Home Bots & BusinessRapport Wennink: Robots zijn sleuteltechnologie in weg naar strategische positie

Rapport Wennink: Robots zijn sleuteltechnologie in weg naar strategische positie

door Marco van der Hoeven

Nederland kan zijn toekomstige welvaart niet langer veiligstellen door simpelweg meer te werken. Dat is de harde conclusie van het Rapport-Wennink, dat eind vorige week in Nieuwspoort werd gepresenteerd. Om de economie draaiende te houden is jaarlijks minimaal 1,5 tot 2 procent groei nodig, maar de huidige vooruitzichten blijven steken onder de 1 procent. Tegelijkertijd is bijna alle robotica die in Nederland wordt gebruikt afkomstig uit het buitenland, terwijl robots juist worden gezien als een sleuteltechnologie om arbeidstekorten op te vangen en de productiviteit structureel te verhogen. Zonder ingrijpen dreigt Nederland technologisch afhankelijk te blijven van China, de Verenigde Staten en Azië, en verliest het zijn positie in strategische waardeketens. 

Het demissionair kabinet-Schoof heeft Peter Wennink begin september gevraagd om een onafhankelijk advies uit te brengen over het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Het resultaat, De route naar toekomstige welvaart – Een sterk Nederland in een relevant Europa, werd op 12 december 2025 gepresenteerd in Nieuwspoort. In het rapport schetst Wennink hoe Nederland zijn economische groei, productiviteit en strategische relevantie kan veiligstellen in een wereld waarin technologische machtsverhoudingen snel verschuiven.

Robotica speelt in dat verhaal een duidelijke, maar niet opzichzelfstaande rol. Het rapport positioneert robotica als een essentiële productiviteitstechnologie binnen het bredere domein digitalisering en AI, en koppelt die expliciet aan de structurele uitdagingen van arbeidsmarktkrapte, geopolitieke afhankelijkheid en stagnerende productiviteitsgroei.

Robotica als antwoord op structurele arbeidskrapte

Een kernboodschap van het Rapport-Wennink is dat Nederland zijn toekomstige welvaart niet langer kan baseren op meer arbeid, maar op hogere arbeidsproductiviteit. Vergrijzing en een hoge arbeidsparticipatie laten weinig ruimte voor verdere groei in gewerkte uren. Technologie moet het verschil maken.

Robotica wordt in dat kader genoemd als een praktisch en schaalbaar middel om arbeidstekorten te verlichten en productiviteit structureel te verhogen, met name in sectoren als industrie, logistiek, landbouw en zorg. Het rapport plaatst robots nadrukkelijk in de categorie technologieën die directe economische impact kunnen hebben, mits ze op grote schaal worden ontwikkeld en toegepast.

Een grotendeels geïmporteerde technologie

Tegelijkertijd is de constatering scherp: robotica is voor Nederland op dit moment grotendeels een geïmporteerde technologie. De meeste robotsystemen die hier worden ingezet, zijn afkomstig uit landen als China, de Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea en Duitsland. Daarmee is Nederland vooral afnemer, niet bepalend in de waardeketen.

Volgens Wennink wordt dat problematisch wanneer afhankelijkheden eenzijdig worden. In zo’n situatie verliest Nederland niet alleen economische waarde, maar ook strategische relevantie. Wie technologisch niet meedoet, heeft weinig invloed op standaarden, prijzen en leveringszekerheid. Dat geldt voor AI en halfgeleiders, maar volgens het rapport net zo goed voor robotica.

Opbouw van eigen robotica-posities

Om die afhankelijkheid te doorbreken, bevat het rapport concrete voorstellen om Nederlandse posities in geavanceerde robotica te ontwikkelen. Het gaat daarbij niet om massaproductie van standaardrobots, maar om hoogwaardige niches in de hightech maakindustrie.

De voorgestelde initiatieven brengen ingenieurs, onderzoekers en ondernemers samen in multidisciplinaire teams, met als doel doorbraken te realiseren in geavanceerde robotsystemen. Die systemen bouwen voort op andere strategische technologieën waarin Nederland al sterk is, zoals halfgeleiders, sensortechnologie, rekenkracht en AI-modellen. Robotica wordt daarmee gepositioneerd als een integratiepunt van meerdere sleuteltechnologieën.

Onderdeel van een bredere digitale stack

Opvallend is dat robotica in het Rapport-Wennink niet los wordt benaderd. Robots maken deel uit van een bredere digitale stack, die loopt van hardware en infrastructuur tot AI-modellen en concrete toepassingen. In de investeringspijplijn voor digitalisering en AI worden onder meer een Foundational Robotics Lab en een Robotica Center of Excellence genoemd, naast initiatieven op het gebied van chips, fotonica, datacenters en AI-fabrieken.

Die samenhang is volgens het rapport cruciaal. Zonder toegang tot rekenkracht, energie en talent blijven robots prototypes. Zonder toepassingen in industrie en zorg blijft AI abstract. De economische waarde ontstaat pas wanneer de hele keten functioneert.

Randvoorwaarden bepalen succes of falen

Een terugkerend thema in het rapport is dat technologische ambities stranden als randvoorwaarden niet op orde zijn. Dat geldt ook voor robotica. Het rapport wijst op knelpunten zoals netcongestie, hoge energieprijzen, complexe vergunningprocedures en een tekort aan technisch geschoold personeel.

Zonder versnelling op die dossiers lopen robotica-initiatieven volgens Wennink het risico niet te kunnen opschalen of Nederland te verlaten. Daarmee zou niet alleen investeringskapitaal verloren gaan, maar ook kennis en strategische positie.

Robotica in het grotere geheel

In De route naar toekomstige welvaart is robotica geen doel op zich. Het is een middel binnen een bredere strategie om productiviteit te verhogen, economische groei mogelijk te maken en Nederland technologisch relevant te houden in Europa. De inzet is helder: zonder gerichte keuzes en investeringen dreigt Nederland een consument te blijven van buitenlandse robots en automatiseringstechnologie.

Het rapport pleit daarom niet alleen voor investeren in robots, maar voor investeren in de voorwaarden waaronder robotica daadwerkelijk bijdraagt aan economische en maatschappelijke waarde. In die zin past robotica naadloos in de centrale boodschap van het Rapport-Wennink: niet alles kan, maar niet kiezen is geen optie.

Peter Wennink (1957) was van 2013 tot april 2024 president en CEO van ASML, het Nederlandse hightechbedrijf dat wereldwijd een sleutelpositie inneemt in geavanceerde chipproductie. Onder zijn leiding groeide ASML uit tot een van de meest strategisch relevante technologiebedrijven ter wereld. Na zijn vertrek bij ASML bekleedt Wennink diverse toezichthoudende en adviserende functies, onder meer in het Nederlandse innovatie- en kennisecosysteem. In de zomer van 2025 vroeg het demissionair kabinet-Schoof hem om een onafhankelijk advies uit te brengen over het investeringsklimaat en het toekomstige verdienvermogen van Nederland, wat resulteerde in het Rapport-Wennink.

Foto credit Mediabureau Leiden

Misschien vind je deze berichten ook interessant