Nederland doet het goed op het gebied van kunstmatige intelligentie. Maar goed genoeg? Dat is de vraag die centraal staat in het rapport Unlocking the Netherlands’ AI Potential 2026, opgesteld door Strand Partners in opdracht van Amazon Web Services. Want achter de bemoedigende cijfers schuilt een groeiende tweedeling.
61% van de Nederlandse bedrijven heeft AI inmiddels omarmd, een stijging ten opzichte van de 49% van vorig jaar. Daarmee blijft Nederland ruim boven het Europese gemiddelde van 54%. Ook op het gebied van cloudadoptie scoort Nederland sterk: 76% van de bedrijven maakt gebruik van cloudtechnologie, tegenover 68% in de rest van Europa.
Maar wie dieper kijkt, ziet dat de meeste bedrijven AI nog heel basaal inzetten. 55% gebruikt publiek beschikbare chatbots of kant-en-klare AI-tools voor routinematige taken. Echt transformatief gebruik – denk aan het combineren van meerdere modellen, het bouwen van eigen AI-systemen of de inzet van agentische AI – is voorbehouden aan een kleinere groep. Slechts 30% van de AI-adopterende bedrijven bevindt zich in die geavanceerde categorie, al is dat wel een stijging ten opzichte van de 25% van vorig jaar en flink boven het Europese gemiddelde van 22%.
Agentic AI
De volgende generatie AI – systemen die zelfstandig plannen, redeneren en actie ondernemen – staat voor de deur. Toch voelt slechts 23% van de Nederlandse bedrijven zich klaar om deze technologieën te adopteren. Bij startups ligt dat anders: 83% van hen zegt zich volledig of grotendeels voorbereid te voelen.
Van de bedrijven die agentic AI al inzetten, rapporteren ze duidelijke voordelen: snellere besluitvorming en uitvoering (44%), hogere productiviteit (36%) en betere schaalbaarheid (25%). De vraag is hoe meer bedrijven die stap kunnen zetten.
De drie meest genoemde belemmeringen zijn een tekort aan digitale vaardigheden (38%), onvoldoende financiële middelen (36%) en juridische onzekerheid rondom AI-regelgeving (24%).
Startups
Nederlandse startups lopen voorop als het gaat om geavanceerd AI-gebruik. Maar er is een alarmsignaal: 41% overweegt Europa te verlaten om elders te kunnen opschalen. Dat ligt boven het Europese gemiddelde van 38%. Als bestemming wordt de Verenigde Staten het vaakst genoemd (61%). De voornaamste redenen om te vertrekken zijn een gebrek aan financiering elders (58%), lagere operationele kosten buiten Europa (55%) en snellere internationale schaalbaarheid (52%).
Wat zou ze doen blijven? Meer beschikbaarheid van durfkapitaal en groeifinancering (70%), een duidelijker en stabieler regelgevend klimaat (66%) en een gemakkelijkere weg naar internationale schaal (30%). Het ecosysteem genereerde tussen 2021 en 2023 maar liefst 96 miljard dollar aan waarde. Als een substantieel deel van die startups vertrekt, verdwijnt ook een groot deel van de toekomstige economische waarde naar het buitenland.
De barrières
Naast de specifieke uitdagingen voor startups kampen alle Nederlandse bedrijven met structurele obstakels. Compliance is een grote kostenpost geworden: 40% van het totale technologiebudget gaat inmiddels op aan het voldoen aan regelgeving, tegenover 35% vorig jaar. 79% van de bedrijven zegt dat deze kosten de afgelopen drie jaar zijn gestegen, en 78% verwacht dat ze de komende drie jaar verder zullen toenemen.
Het digitale vaardighedentekort is de meest genoemde belemmering voor verdere AI-adoptie. 58% van de bedrijven noemt een gebrek aan AI- en digitale skills als obstakel, beduidend meer dan het Europese gemiddelde van 51%. De meest gevraagde expertise die nu ontbreekt: AI en machine learning (50%), cybersecurity (45%) en data-analyse en data-engineering (45%). Slechts 25% van de bedrijven beschouwt de eigen AI-vaardigheden als sterk. De helft erkent nog in ontwikkeling te zijn, en 21% staat nog maar aan het begin.
Soevereiniteit
Een opvallende bevinding gaat over digitale soevereiniteit. Bedrijven willen geen isolatie van de wereldmarkt – ze willen keuzevrijheid. 91% zegt voldoende keuze te hebben bij het selecteren van AI-aanbieders, en 95% werkt al met een mix van aanbieders uit verschillende regio’s, het hoogste percentage van alle onderzochte landen.Wat soevereiniteit voor hen betekent? Niet het bezitten van elke schakel in de keten, maar het vermogen om te innoveren met de beste technologieën, gecombineerd met stevige standaarden voor dataprivacy en cybersecurity.
Wat moet er gebeuren?
Het rapport doet drie concrete aanbevelingen:
Ten eerste moet Nederland de toegang tot mondiale technologieleveranciers waarborgen. Regelgeving rondom soevereiniteit moet innovatie versterken, niet belemmeren.
Ten tweede moet de vereenvoudigingsagenda van Europa serieus worden opgepakt. Met 40% van het techbudget opgeslurpt door compliance, en slechts 31% van de bedrijven die zegt de EU AI Act goed te begrijpen, is er werk aan de winkel.
Ten derde moet geïnvesteerd worden in vaardigheden en een goed functionerende Europese digitale interne markt. Overheden en bedrijven moeten samenwerken om de kenniskloof te dichten, van werknemers die nu al actief zijn tot de toekomstige beroepsbevolking.
Kans
Nederland heeft de fundamenten: hoge adoptiegraad, digitaal volwassen economie, een levendig startup-ecosysteem. Maar de volgende fase vraagt meer dan adoptie. Het vraagt om echte transformatie, op brede schaal, in alle sectoren en bedrijfsgroottes.
De conclusie van het rapport is helder: de kans om een blijvend concurrentievoordeel op te bouwen is er nu. Maar zonder concrete actie op het gebied van vaardigheden, financiering en regelgeving, dreigt AI een privilege te blijven van een kleine voorhoede – in plaats van een motor voor de hele economie.
