Nederlandse industriële bedrijven verwachten dat robots de komende jaren een grotere rol gaan spelen in hun productieprocessen, maar volledige automatisering is in de praktijk nog beperkt. Dat blijkt uit onderzoek van reichelt elektronik, uitgevoerd door onderzoeksinstituut OnePoll onder Nederlandse industriële bedrijven.
Volgens het onderzoek gebruikt 79 procent van de Nederlandse bedrijven inmiddels robotica. Toch blijft het aandeel geautomatiseerde werkzaamheden bij de meeste bedrijven relatief laag. Van de bedrijven die robots inzetten, voert 71 procent minder dan 40 procent van de werkzaamheden met robots uit. Slechts 6 procent heeft meer dan 60 procent van het productieproces geautomatiseerd.
De verwachtingen voor verdere automatisering liggen hoger. Bijna drie op de vijf bedrijven, 58 procent, verwachten dat hun productieproces binnen vijf jaar volledig geautomatiseerd zal zijn. Daarmee bestaat er een verschil tussen de huidige inzet van robotica en de mate van automatisering die bedrijven op korte termijn voorzien.
“Bedrijven zien automatisering steeds vaker als noodzaak in plaats van als keuze,” zegt Malte Janßen, verantwoordelijk voor Product Management Robotics & Electromechanical Components bij reichelt elektronik. “Met name het tekort aan gekwalificeerd personeel dwingt organisaties om versneld te kijken naar technologische oplossingen. Tegelijkertijd laat het huidige automatiseringsniveau zien dat volledig autonome fabrieken nog niet direct realiteit zijn. De verwachting loopt in dat opzicht vooruit op de praktijk.”
Robotica wordt door bedrijven vooral gezien als een manier om personeelstekorten en productiedruk op te vangen. Volgens het onderzoek noemt 62 procent van de respondenten robotica een belangrijke manier om het tekort aan gekwalificeerd personeel te beperken. Ook de investeringsbereidheid neemt toe. Bij 59 procent van de bedrijven is het budget voor robotica-investeringen de afgelopen jaren gestegen, waarvan 15 procent spreekt van een sterke stijging.
Tegelijkertijd noemen bedrijven verschillende factoren die verdere automatisering vertragen. Zij wijzen onder meer op de behoefte aan eenvoudiger programmering en bediening, lagere kosten en verdere technologische ontwikkeling. Ook de implementatie en integratie van robots in bestaande productieprocessen blijft voor een deel van de bedrijven een aandachtspunt.
Naast bestaande industriële robots kijken bedrijven ook naar humanoïde robots. Deze robots, die qua vorm en beweging zijn gemodelleerd naar de mens, worden volgens het onderzoek door 13 procent van de bedrijven al gebruikt. Nog eens 21 procent overweegt erin te investeren.
Bedrijven die humanoïde robots gebruiken, zetten deze vooral in voor repetitieve of fysiek zware taken en voor het verbeteren van operationele efficiëntie. Een deel gebruikt de technologie ook om te experimenteren met nieuwe toepassingen. Daarmee bevinden humanoïde robots zich volgens de onderzoeksresultaten nog in een vroege fase van toepassing binnen de industrie.
Technologische ontwikkelingen spelen volgens bedrijven een rol in de verdere inzet van robotica. Kunstmatige intelligentie en verbeterde sensortechnologie worden genoemd als factoren die robots in staat kunnen stellen complexere taken uit te voeren en beter te functioneren in wisselende productieomgevingen.
“De toekomst van robotica ligt in systemen die niet alleen efficiënter zijn, maar ook flexibeler en intelligenter,” zegt Janßen. “Waar traditionele robots vooral gericht zijn op herhaling en schaal, zien we dat nieuwe technologieën het mogelijk maken om steeds complexere en mensgerichte taken te automatiseren. Humanoïde robots zijn daar een interessant voorbeeld van: ze laten zien waar de industrie naartoe beweegt, maar ook dat die toekomst nog volop in ontwikkeling is.”
