Schiedam is sinds deze week een unieke plek rijker op de Europese robotica-kaart. In het hart van de MICS-campus, het toekomstige mechatronica-cluster in de regio Rotterdam-Den Haag, is het Humanoid Application Center (HAC) geopend: een centrum dat zich niet richt op het bouwen van humanoïde robots of het schrijven van de onderliggende software, maar puur op de vraag waar bedrijven een humanoid daadwerkelijk voor kunnen inzetten. Rocking Robots was erbij en sprak met de drie oprichters: Richard Kuijpers, Evert Jaap Lugt en Bart van der Werf, en woonde de officiële openingsbijeenkomst bij, compleet met bestuurlijke sprekers, partnerbedrijven en een robot die de sleutel van de stad in ontvangst nam.
De aanleiding voor het initiatief is volgens de oprichters een probleem dat inmiddels bekend klinkt in de sector: bedrijven kopen een humanoid robot, verwachten dat hij “uit de doos” direct inzetbaar is, en komen er vervolgens achter dat dat niet zo werkt. Een humanoid moet getraind worden, vraagt gespecialiseerde kennis en engineering-capaciteit die de meeste bedrijven niet in huis hebben. Het resultaat, zo vertelt medeoprichter Richard Kuijpers, is voorspelbaar: de robot verdwijnt na verloop van tijd in de kast.
Het Humanoid Application Center is opgezet om precies dat gat te dichten. Bedrijven hoeven zelf geen hardware aan te schaffen en geen nieuw personeel aan te nemen; het HAC brengt de engineers, de hardware én de kennis mee, en onderzoekt samen met een bedrijf of een specifieke use case haalbaar is. Werkt het? Dan kan een bedrijf vanuit die bewezen showcase zelf gaan opschalen en de robot daadwerkelijk in de eigen omgeving inzetten, of het nu een fabriekshal, een zorginstelling of een bouwplaats is.
“Niet de hardware, niet de software, maar de toepassing”
Een zin die tijdens de opening en in de gesprekken telkens terugkeert, is dat Europa de race op het gebied van humanoid-hardware (gedomineerd door China) en de onderliggende AI-modellen en chips (gedomineerd door de Verenigde Staten) waarschijnlijk niet meer gaat winnen. Wat volgens de oprichters wél binnen bereik ligt, is het claimen van een voorsprong in de toepassing: weten welke taken een humanoid nu al kan overnemen, hoe je een robot laat samenwerken met mensen en bestaande machines, en hoe je bedrijfsprocessen daarop aanpast.
Bart van der Werf, verantwoordelijk voor de use cases en de operatie binnen het HAC, licht toe dat het niet gaat om het vinden van één grote taak die een robot volledig kan overnemen. Vaak is voor een volledige, repeterende taak een vaste machine efficiënter. De echte waarde van een humanoid zit in de universele inzetbaarheid: de verzameling van kleinere, wisselende werkzaamheden eromheen, die samen een taak compleet maken. Bij een straatmakersbedrijf legt een gespecialiseerde machine bijvoorbeeld prima een lange reeks stenen neer, maar blijft het werk aan de randen, de hoekjes en het overige handwerk liggen — en juist daar kan een humanoid inspringen.
Van straatstenen tot paprika’s: de eerste use cases
Bij de start van het centrum hebben zich al meerdere partners verbonden, elk met een eigen praktijkvraag. Bouwbedrijf Dura Vermeer onderzoekt of een humanoid straatstenen kan leggen, met name de complexere afwerking rond hoeken en randen die bestaande machines niet aankunnen. Schoonmaakbedrijf Gom kijkt of humanoïds kunnen schoonmaken, van vloeren tot tafels. Kwekerij Harvest House onderzoekt of een humanoid paprika’s kan plukken in de kas. En koffiecupsproducent Euro Caps test of een robot doosjes aan de lopende band kan inpakken.
Daarnaast lopen er al gesprekken over toepassingen als nachtelijke security-patrouilles en het schoonspuiten van boten. Volgens Kuijpers is de lijst met mogelijke use cases in principe eindeloos, “alles wat wij kunnen, van de hond uitlaten tot boodschappen doen, zou een humanoid in theorie kunnen” , maar is het cruciaal om te beginnen met cases die snel resultaat opleveren. Het centrum kiest bewust voor toepassingen die binnen enkele maanden aantoonbaar werken, in plaats van projecten die jaren programmeerwerk vergen, omdat vroege, zichtbare successen het draagvlak binnen een organisatie vergroten.
