot nieuwe vaardigheden kan leren en was geen voorbeeld van een toepassing die al op grote schaal in de autoproductie wordt gebruikt.
Toyota ziet zijn eigen productieomgeving als een belangrijke bron van trainingsdata. Het concern beschikt over ongeveer 18.000 ervaren productiespecialisten, binnen Toyota aangeduid als takumi. Hun praktische kennis kan worden gebruikt om robots complexere productiehandelingen aan te leren. Op termijn zouden vaardigheden die in de ene fabriek worden geleerd ook beschikbaar kunnen komen voor robots op andere locaties.
Robots naast productiemedewerkers
Met de verdere automatisering wil Toyota onder meer inspelen op personeelstekorten en verouderde productie-installaties moderniseren. De nieuwe generatie robots hoeft daarbij niet uitsluitend werknemers te vervangen. Toyota onderzoekt ook hoe robots naast medewerkers kunnen werken en hoe de technologie kan worden ingezet om kennis binnen de productieorganisatie over te dragen.
De aanpak sluit aan op het Toyota Production System, waarin continue verbetering en het terugdringen van verspilling centraal staan. Door productiedata te combineren met robots die nieuwe vaardigheden kunnen leren, wil het bedrijf automatisering flexibeler maken en voor meer verschillende werkzaamheden inzetten.
Toyota experimenteert al met robots voor onder meer het transporteren en oppakken van onderdelen. Daarnaast kijkt het bedrijf naar toepassingen buiten de autoproductie, bijvoorbeeld voor het vervoeren van medische apparatuur.
Autofabrikanten investeren in humanoids
Toyota staat hierin niet alleen. Ook andere autofabrikanten investeren in robots die flexibeler kunnen worden ingezet dan traditionele industriële systemen. Hyundai, eigenaar van Boston Dynamics, heeft bijvoorbeeld plannen aangekondigd om vanaf 2028 humanoïde robots in te zetten bij zijn productieactiviteiten in de Amerikaanse staat Georgia.
Voor Toyota gaat het voorlopig om een combinatie van conventionele fabrieksautomatisering en de ontwikkeling van intelligentere, meer flexibele robots. Het wereldwijde productienetwerk biedt daarbij een omgeving waarin grote hoeveelheden praktijkdata kunnen worden verzameld en nieuwe robotvaardigheden kunnen worden getest.
Hoe snel de volledige modernisering wordt uitgevoerd, is nog niet duidelijk. Toyota heeft evenmin vastgelegd hoeveel van de genoemde 400.000 robots daadwerkelijk nieuwe, mensachtige robots zullen zijn. Het aantal moet daarom vooral worden gezien als een inschatting van de totale robotbehoefte binnen een omvangrijk moderniseringsprogramma, en niet als een bestelling van 400.000 humanoids.
