Met een paneldiscussie, een symbolische manifestondertekening en een stuk taart ter ere van het 75-jarig jubileum is TechniShow 2026 gisteren officieel van start gegaan in de Koninklijke Jaarbeurs Utrecht. De boodschap van de opening was urgent: Nederland loopt ernstig achter op het gebied van robotisering, en de maakindustrie kan de internationale concurrentiestrijd alleen winnen als bedrijven kiezen voor open standaarden en slimmere ketensamenwerking.
TechniShow viert dit jaar haar 75e editie — de eerste werd gehouden in 1951. Tegelijkertijd is het jubileumjaar een mijlpaal om een nieuwe richting in te slaan: voor het eerst is ESEF Maakindustrie volledig co-located met TechniShow, waardoor bezoekers in één bezoek de complete productieketen kunnen overzien. De beurs loopt van 10 tot en met 13 maart.
De opening werd geleid door Iris Veerman, branchevoorzitter van zowel SPD, Federatie Productietechnologie (FPT) als NEVAT. Ze benadrukte dat samenwerking, ketenintegratie en connectiviteit dit jaar de centrale thema’s zijn — zichtbaar in hal 10, waar 22 bedrijven gezamenlijk de ‘Fabriek van de Toekomst’ presenteren als volledig geïntegreerde shopfloor. Daarnaast zijn er pleinen voor Digital Innovation, Green Manufacturing en opleidingsinstanties.
Van ambitie naar actie
FPT-voorzitter Eddo Cammeraat schetste de urgentie. De maakindustrie is goed voor zo’n 20 procent van het Nederlandse verdienvermogen — onmisbaar voor de energietransitie, gezondheidszorg, digitalisering en defensie. Maar om internationaal relevant te blijven, moet de sector slimmer gaan werken. “Een visie zonder actie is hallucinatie,” citeerde Van der Vaart. Hij refereerde aan een rapport van Peter Bennink over de maakindustrie en aan een samenwerking met ABN AMRO en NEVAT om leden te mobiliseren.

Nederland ver achter op robotisering
Een van de scherpste constateringen tijdens de opening: Nederland telt slechts zo’n 250 robots per 10.000 medewerkers, terwijl China op dat vlak in rap tempo een veel hogere dichtheid realiseert. TNO-directeur Mark Courage stelde dat de kostprijs van robotinzet omlaag moet naar onder de vijf euro per uur, wil Nederland kunnen concurreren met lagelonenlanden. Dat is technisch haalbaar — maar alleen als het aansluiten van robots en systemen radicaal eenvoudiger wordt. Nu kost elke nieuwe connectie nog disproportioneel veel tijd en geld.
Centraal thema in de opening: de koppelingsproblematiek. Iedere keer dat een bedrijf een nieuwe machine aanschaft of een nieuwe leverancier toevoegt, moeten dure maatwerkkoppelingen worden gebouwd — soms voor tienduizenden euro’s per machine. Dat remt innovatie en verhoogt de kosten.

Interoperabiliteit en gestandaardiseerde data-uitwisseling
Een paneldiscussie met vier sprekers legde de uitdagingen en ambities bloot:
Janwillem Verschuuren, voorzitter van NEVAT en mede-eigenaar van De Cromvoirtse in Oisterwijk, schilderde het probleem van binnenuit: elke nieuwe machine in zijn bedrijf vereist opnieuw een koppeling met het ERP-systeem. Er is geen standaard die zorgt voor een werkend digitaal fundament. “We zouden graag binnen het bedrijf nieuwe machines kunnen aansluiten zonder gebonden te zijn aan een specifiek merk.”
Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO, bouwde voort op zijn robotiseringsanalyse en benadrukte dat de oplossing ligt in wat hij ‘Smart Effects’ noemde: interoperabiliteit en gestandaardiseerde data-uitwisseling als fundament voor de smart industry.
Adriaan Vonk, directeur dienstverlening bij Koninklijke Metaalunie, sprak namens de 50.000 aangesloten bedrijven — gemiddeld twaalf medewerkers, gemiddeld twintig opdrachtgevers, elk met hun eigen datamodellen en uitvraagformaten. “Als we als sector standaardiseren en open datamodellen gebruiken, is dat een gigantische motor voor innovatie. Een individueel MKB-bedrijf krijgt dit simpelweg niet voor elkaar.” Hij was enthousiast dat de brancheverenigingen nu gezamenlijk de handschoen oppakken.
John Blankendaal, managing director van Brainport Industries en tevens directeur van CSM (Connected Supplier Network), legde uit hoe Brainport Industries vijftien jaar geleden al inzette op informatiedeling als fundament voor ketensamenwerking. Klanten als ASML en Thermo Fisher worden steeds afhankelijker van de prestaties van de hele keten. “Concurrentie vindt steeds meer plaats tussen ketens dan tussen individuele bedrijven.” Hij wees erop dat op de Fabriek van de Toekomst-vloer 22 bedrijven al werken met CSM als gemeenschappelijk data-uitwisselingsplatform.
Manifest ondertekend
Na de discussie ondertekenden vertegenwoordigers van de aanwezige brancheverenigingen en toonaangevende bedrijven symbolisch een manifest, als commitment aan open standaarden, ketensamenwerking en de toekomst van de Nederlandse maakindustrie. Onder de ondertekenaars bevond zich ook NL Robotics, de branchevereniging voor de robotica-industrie in Nederland. FPT-voorzitter Cammeraat: “Dit is de start. We gaan van ambitie naar actie.”
