Nederland wil dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten van de krijgsmacht wordt bereikt met behulp van onbemande systemen. Dat is een van de opvallendste technologische doelstellingen uit de Defensienota 2026. Drones, onbemande schepen en vliegtuigen, autonome functies en kunstmatige intelligentie krijgen een structurele plaats binnen alle onderdelen van Defensie. Het uitgangspunt wordt: onbemand waar dat kan en bemand waar dat noodzakelijk is.
De doelstelling betekent niet dat over vijf jaar meer dan de helft van alle voertuigen, vliegtuigen of schepen onbemand moet zijn. Defensie formuleert de ambitie in termen van operationele effecten: wat de krijgsmacht met haar middelen kan bereiken. Dat kan bijvoorbeeld gaan om waarneming, bescherming, verstoring, logistieke ondersteuning of het uitschakelen van een doel. De nota beschrijft nog niet hoe Defensie deze effecten precies gaat meten. Wel maakt het document duidelijk dat onbemande systemen niet langer als aanvullende capaciteit worden gezien, maar een belangrijk onderdeel moeten worden van de inrichting van de krijgsmacht.
Technologie verandert de krijgsmacht
De Defensienota stelt dat de toekomstige krijgsmacht niet simpelweg een grotere versie van de huidige organisatie kan zijn. Volgens het ministerie veranderen drones, AI, cyberoperaties, ruimtevaarttechnologie, langeafstandswapens en het elektromagnetisch spectrum de manier waarop militaire operaties worden uitgevoerd. Snel kunnen waarnemen, informatie verwerken en handelen wordt daarbij steeds belangrijker.
Minister van Defensie Dilan Yeşilgöz-Zegerius koppelt de plannen aan de verslechterde veiligheidssituatie. “Met de vandaag gepresenteerde Defensienota hebben we een helder plan om ons land veilig te houden”, zegt zij in de toelichting op de nota. Over de uitvoering zegt zij: “In de turbostand gaan we verder.” (Defensie)
De ervaringen in Oekraïne spelen een centrale rol in de gemaakte keuzes. Daar is zichtbaar geworden dat grote aantallen relatief goedkope drones een aanzienlijke invloed kunnen hebben op operaties. Tegelijk kunnen dure en schaarse wapensystemen kwetsbaar zijn voor aanvallen met veel goedkopere middelen. Het onderscheppen van een eenvoudige drone met een kostbare luchtdoelraket is militair soms noodzakelijk, maar economisch moeilijk langdurig vol te houden.
Defensie wil daarom niet alleen investeren in geavanceerde wapensystemen, maar ook in betaalbare, vervangbare en schaalbare systemen. Deze combinatie moet zorgen voor meer massa, spreiding en uithoudingsvermogen. Systemen die snel geproduceerd en vervangen kunnen worden, krijgen daarbij meer gewicht dan in het verleden. Wat op korte termijn beschikbaar is en aantoonbaar effect heeft, kan volgens het ministerie voorrang krijgen boven technologisch geavanceerdere systemen met lange ontwikkel- en levertijden. (Defensie)
Onbemande schepen en drones voor de marine
De verschuiving naar onbemande systemen is terug te zien in de plannen voor de afzonderlijke krijgsmachtdelen. De Koninklijke Marine wil samengestelde eenheden introduceren waarin reguliere gevechtsschepen samenwerken met relatief eenvoudige vaartuigen met een minimale of helemaal geen bemanning. Ook drones worden aan deze eenheden toegevoegd.
Het doel is de slagkracht van een maritieme eenheid te vergroten zonder voor ieder platform een volledige bemanning nodig te hebben. De digitale infrastructuur moet ervoor zorgen dat de verschillende bemande en onbemande systemen informatie kunnen uitwisselen en gezamenlijk kunnen worden aangestuurd.
Daarmee ontstaat een model waarbij een bemand marineschip kan functioneren als onderdeel van een netwerk van sensoren, wapens en onbemande vaartuigen. De nota noemt nog geen aantallen, typen of concrete aanschafmomenten. Ook wordt niet uitgewerkt in welke mate de onbemande schepen zelfstandig zullen navigeren of taken uitvoeren.
