Home Bots & BusinessPilz: ‘Robotveiligheid vraagt nu om voorbereiding, niet pas in 2027’

Pilz: ‘Robotveiligheid vraagt nu om voorbereiding, niet pas in 2027’

door Marco van der Hoeven

Automation Xperience vindt plaats op een moment waarop robotisering in de maakindustrie verder versnelt, maar ook de eisen aan machineveiligheid veranderen. Nieuwe robot toepassingen, collaboratieve applicaties, AI-functionaliteit en industrial security maken het veiligheidsvraagstuk complexer. Voor Pilz Nederland is dat een belangrijk thema op de beurs. Rocking Robots sprak hierover met Jelger Slim, Safety Consultant en trainer bij Pilz Nederland.

“Er is werk aan de winkel,” zegt Slim. “De nieuwe Machineverordening (wetgeving) is al gepubliceerd en wordt in 2027 verplicht. Tegelijkertijd zijn in 2025 de nieuwe delen van veiligheidsnorm EN-ISO 10218-1 & 2 vrijgegeven. Bedrijven die robots ontwerpen, integreren of gebruiken, moeten zich daar nu al op voorbereiden.”

“Op het gebied van normontwikkeling gebeurt er veel,” zegt hij. “De nieuwe EN-ISO 10218-1 en EN-ISO 10218-2 zijn in 2025 vrijgegeven. Daarin is veel aandacht voor de interactie tussen robots en mensen. Vanuit dat theoretische kader zijn er dus duidelijke ontwikkelingen en nieuwe veiligheidseisen.”

Maar de praktijk loopt niet altijd gelijk met de normontwikkeling. “Bij fabrikanten, integratoren en eindgebruikers zie ik grote verschillen. Ik kom nog steeds robot toepassingen tegen waarbij onvoldoende is nagedacht over het veiligheidsconcept, zowel mechanisch, elektrisch als besturingstechnisch. Daar valt nog veel te verbeteren.”

Nieuwe EN-ISO-normering

De nieuwe EN-ISO 10218-serie is volgens Slim belangrijk omdat deze beter aansluit op de manier waarop robots tegenwoordig worden ingezet. “De wereld van robotica is veranderd. Voorheen werd vooral gesproken over de traditionele industriële robot. Met de komst van collaboratieve robottoepassingen is de interactie tussen mens en machine veel belangrijker geworden. De nieuwe norm geeft een duidelijker referentiekader voor verschillende soorten toepassingen en de veiligheidsmaatregelen die daarbij horen.”

“De nieuwe robotclassificatie maakt een onderscheid tussen klasse 1 en klasse 2 robots, waarbij factoren zoals snelheid, de krachten die vrijkomen bij bewegingen en het gewicht dat aan de robot hangt een grote rol speelt,” zegt hij. “Ook de payload speelt mee. Bij een payload van tien kilogram of meer kan een robot toepassing in een andere klasse vallen.”

Die classificatie is volgens hem niet slechts een administratieve stap. Zij bepaalt mede welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn. “De indeling in klassen is bedoeld om ontwerpers, fabrikanten en andere betrokken partijen een beter hanteerbaar kader te geven. Voorheen was er minder duidelijke scheiding. Nu wordt beter zichtbaar welke maatregelen passen bij welke toepassing.”

Veiligheid stopt niet bij aankoop

Ook voor eindgebruikers is dit relevant, omdat robotveiligheid niet ophoudt bij de aanschaf van een robot. Een robot kan als product voldoen aan de eisen van de fabrikant, maar zodra die wordt geïntegreerd in een bredere productielijn of robotcel, verandert de veiligheidsbeoordeling.

“Als eindgebruiker koop je misschien een robot van een bekende fabrikant,” zegt Slim. “Maar zodra je die robot integreert in een groter samenstel van machines, moet je opnieuw kijken naar de omgeving, de toepassing en de condities waarin de robot daadwerkelijk draait. Daar worden in de praktijk nog vaak stappen overgeslagen.”

Dat punt komt volgens hem vaak naar voren bij ingebruikname. Een machine of robot wordt gekocht met de juiste documentatie, maar daarna worden instellingen aangepast, worden processen gewijzigd of zoekt de werkvloer de grenzen op. Daardoor kan een toepassing die aanvankelijk veilig was, alsnog risicovol worden.

Proces

“Bij de overstap van inkoop naar implementatie en ingebruikname gaat het regelmatig mis,” zegt Slim. “Ik zie in de praktijk robotapplicaties waarbij onvoldoende rekening is gehouden met alle veiligheidseisen die in de uiteindelijke eindgebruikersomgeving van toepassing zijn. De robot staat dan niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter samenstel van machines. Juist die context moet worden meegenomen.”

“Fabrikanten, ontwerpers, importeurs, distributeurs en eindgebruikers krijgen allemaal met de nieuwe eisen te maken,” zegt Slim. “Iedere partij moet begrijpen welke verantwoordelijkheid zij heeft. De Machineverordening en de bijbehorende veiligheidsnormen vragen om een ketenbenadering.”

