De bouwsector staat voor een dubbele uitdaging: minder mensen beschikbaar, meer werk te verzetten. Robotisering lijkt het logische antwoord. Maar hoe ver zijn we eigenlijk? Tijdens een Innovation Dinner bij BouwLab in Haarlem deelde projectmanager Nils Hospes de eerste bevindingen van een gezamenlijk onderzoek van vier Nederlandse innovatiehubs. De conclusie: er is al veel mogelijk, maar de weg naar schaalbare toepassing is complexer dan menige dansvideo op LinkedIn doet vermoeden.
In een fabriek is robotisering, tot op zekere hoogte, relatief eenvoudig. De omgeving is gestructureerd, routes zijn vooraf bekend en de robot doet dag in dag uit hetzelfde. De bouwplaats is het tegendeel: geen dag is hetzelfde, geen locatie identiek. Dat maakt automatisering een stuk lastiger.
Hospes, die al bijna vier jaar bij BouwLab werkt en projectlead was op het onderzoek Robots in de bouw, zette de nuances uiteen. Samen met Spark Campus (Brabant), Pionering (Enschede) en Building (Groningen) verkende BouwLab welke taken op de bouwplaats zich lenen voor robotisering, welke technologie al beschikbaar is en hoe ver die technologie is doorontwikkeld.
Drie typen robots, één grote vraag
Het onderzoeksteam onderscheidde drie categorieën robots: van single purpose (één gespecialiseerde taak, hoge productiviteit) via multipurpose naar general purpose. In die laatste categorie vallen de humanoïde robots, zoals de Atlas van Boston Dynamics. Indrukwekkend, maar nog lang niet inzetbaar naast mensen op een bouwplaats.

“Ze zijn nog niet veilig. Het is tachtig kilo bewegend metaal dat zich niet bewust is van de omgeving,” aldus een aanwezige. “Er zijn al filmpjes van mensen die gewond raken. Je kunt ze op dit moment niet zomaar naast mensen laten werken.” Dat nuanceert het enthousiasme dat viral-video’s op LinkedIn wekken. De synchrone dansvideo’s van humanoïde robots schiepen hoge verwachtingen, en die verwachtingen kloppen niet met de realiteit van vandaag. Toch heeft die golf van aandacht ook een positief effect: bedrijven die robotisering eerder als te ingewikkeld en te duur afschreven, staan nu opeens open voor de mogelijkheden.
AI verandert het spel
Een ander belangrijk inzicht uit het Innovation Dinner: de manier waarop robots worden aangestuurd, verandert fundamenteel. Traditioneel werden robots geprogrammeerd voor één vaste taak. Nu worden humanoïde robots getraind met videobeelden: iemand doet een taak voor, met een VR-bril of handschoenen, en die bewegingen worden omgezet in trainingsdata voor een AI-model.
Het slimme: die techniek is ook toe te passen op bestaande, ‘ouderwetse’ robotica. Door een camera toe te voegen en dezelfde trainingsmethode te gebruiken, kunnen ook eenvoudigere robots sneller en flexibeler worden ingezet. “Dat is een hele grote shift,” stelde Thijs Dorsssers van NLrobotics, “Robotica wordt hierdoor goedkoper en makkelijker aan te sturen.”
De parallel met Mercedes illustreert dit: het bedrijf experimenteerde met humanoïde robots in een fabriek in Berlijn, maar concludeerde al snel dat benen helemaal niet nodig zijn aan een lopende band. De volgende versie: een platform op wielen met twee armen. Minder complex, stabieler, efficiënter. Vorm volgt functie.
Wat er al in de praktijk werkt
De vier innovatiehubs voerden drie concrete praktijkverkenningen uit.
Robothond voor inspecties (Spark Campus & Building)
Beide hubs testten de quadruped robot van Unitree, een Chinese fabrikant met modellen in verschillende prijsklassen. Het goedkopere model is handmatig te besturen en geschikt voor eenvoudige inspecties. Het duurdere model is programmeerbaar en kan stapsgewijs autonoom worden gemaakt.
Building, dat zijn roots heeft in onderzoek naar aardbevingsschade in Groningen, ging een stap verder: studenten programmeerden de robothond om trillingen in woningen te meten. Normaal zou dat vereisen dat een heel huis vol wordt gehangen met sensoren. De robot presteerde vergelijkbaar, minder werknemers nodig, consistente data.
Humanoïde robot als leermiddel (Pionering/Enschede)
Breijn & Breeman Installatie testte een humanoïde robot die niet autonoom werkt, maar wordt aangestuurd door een medewerker met een VR-bril. Die doet handelingen voor, in dit geval het verplaatsen van leidingen en kratten, en de robot voert ze na. Geen eureka-moment qua autonomie, maar wél een waardevolle verkenning: hoe leren werknemers omgaan met robots? Wat verandert er in hun rol? De monteur wordt supervisor.
Een beslisframework voor de praktijk
Om MKB-bedrijven praktisch op weg te helpen, ontwikkelden de hubs een eenvoudig beslisframework. De kern bestaat uit drie vragen. Is de taak gevaarlijk, repetitief of fysiek belastend? Dan is het laaghangend fruit. Is de omgeving te stabiliseren? Een gecontroleerde omgeving is een voorwaarde voor betrouwbare robotinzet. En ten slotte: is de investering de moeite waard, gemeten aan hoe vaak de taak voorkomt en of schaal haalbaar is?
Wie nog niet toe is aan een eigen robot, kan terecht bij aanbieders van Robot as a Service (RaaS): bedrijven die processen analyseren en robots tijdelijk inzetten zonder dat een organisatie direct een grote investering hoeft te doen.
De echte drempel: adoptie, niet technologie
Misschien wel de belangrijkste conclusie van de avond: de technologie is vaak al beschikbaar, maar de adoptie hapert. Een robot aanschaffen zonder bijbehorende procesaanpassing levert een duur stofnest op. Sociale acceptatie is minstens zo’n struikelblok.
In de bouwkeet klaagden werknemers over rugpijn doordat ze een passief exoskelet hadden gedragen, waarna ze het de volgende dag lieten hangen. Medewerkers moeten leren omgaan met nieuwe hulpmiddelen, en dat vraagt begeleiding en commitment vanuit de organisatie. Tot slot moet ook de regelgeving mee-evolueren: huidige veiligheidsregels zijn niet ingericht op robots in niet-gecontroleerde omgevingen.
Naar een Nationale Robotica Agenda
BouwLab ondersteunt de Nationale Robotica Agenda, met als doel de inzet van robots in alle sectoren, niet alleen de bouw, te versnellen. De Nationale Robotica Agenda is een initiatief van NLrobotics en FME, ondersteund door verschillende organisaties. De ambitie: het aantal robots in Nederland verdubbelen, met een bijbehorende productiviteitsgroei. Bedrijven die het belang hiervan onderschrijven, worden gevraagd zich aan te sluiten.
De kaart met alle geïnventariseerde robotoplossingen voor de bouw, inclusief volwassenheidsniveau, wordt na publicatie van het rapport beschikbaar gesteld. Het rapport zelf volgt binnenkort.