Drones in alle landmachteenheden
Voor de Koninklijke Landmacht wordt de inzet van drones nog directer omschreven. Defensie wil in alle landmachteenheden een gelaagd systeem van drones, counter-drones en elektronische oorlogsvoering invoeren.
Een gelaagd systeem kan verschillende soorten drones omvatten voor uiteenlopende afstanden en taken. Kleine drones kunnen worden gebruikt door individuele eenheden voor verkenning, terwijl grotere systemen op brigadeniveau informatie verzamelen of andere operationele taken uitvoeren. Elektronische oorlogsvoering moet het mogelijk maken om vijandelijke communicatie en dronebesturing te detecteren, te verstoren of te misleiden.
Defensie spreekt daarnaast over nieuwe onbemande capaciteiten en munitiesoorten. Daaronder kunnen ook systemen vallen die na lancering enige tijd in een gebied blijven zoeken naar een doel. De Defensienota geeft echter geen overzicht van de concrete typen systemen die de landmacht zal aanschaffen.
Ook de Koninklijke Marechaussee krijgt counter-dronecapaciteit. Die moet onder meer worden ingezet voor het bewaken van kritieke objecten en voor Host Nation Support: de ondersteuning van buitenlandse troepen die via Nederland naar andere delen van Europa worden verplaatst. De bescherming tegen drones wordt daarmee niet alleen een taak aan het front, maar ook rond militaire locaties, logistieke routes en infrastructuur in Nederland.
Onbemande vliegtuigen naast bemande toestellen
In het luchtdomein investeert Defensie in digitale infrastructuur, inlichtingenvergaring en het sneller verwerken van data. Daarnaast doet Nederland samen met de Verenigde Staten kennis op binnen het Collaborative Combat Aircraft-programma.
Dit programma draait om onbemande gevechtsvliegtuigen die samen kunnen werken met bemande toestellen. Dergelijke vliegtuigen kunnen bijvoorbeeld sensoren of wapens meenemen, verder vooruit opereren of risico’s overnemen die anders door een bemand vliegtuig moeten worden genomen.
De Defensienota presenteert de Nederlandse betrokkenheid vooralsnog vooral als een manier om kennis en ervaring op te bouwen. Er staat niet dat Nederland al heeft besloten deze vliegtuigen aan te schaffen, hoeveel toestellen nodig zouden zijn of wanneer zij operationeel moeten worden.
Meer middelen tegen drones
De groei van het eigen dronegebruik gaat gepaard met investeringen in de verdediging tegen drones. Defensie wil meer lucht- en raketverdediging voor de korte en middellange afstand aanschaffen en extra counter-drone-expertise ontwikkelen.
Een concreet genoemd project is een mobiele high-energy laser die moet worden ingezet tegen dronezwermen. Daarnaast wordt gewerkt aan een goedkopere laserverblinder tegen drones. Zo’n systeem hoeft een drone niet noodzakelijk fysiek te vernietigen, maar kan bijvoorbeeld de optische sensoren verstoren.
Lasers kunnen op termijn een alternatief vormen voor het inzetten van dure raketten tegen relatief goedkope drones. Wel zijn de prestaties afhankelijk van factoren als afstand, zicht, weersomstandigheden, beschikbare energie en de tijd waarin een doel kan worden gevolgd. De nota bevat geen technische specificaties of planning voor de operationele invoering van de lasersystemen.
AI moet beslissingen versnellen
AI krijgt vooral een rol bij het combineren en analyseren van informatie. Defensie wil sensoren, inlichtingen, cybercapaciteiten, ruimtevaartmiddelen en commandovoering sterker met elkaar verbinden. Het doel is om informatie sneller om te zetten in operationeel handelen.
AI kan grote hoeveelheden gegevens uit verschillende bronnen analyseren en helpen bij het herkennen van patronen of dreigingen. In de nota wordt onder meer gesproken over AI-ondersteuning in een staatsgeheime cloudomgeving, waarin gerubriceerde informatie kan worden opgeslagen, gedeeld en geanalyseerd.
