Een humanoïde robot kopen is voor de meeste gezinnen nog altijd een flinke uitgave: tussen de 40.000 en 100.000 dollar voor een volwaardig model, en 2.000 tot 8.000 dollar voor een viervoetige robothond. Jerry Wang, Executive Chairman van Faraday Future en Co-CEO van beursgenoteerde dochteronderneming AIxCrypto Inc. (AIXC), denkt die drempel te kunnen slechten. Zijn oplossing: robots huren, net zoals je via Uber of Lyft een auto huurt. “Dezelfde gedachte als bij auto’s, eigenlijk,” zegt Wang. “Als je een auto kunt delen, moet dat ook met een robot kunnen.”
Het nieuwe platform heet RoboShare en is het antwoord van AIxCrypto op een probleem waar de hele sector van humanoïde robots mee kampt: hoge aanschafkosten tegenover beperkt dagelijks nut. In plaats van meteen tienduizenden dollars neer te tellen, kunnen gebruikers via RoboShare een robot een paar uur, een dag, of langer uitproberen voordat ze überhaupt aan een aankoop denken.
Wang haalt entertainment aan als schoolvoorbeeld. Een verjaardagsfeest, een jubileum, een bedrijfsevent: voor zo’n 500 dollar kun je een humanoïde robot twee uur huren. “Hij kan zingen, dansen, met de gasten praten, grapjes maken, zodat iedereen zich vermaakt,” aldus Wang. Het idee is simpel: verlaag de drempel, laat mensen de robot in het echt ervaren, en hoop dat een goede eerste indruk hen op termijn overtuigt om er zelf een aan te schaffen, of dat nu een volledige humanoïde is of een kleinere robothond.
Een marktplaats gebouwd op bestaande eigenaars
Zoals elk deelplatform staat of valt RoboShare met voldoende aanbod. Wang verwacht dat aanbod niet alleen uit de eigen voorraad van Faraday Future, maar ook van particuliere eigenaars. “Als je een humanoïde of een robothond koopt, gebruik je die toch niet 24 uur per dag?” merkt hij op. Eigenaars kunnen hun robot voor ongeveer 200 dollar per dag verhuren wanneer ze zelf op reis zijn of het toestel niet gebruiken. Voor Faraday Future werkt elke verhuur ook als een soort trechter richting nieuwe verkoop: hobbyisten, ouders die een kleiner model huren voor de opvoeding van hun kinderen, of ontwikkelaars die de open API en SDK van het platform willen testen, kunnen allemaal uiteindelijk klant worden.
Een humanoïde verhuren is echter niet zo simpel als een sleutel overhandigen. De huidige generatie robots is nog niet volledig autonoom, dus is er voor elk evenement minstens twee man getraind personeel nodig om het toestel te vervoeren, in te stellen, op te laden en tijdens gebruik in de gaten te houden. Standaardtaken zoals dansen verlopen vlot omdat de bewegingen vooraf zijn ingeprogrammeerd; voor iets nieuws is telkens hertraining nodig, soms met VR-brillen en motion capture. Voorlopig, zegt Wang, is een volledige humanoïde vooral interessant voor ontwikkelaars, ingenieurs of bedrijven die shows verzorgen, minder voor een doorsnee huishouden.
Aansprakelijkheid is afgedekt via specifieke verzekeringen voor robottoestellen, geen sinecure om te vinden, aldus Wang, aangevuld met getrainde technici die bij elke inzet van een humanoïde aanwezig zijn. De prioriteit is en blijft simpel: “Het belangrijkste is dat er niemand gewond raakt.”
Lancering en eerste signalen
RoboShare start in de Verenigde Staten, met dichtbevolkte steden als Los Angeles als eerste testmarkt, gevolgd door plaatsen als New York. Europa staat voorlopig niet op de planning; volgens Wang verschillen regelgeving en marktervaring voldoende om eerst het Amerikaanse model te bewijzen voordat er aan verdere internationale uitbreiding wordt gedacht.
