De Nederlandse maakindustrie staat met de rug tegen de muur. Dat concludeert TNO in een nieuw rapport. De boodschap is: investeer nú in robotisering, of verlies de concurrentiestrijd.
Nederland staat wereldwijd op de twaalfde plek qua robotdichtheid, met 264 robots per 10.000 werknemers. Klinkt respectabel — totdat je het vergelijkt met koploper Zuid-Korea (1.012), Singapore (770) of Duitsland (429). De maakindustrie vertegenwoordigt 7,2% van ons bbp en is cruciaal voor het financieren van maatschappelijke transities en onze veiligheid. Maar de productiviteitsgroei stagneert, terwijl vergrijzing en personeelstekorten alleen maar toenemen.
Volgens TNO moet de productiviteit van de industrie de komende tien jaar met **50% omhoog**. Robotisering is daarvoor onmisbaar.
Een tijdbom in drie fasen
Het rapport schetst een alarmerend scenario als er niet snel gehandeld wordt:
Binnen 2 jaar ontstaan knelpunten door arbeidskrapte: stijgende loonkosten, inefficiënte productie en langere levertijden.
Binnen 5 jaar groeit de concurrentieachterstand structureel. Productielijnen verouderen en bedrijven missen cruciale productiviteitsgroei.
Binnen 10 jaar dreigt de definitieve afbraak: fabriekssluitingen, massaal banenverlies en afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers.
De kansen zijn er
Het paradoxale is dat Nederland op papier sterk staat. We beschikken over een uitstekend kennisecosysteem, sterke universiteiten en intensieve samenwerking tussen industrie en onderwijs. Er zijn veelbelovende fieldlabs zoals SamXL, Robohouse en BredaRobotics. En de interesse in robotisering groeit.
Toch blijft grootschalige adoptie uit. Veel mkb-bedrijven worstelen al met het digitaliseren van hun basisprocessen — een minimale vereiste voordat robotisering überhaupt mogelijk is. De typische Nederlandse *high-mix, low-volume* productiestrategie maakt standaard robotoplossingen bovendien minder geschikt. Adaptieve robots en cobots bieden hier uitkomst, maar de stap ernaar toe wordt nog te weinig gezet.
Wat werkt wél?
Het rapport presenteert concrete succesverhalen. Beddenfabrikant Auping uit Deventer bouwde samen met Robotize een volledig gerobotiseerde productielijn die 9.600 verschillende matrasvarianten aankan — met een output van één matras per minuut. Fluidics Instruments uit Eindhoven produceerde vóór de komst van cobots zo’n 300 spuitmonden per week met 40 mensen. Nu maken 30 mensen er 20.000 per week.
De les: robotisering werkt, maar vraagt om visie, de juiste partners en een stapsgewijze aanpak.
Zeven aanbevelingen
TNO doet concrete aanbevelingen om de robotiseringsgraad te versnellen:
1. Nationale robotiseringsagenda — met duidelijke langetermijndoelen en een centrale taskforce die de uitvoering bewaakt.
2. Landelijke bewustwordingscampagne — inclusief transparante ROI-inzichten en sectorgerichte stappenplannen.
3. Standaardisatie en open source — om vendor lock-in te voorkomen en interoperabiliteit te bevorderen.
4. Versterking van het Nederlandse ecosysteem — door te investeren in niches zoals *high-mix, low-volume* robotisering en ‘lazy robotics’.
5. Koppeling met onderwijs en arbeidsmarkt — robotica-competenties als verplicht onderdeel van technische opleidingen.
6. Internationale positionering — Nederland als proeftuin voor flexibele robotisering, met intensievere Europese samenwerking.
7. ]Versnelling bij het mkb — via vouchers, fieldlabs en Robotics-as-a-Service modellen met overheidsgarantie.
De rekening van stilstand
Robots verhogen de productiviteit, verbeteren kwaliteit en verlagen kosten. Moderne machines verbruiken bovendien tot 35% minder energie dan traditionele apparatuur. En dankzij AI worden robots steeds flexibeler en eenvoudiger te programmeren — ook voor kleinere bedrijven.
De rekening van niet handelen is echter veel hoger. Terwijl China dit jaar al verantwoordelijk was voor 51% van alle wereldwijd geïnstalleerde industriële robots — en de komende 20 jaar nog eens 137 miljard euro investeert in robotica en AI — staat de Nederlandse maakindustrie op een strategisch kruispunt.
Bron: TNO rapport “Zonder Robotisering verdwijnt de Nederlandse Maakindustrie: Urgente actie is noodzakelijk” (april 2026). Auteurs: Tessa Bruijne, Corine Bonte & Claire Stolwijk.
Zie ook