Cybersecurity en AI

Een onderwerp dat steeds nadrukkelijker naar voren komt, is cybersecurity. Moderne robotcellen en productielijnen zijn meestal verbonden met netwerken. Dat maakt controle op afstand, data-analyse en integratie met andere systemen mogelijk, maar brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. De nieuwe Machineverordening besteedt nadrukkelijk aandacht aan digitale risico’s en industriële security.

“Vroeger draaide een robotapplicatie vaak lokaal en geïsoleerd,” zegt Slim. “Tegenwoordig kunnen volledige productielijnen op afstand worden benaderd of gewijzigd. Dan moet je nadenken over ongeautoriseerde toegang, cyberaanvallen en het risico dat iemand systemen platlegt of overneemt.”

Volgens Slim moet cybersecurity daarom onderdeel worden van de risicobeoordeling. “Securityrisico’s moeten worden meegenomen in de risk assessment. Hierbij gaat het vooral om de vraag wie toegang heeft tot het systeem, welke rechten iemand heeft en hoe je voorkomt dat onbevoegden invloed kunnen uitoefenen op de machine.”

Verantwoordelijkheid

Dat wordt nog belangrijker door de opkomst van AI in productieomgevingen. AI-functionaliteit kan machines adaptiever maken, maar roept ook nieuwe vragen op over voorspelbaarheid, verantwoordelijkheid en conformiteitsbeoordeling. “Artificial intelligence was in de oude Machinerichtlijn niet op deze manier opgenomen,” zegt Slim. “In de nieuwe Machineverordening wordt daar wel rekening mee gehouden. Als AI onderdeel wordt van een machine, kan dat gevolgen hebben voor de conformiteitsbeoordeling.”

Dat kan betekenen dat een notified body (ook wel NOBO genoemd) betrokken moet worden. “Wanneer een machine met AI wordt uitgerust, is de kans groter dat een externe partij de veiligheid en compliance moet beoordelen. Een fabrikant of eindgebruiker moet dan extra documentatie opstellen, test- en validatiemethoden vastleggen en kunnen aantonen dat aan de gestelde eisen wordt voldaan.”

Ook hier geldt dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de oorspronkelijke fabrikant ligt. “Als een fabrikant AI toevoegt aan een machine, moet hij dat meenemen in zijn ontwerptraject. Maar als een eindgebruiker een bestaande machine wijzigt door AI-functionaliteit toe te voegen, kan ook die eindgebruiker nieuwe verantwoordelijkheden krijgen.”

Robots

“Bij robotapplicaties die worden gecombineerd met artificial intelligence krijg je dus te maken met nieuwe veiligheidseisen en conformiteitsissues,” zegt Slim. “Dat geldt zeker als zo’n robot onderdeel wordt van een groter samenstel van machines. Dan moet je aantonen dat de toepassing als geheel veilig en compliant is.”

Voor bedrijven die robots toepassen of willen toepassen, heeft Slim een praktisch advies. “Neem kennis van de Machineverordening en kijk welke wijzigingen relevant zijn voor jouw product, systeem of toepassing,” zegt hij. “Voer een gap-analyse uit. Kijk welke nieuwe eisen invloed hebben op jouw situatie en bepaal op basis van welke normen je conformiteit kunt aantonen.”

Die analyse moet breder zijn dan alleen een juridische check. “Je moet kijken naar het hele veiligheidsconcept. Welke mechanische risico’s zijn er? Welke elektrische risico’s? Welke besturingstechnische risico’s? En welke securityrisico’s ontstaan doordat systemen verbonden zijn of op afstand benaderd kunnen worden?”

Een complicerende factor is dat de nieuwe praktijkgids voor de Machineverordening nog in ontwikkeling is. De Europese Commissie werkt aan een nieuwe gids voor de toepassing van Verordening (EU) 2023/1230. Deze is naar verwachting eind 2026 beschikbaar. Slim vindt dat krap.

Duidelijkheid

“De praktijkgids zou bedrijven moeten helpen om de nieuwe eisen goed te interpreteren. Maar we zitten inmiddels in 2026 en de Machineverordening wordt in januari 2027 verplicht. Voor fabrikanten, ontwerpers en eindgebruikers is dat een krap tijdspad.”

Hij begrijpt dat de totstandkoming complex is, maar ziet ook een praktisch probleem. “Er zijn veel partijen betrokken bij zo’n gids en de inhoud moet zorgvuldig worden opgesteld. Tegelijkertijd moeten bedrijven zich nu al voorbereiden. Als de gids pas laat beschikbaar komt, voelt dat voor veel partijen als mosterd na de maaltijd.”

Daarom is het volgens Slim belangrijk om niet te wachten op volledige duidelijkheid. “2027 lijkt misschien nog ver weg, maar het staat om de hoek. Zeker bedrijven die robotapplicaties combineren met AI, cybersecurityvraagstukken of complexe integratie in productielijnen hebben echt werk te verrichten.”

Rocking Robots zal ook dit jaar weer als mediapartner verslag doen. bekijk hier de reportage van vorig jaar:

Misschien vind je deze berichten ook interessant