Uit een nieuw onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van branchevereniging NLdigital blijkt dat kunstmatige intelligentie (AI) steeds meer ingeburgerd raakt in het werk en de samenleving, maar dat er ook duidelijke verwachtingen zijn richting de politiek.
Ruim de helft van de Nederlanders (56%) ziet AI als een hulpmiddel, bijvoorbeeld in hun werk of dagelijks leven. Vooral hogeropgeleiden (69%) en mensen met een (boven)modaal inkomen geven dit aan, tegenover 37% van de lageropgeleiden. Jongere werknemers maken ook vaker gebruik van AI: de helft van de 18- tot 24-jarigen zegt AI-toepassingen zoals ChatGPT, Copilot of Claude regelmatig te gebruiken in hun werk. In de oudere leeftijdsgroepen liggen deze percentages aanzienlijk lager.
Een kwart van de Nederlanders (24%) wil meer leren over AI, met name omdat zij verwachten dat dit hun werk efficiënter kan maken. Daarnaast denkt bijna de helft (48%) dat digitale ontwikkelingen werk in bredere zin makkelijker zullen maken.
De politieke dimensie van AI speelt eveneens een rol. Een meerderheid van de Nederlanders (57%) vindt dat de overheid duidelijke regels moet opstellen voor het gebruik van AI. Dit onderwerp staat daarmee hoog op de digitale agenda, samen met cyberveiligheid (76%) en privacy (63%). Vooral hogeropgeleiden benadrukken het belang van regelgeving.
Economisch gezien is er ook draagvlak voor investeringen in AI. De helft van de Nederlanders (49%) vindt dat datacenters en AI-ontwikkeling noodzakelijk zijn voor de economie. Daarnaast denkt 62% dat innovaties in digitale technologie voor het leger, waaronder AI, ook positieve effecten hebben voor het bedrijfsleven.
Het onderzoek onderstreept dat AI door een groot deel van de bevolking niet langer als abstract thema wordt gezien, maar als een concrete factor in werk en economie. Tegelijkertijd bestaat er brede steun voor duidelijke politieke en maatschappelijke kaders rond de toepassing van AI.