De eerste pilottests leverden al een opvallend signaal op: meer dan de helft van de geïnteresseerden geeft aan liever eerst te huren dan meteen te kopen, niet zo gek als je bedenkt dat een paar honderd dollar voor een dag huur een stuk minder risicovol is dan een investering van tienduizenden dollars.
Toepassingen
Los van RoboShare zelf, benoemt Wang drie toepassingsgebieden waar physical AI volgens hem nu al waarde kan bieden, ook al is de technologie op andere vlakken nog volop in ontwikkeling.
Onderwijs. Faraday Future organiseert in Los Angeles robotica-zomerkampen in samenwerking met publieke en private onderwijsinstellingen: meerdere weken lange programma’s waarin kinderen kennismaken met hardware, software, cloudverbindingen en de basisprincipes van AI. Het bedrijf wil daarnaast een jaarabonnement aanbieden (zo’n 399 dollar per jaar) gekoppeld aan programmeerbare robothonden met open API’s.
Veiligheid en bewaking. Een robothond met camera’s, geprijsd rond de 5.000 dollar, combineert gezichtsherkenning aan de voorzijde met 360-graden bewaking en lidar-gestuurde patrouilles. Hij herkent gezinsleden, waarschuwt onbekende bezoekers en kan bij aanhoudende toenadering een alarm activeren en de politie inschakelen, terwijl hij ook koppelt met bestaande camerasystemen. Wang ziet toepassingen variëren van beveiliging van een achtertuin tot nachtelijk toezicht op magazijnen en fabrieken, inclusief risicovolle situaties zoals poolshoogte nemen bij brand zonder daarvoor iemand in gevaar te brengen.
Industriële logistiek. In plaats van robots op poten zet Faraday Future wielgedreven humanoïde platforms in voor productie- en assemblageomgevingen, waar stabiliteit en lagere kosten zwaarder wegen dan het voordeel van benen.
Over de discussie benen versus wielen bevestigt Wang dat wielgedreven ontwerpen, goedkoper, eenvoudiger en mechanisch minder storingsgevoelig, steeds vaker de pragmatische keuze zijn voor industriële toepassingen, ook al blijven robots op poten het meest tot de verbeelding spreken.
Chinese hardware, Amerikaanse software
De onderliggende strategie van Faraday Future, die Wang zelf een “bridge strategy” noemt, steunt op samenwerkingen met gevestigde Chinese robotfabrikanten voor de hardware. “We doen zelf minder aan hardware,” legt Wang uit. “In plaats daarvan werken we samen met de beste Chinese robotbedrijven om hun beproefde en succesvolle onderdelen naar de Verenigde Staten te brengen.” Faraday Future zelf verzorgt de eindassemblage, de Amerikaanse certificering en de volledige software-, AI-, connectiviteits- en datalaag. Alle data blijft op de eigen servers van het bedrijf, onder Amerikaanse controle, wat mogelijke zorgen over privacy en regelgeving moet wegnemen.
De stand van zaken in physical AI
Gevraagd om de huidige staat van physical AI te becijferen, schat Wang de hardware op zo’n 50 tot 60 procent van waar die moet staan, terwijl software en praktische taakuitvoering nog maar op 10 tot 20 procent zitten. Hij illustreert die kloof met een eenvoudig voorbeeld: de opdracht “breng me een koffie” vereist dat een robot begrijpt wat koffie is, waar hij die kan vinden of hoe hij die moet zetten, welk gereedschap en welke stappen daarvoor nodig zijn, en hoe hij voorwerpen van uiteenlopend gewicht en breekbaarheid moet vastpakken, een veel complexere keten van beslissingen dan zelfrijdende auto’s, die volgens Wang in wezen slechts vier bewegingsrichtingen kennen: vooruit, achteruit, links en rechts.
Ook de schaal van het databronprobleem is veelzeggend, zegt Wang: autonome voertuigen kunnen putten uit data van miljoenen auto’s op de weg, terwijl de hele wereldwijde vloot aan robots slechts in de tienduizenden telt. Die kloof dichten zal nog veel tijd, rekenkracht en trainingsdata vergen, maar platforms als RoboShare wedden er intussen op dat mensen simpelweg de kans geven om een robot uit te proberen, op zich al een belangrijke stap vooruit is.
