Sociale robots kunnen uitgroeien tot meer dan alleen een handig hulpmiddel. Dat blijkt uit onderzoek van de University of Guelph, gepubliceerd in Frontiers in Robotics and AI. Zelfs jaren nadat hun oorspronkelijke taak is vervuld, blijven sommige robots een vaste plek in huis houden – en in het hart van hun gebruikers.
In 2021 kregen twintig gezinnen een kleine, uilvormige voorleesrobot genaamd Luka in huis. Luka kon prentenboeken scannen en voorlezen, om zo peuters te helpen met leren lezen. Vier jaar later gingen de onderzoekers terug. Ze verwachtten dat de kinderen de robot inmiddels ontgroeid zouden zijn.
Het tegendeel bleek waar. In 18 van de 19 gezinnen stond Luka er nog steeds. Soms werd hij nog opgeladen, soms gebruikt als muziekspeler. Vaak stond hij gewoon op een boekenplank of nachtkastje, naast andere herinneringen aan de vroege kinderjaren.
De interviews leverden opvallende verhalen op. Een kind noemde Luka “mijn kleine broertje”, een ander “het enige huisdier dat ik ooit heb gehad”. Sommige ouders gaven toe dat ze de robot vooral voor zichzelf bewaarden, als tastbare herinnering aan voorleesmomenten en eerste stappen in de leesontwikkeling.
Luka kreeg vaak een speciale plek in huis. Sommige gezinnen versierden hem met een handgemaakt naamkaartje of zetten hem op een kleedje. In één gezin werd hij zelfs officieel “met pensioen” gestuurd en doorgegeven aan een jonger familielid.
Volgens de onderzoekers laat dit zien dat zelfs eenvoudige robots – zonder bewegende delen of vrije spraak – een emotionele rol kunnen krijgen. Dat heeft gevolgen voor het ontwerp van nieuwe robots: denk niet alleen aan de eerste maanden van gebruik, maar ook aan wat er daarna gebeurt.
Kinderen bleken de robot vaak een nieuwe functie te geven. Sommigen verzonnen verhalen voor Luka of “leerden” hem nieuwe dingen. Anderen gebruikten hem om een jonger broertje of zusje te troosten.
De conclusie van de onderzoekers: als AI-robots vaker hun intrede doen in gezinnen, moeten we niet alleen kijken naar hoe ze gebruikt worden, maar ook naar hoe ze een plek in het geheugen – en soms in het hart – van mensen krijgen.