Ook de beperkingen van de huidige hardware komen expliciet aan bod: veel robots zijn bijvoorbeeld nog niet waterdicht en dus (nog) niet geschikt voor werk buiten in de regen. Het HAC ziet dat echter niet als een blokkade, maar als een kans om nu alvast de operationele en gedragsdata te verzamelen die nodig is zodra de hardware wél storm- en waterbestendig is.
Wanneer is het centrum een succes?
Op de vraag wanneer het Humanoid Application Center voor de oprichters geslaagd is, komt van alle drie eenzelfde rode draad naar voren: niet één opvallende demo, maar brede dekking van de markt. Kuijpers wil partners over de volle breedte van de economie, zorg, bouw, industrie, logistiek, die elk hun eigen bewijs leveren dat een toepassing werkt. Slaagt dat voor één partij in een sector, dan trekt de rest van die branche volgens hem vanzelf mee.
Evert Jaap Lugt formuleert het als het opbouwen van een Europese beweging: een tegenwicht bieden tegen de Chinese dominantie in hardware en de Amerikaanse dominantie in chips en software, door in Europa een supply chain te laten ontstaan rond onderdelen als magneten, accu’s en componenten. Bart van der Werf ziet succes concreter: als over enkele jaren humanoïden op grote schaal en volledig geïntegreerd draaien bij bedrijven uit de regio, in de zorg, de bouw en de kassen die nu als eerste zijn aangehaakt, dan is voor hem het doel bereikt.
Nuchterheid tussen de hype
Alle drie de oprichters relativeren nadrukkelijk het beeld dat veel mensen van humanoïds hebben op basis van virale video’s van dansende of salto’s makende robots. Achter zulke beelden gaat vaak maandenlange, vooraf geprogrammeerde choreografie schuil, uitgevoerd door tientallen tot honderden ingenieurs. De werkelijke uitdaging zit niet in de motoriek, die is inmiddels indrukwekkend ver ontwikkeld, maar in de “intelligentie”: het autonoom kunnen nemen van beslissingen in een onvoorspelbare bedrijfsomgeving. Een taak als “schoonmaken” klinkt eenvoudig, maar roept meteen concrete vragen op over wat schoon is, wat weggegooid mag worden en wat juist een grondstof is voor iemand anders, vragen die een robot moet kunnen beantwoorden voordat hij zelfstandig inzetbaar is.
Die kloof tussen zichtbare motoriek en onderliggend beslissingsvermogen wordt volgens de oprichters vaak onderschat door leken. Het bouwen van betrouwbare, in de praktijk bruikbare autonomie vergt duizenden keren meer rekenkracht en trainingswerk dan het naspelen van een dansje. Vergelijkbare kanttekeningen worden gemaakt bij de verwachtingen rond Tesla’s Optimus-robot en de uitspraken van Elon Musk, die humanoïden op termijn tot “de meest kritieke infrastructuur ooit” bestempelt en verwacht dat er over vijftien tot twintig jaar wereldwijd zo’n miljard robots actief zijn. De oprichters onderschrijven de lange-termijnpotentie, maar benadrukken dat de weg van één werkende robot naar tien, honderd of duizend robots in de praktijk een taai en langdurig traject is, mede door het gebrek aan grote, gedeelde trainingsdatasets zoals die wél bestaan voor taalmodellen.
Een terugkerend thema tijdens zowel de interviews als het middagprogramma is het belang van het delen van data tussen de aangesloten partnerbedrijven. Waar taalmodellen konden profiteren van enorme hoeveelheden tekst van het internet, bestaat een vergelijkbare, breed gedeelde dataset voor robotgedrag simpelweg nog niet. Het HAC wil daarom niet dat elke partner voor zichzelf het wiel opnieuw uitvindt, maar juist dat de opgedane kennis en data — voor zover niet concurrentiegevoelig — wordt gedeeld tussen de aangesloten bedrijven, zodat de hele groep sneller leert.
De opening: een regionale doorbraak
De officiële opening werd geleid door Doekle Terpstra, die als bestuurlijk verkenner betrokken is bij de bredere gebiedsontwikkeling rond de MICS-campus: 42 hectare in Schiedam die de komende jaren moet uitgroeien tot een regionale, integrale innovatiecampus. Terpstra schetste hoe het initiatief vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) in korte tijd is versneld, met een bestuursakkoord dat begin dit jaar door circa dertig regionale partners is ondertekend.