De technologie moet ook de grootschalige inzet van drones ondersteunen. Wanneer veel systemen tegelijk actief zijn, wordt het voor mensen moeilijker om alle sensordata, posities, verbindingen en opdrachten afzonderlijk te verwerken. AI kan worden gebruikt om informatie te selecteren, systemen te coördineren en beslissers te ondersteunen.
Het uiteindelijke doel is volgens Defensie om sneller en nauwkeuriger te kunnen beslissen dan een tegenstander. AI wordt daarmee niet alleen een administratief of logistiek hulpmiddel, maar een onderdeel van de operationele informatieketen van sensor tot inzetbaar middel.
AI bij targeting
Een van de gevoeligste toepassingen is het gebruik van AI bij targeting. Volgens de Defensienota kan AI helpen om relevante doelen sneller te identificeren, dreigingen te analyseren en de besluitvorming te versnellen.
Defensie erkent tegelijkertijd dat dit juridische en ethische vragen oproept. Een snellere analyse betekent niet automatisch dat een systeem ook zelfstandig mag besluiten om geweld te gebruiken. De nota stelt dat AI moet worden ingezet binnen het internationaal humanitair oorlogsrecht en andere juridische en ethische normen. De menselijke verantwoordelijkheid voor de inzet van militaire middelen blijft bestaan.
Bij wapensystemen met autonome functies moet de mens volgens de nota de mogelijke effecten van de inzet redelijkerwijs kunnen voorspellen. Alleen dan kan een geïnformeerd en bewust besluit worden genomen. Militairen moeten bovendien worden opgeleid om om te gaan met de morele dilemma’s die AI en autonome functies met zich meebrengen.
Daarmee kiest Defensie niet expliciet voor volledig autonome wapens die zelfstandig doelen selecteren en aanvallen zonder menselijke verantwoordelijkheid. De nota laat wel ruimte voor steeds verdergaande autonome functies binnen navigatie, waarneming, informatieverwerking en samenwerking tussen systemen.
Innovatie sneller naar de praktijk
Om nieuwe technologie sneller in gebruik te kunnen nemen, richt Defensie een innovatie- en opschalingsautoriteit op. Die moet de afstand tussen onderzoek, ontwikkeling, productie en operationele toepassing verkleinen.
Het ministerie wil oplopend 10 procent van het defensiebudget aan innovatie besteden. De nieuwe autoriteit krijgt aparte trajecten voor technologie die binnen vijf jaar kan worden ingevoerd en voor risicovollere ontwikkelingen die mogelijk pas over vijf tot vijftien jaar resultaat opleveren. Defensie wil daarbij nauwer samenwerken met technologiebedrijven, defensiebedrijven, investeerders en kennisinstellingen. (Defensie)
Voor de organisatie wordt richting 2030 gedacht aan ongeveer 350 miljoen euro per jaar. Daarvan zou circa 200 miljoen euro worden gebruikt voor het opschalen en versnellen van militaire capaciteiten en ongeveer 150 miljoen euro voor onderzoek en technologische ontwikkeling. De precieze inrichting moet nog worden uitgewerkt.
Ambitie moet nog worden vertaald naar programma’s
De doelstelling om binnen vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met onbemande systemen te bereiken, geeft een duidelijke richting aan het materieel- en innovatiebeleid. De Defensienota bevat echter nog geen volledig uitvoeringsprogramma.
Er worden geen totale aantallen drones, onbemande schepen, grondrobots of onbemande vliegtuigen genoemd. Ook ontbreken een meetmethode voor operationele effecten, een uitsplitsing per krijgsmachtdeel en een overzicht van de benodigde investeringen. De nota maakt evenmin duidelijk welk deel van de systemen op afstand wordt bestuurd en welk deel autonome functies krijgt.
De komende uitwerking in concrete materieelprojecten zal daarom moeten laten zien hoe ver de verschuiving naar onbemande en deels autonome systemen werkelijk gaat. Duidelijk is wel dat drones, robotica en AI niet langer als afzonderlijke innovatieprojecten aan de rand van de organisatie worden behandeld. In de plannen voor de krijgsmacht van de komende jaren worden zij onderdeel van de reguliere gevechtskracht, informatievoorziening en bescherming tegen nieuwe dreigingen.
