Nederlandse gemeenten maken steeds vaker gebruik van kunstmatige intelligentie in beleidswerk, maar de adoptie wordt sterk beïnvloed door beperkte kennis, wisselend beleid en gebrek aan structurele ondersteuning. Dit blijkt uit onderzoek door Anne Roos Roohé aan de Universiteit Leiden, op basis van interviews met beleidsmanagers uit verschillende gemeenten.
Het onderzoek richt zich op de vraag hoe technische expertise van publieke managers samenhangt met hun bereidheid om AI toe te passen in beleidsvorming. Volgens Roohé staan veel ambtenaren open voor het gebruik van AI en zien zij het als een blijvend onderdeel van hun werk. Tegelijkertijd blijven zorgen bestaan over privacy, ethiek, transparantie en verantwoordelijkheid. Die zorgen zorgen ervoor dat het gebruik vaak voorzichtig en beperkt blijft.
Een belangrijk knelpunt is het kennisniveau. Veel respondenten maken gebruik van tools als ChatGPT en Microsoft Copilot, maar hebben slechts een globaal begrip van hoe AI-systemen functioneren. Die beperkte AI-geletterdheid leidt tot onzekerheid over risico’s zoals foutieve informatie, hallucinaties en dataveiligheid. Slechts een klein deel van de ondervraagde managers beschikt over diepgaande technische kennis.
Gebruiksgemak
Het onderzoek laat zien dat gebruiksgemak een belangrijke rol speelt bij adoptie. AI-tools die eenvoudig zijn te bedienen en aansluiten op bestaande werkprocessen worden sneller geaccepteerd. Vooral chatinterfaces worden als laagdrempelig ervaren. Tegelijkertijd ontbreekt het in veel gemeenten aan gestructureerde training, waardoor het leerproces vooral informeel verloopt.
Ook de ervaren meerwaarde blijkt doorslaggevend. Respondenten noemen tijdsbesparing bij het schrijven en samenvatten van documenten, ondersteuning bij data-analyse en hulp bij beleidsvoorbereiding als belangrijkste voordelen. Wanneer AI aantoonbaar bijdraagt aan efficiëntie en kwaliteit, neemt de bereidheid tot gebruik toe.
Organisatie
De organisatorische context verschilt sterk per gemeente. Sommige organisaties investeren in AI-werkgroepen, richtlijnen en interne platforms, terwijl andere nauwelijks beleid hebben ontwikkeld. Volgens het onderzoek gebruikt een groot deel van de gemeenten inmiddels generatieve AI-tools, vaak zonder duidelijke interne regels of structureel toezicht. Hierdoor blijft verantwoord gebruik in veel gevallen afhankelijk van individuele medewerkers.
Ondanks de groeiende inzet van AI benadrukken respondenten het belang van menselijke controle. AI wordt vooral gezien als ondersteunend instrument, niet als vervanger van beleidsmedewerkers. Controle op uitkomsten en kritisch gebruik blijven noodzakelijk, vooral bij gevoelige beleidsdossiers.
Governance nodig
In haar conclusie stelt Roohé dat succesvolle AI-toepassing in de publieke sector meer vraagt dan alleen technologische beschikbaarheid. Structurele scholing, duidelijke governance en voldoende organisatorische ondersteuning zijn volgens haar noodzakelijk om risico’s te beperken en het potentieel van AI verantwoord te benutten. Zonder die voorwaarden blijft de inzet fragmentarisch en kwetsbaar.