Tijdens het programma spraken naast de drie oprichters ook partnerbedrijven die zich al aan het HAC hebben verbonden. Vanuit de bouw- en infrasector werd gewezen op de combinatie van vergrijzing, aanhoudende arbeidstekorten, dalende productiviteit en een omvangrijke woningbouw- en renovatieopgave (rond de 70.000 woningen per jaar), als reden om nu al serieus met humanoïde robots te experimenteren. Een schoonmaakbedrijf beschreef hoe fysiek zwaar en repeterend schoonmaakwerk is, en zag in humanoïden vooral een manier om medewerkers te ontlasten, niet te vervangen, met expliciete aandacht voor het gezond kunnen blijven werken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Ook werd een concreet inkijkje gegeven in de praktijk: een pilotrobot bij een van de partners lag tijdelijk stil vanwege een storing, een ervaring die de partners uitdrukkelijk als gezamenlijk leermoment omarmden in plaats van als tegenslag.
Bestuurlijk kreeg de opening extra gewicht door de aanwezigheid van de MRDH en de Schiedamse wethouder Cemil Kahramanoğlu (portefeuille onderwijs en SchieDistrict). De wethouder benadrukte dat wat in Schiedam gebeurt weliswaar lokaal wortelt, maar nadrukkelijk een regionale en zelfs landelijke betekenis heeft: de “S” in MICS mag dan voor Schiedam staan, het initiatief wordt gedragen door de volle breedte van de metropoolregio, inclusief de burgemeesters van Rotterdam en Den Haag. Ook gebiedsontwikkelaar SDK Vastgoed, founding partner van het HAC, onderstreepte de ambitie: de campus moet uitgroeien tot een ecosysteem waarin bedrijfsleven, onderwijs en overheid fysiek dicht bij elkaar komen, in een regio waar binnen dertig minuten meer dan drie miljoen mensen wonen.
Vanuit de MRDH werd de geopolitieke context geschetst: recente ontwikkelingen, waaronder de rol van droneontwikkeling in de oorlog in Oekraïne, hebben volgens de organisatie duidelijk gemaakt hoe belangrijk mechatronica en robotica zijn voor de strategische autonomie en weerbaarheid van Nederland en Europa. Het Humanoid Application Center wordt in dat licht gepresenteerd als een van de eerste concrete stappen om die achterstand actief in te lopen.
Cijfers die de ambitie onderstrepen
Tijdens een korte persmomentbriefing werden ook de wereldwijde marktcijfers rond humanoid-robotica aangehaald: naar schatting wordt er jaarlijks al bijna 50 miljard dollar in de sector geïnvesteerd, en volgens ramingen van Morgan Stanley zou de humanoid-industrie over twintig à vijfentwintig jaar kunnen uitgroeien tot een markt van 6.000 tot 9.000 miljard dollar — zo’n anderhalf keer de omvang van de huidige automotive-industrie. Van de wereldwijd circa 500.000 bedrijven die actief zijn in de humanoid-toeleveringsketen zit het gros van de hardwareproductie in China, terwijl grote Amerikaanse techbedrijven vooral inzetten op software en onderliggende AI-modellen. Precies in dat gat tussen hardware en software positioneert het Schiedamse centrum zich: als Europese, praktijkgerichte kennisplek voor toepassing en adoptie.
Waarom Schiedam?
Op de vraag waarom juist Schiedam de vestigingsplaats werd, noemen de betrokkenen twee hoofdredenen. Ten eerste de ligging middenin een van de grootste industriële clusters van Nederland, met de Rotterdamse haven, de petrochemie rond de Botlek en de wereldwijd toonaangevende glastuinbouwclusters in het Westland en Oostland binnen handbereik, aangevuld met kennisinstellingen als de TU Delft en de Erasmus Universiteit. Ten tweede het feit dat er, dankzij de gemeente Schiedam en gebiedsontwikkelaar SDK Vastgoed, al een uitgewerkt plan lag voor een innovatiecampus met mechatronica als centraal thema, precies de combinatie van mechanica, elektronica en aandrijftechniek die ten grondslag ligt aan humanoid-robotica én aan aanpalende domeinen als drones.
Vervolg
Met de deuren nu officieel open, gaat het Humanoid Application Center de komende maanden verder met het opschalen van de eerste use cases bij Dura Vermeer, Facilicom, Harvest House en Euro Caps, en met het aantrekken van nieuwe partnerbedrijven uit andere sectoren. De oprichters spreken de verwachting uit dat het aantal aangesloten bedrijven nog dit jaar snel kan groeien, en dat het centrum daarmee doorgroeit van een lokaal Schiedams experiment naar een regionale, en op termijn wellicht Europese, proeftuin voor de praktische toepassing van humanoid-robots.
