AI staat bij veel bedrijven hoog op de agenda, maar de stap van experimenteren naar daadwerkelijke transformatie blijkt lastig. Volgens onderzoek van Bain & Company voert ongeveer 85 procent van de organisaties zijn AI-strategie nog niet effectief uit. Tegelijkertijd zegt circa 80 procent van de ondervraagde CEO’s ontevreden te zijn over het tempo waarin hun AI-transformatie vordert.
Bain baseert de conclusies op zijn CEO Survey 2026 onder honderd bestuurders. Daaruit blijkt dat 82 procent vindt dat de AI-transformatie binnen de eigen organisatie de beoogde resultaten hooguit gedeeltelijk oplevert. Slechts 18 procent zegt het grootste deel of alle ambities te realiseren.
Volgens Bain ligt het probleem niet zozeer bij de mogelijkheden van de technologie, maar bij de manier waarop bedrijven AI implementeren. Veel organisaties hebben budget beschikbaar gesteld, pilots gestart en speciale AI-teams opgericht, maar blijven vervolgens hangen in een verzameling experimenten, proof-of-concepts en losse productiviteitstools.
Te veel pilots
De belangrijkste obstakels die CEO’s noemen zijn een gebrek aan interne expertise en geschikte tools, genoemd door 43 procent van de respondenten, en het blijven steken in lokale pilots in plaats van een bredere transformatie, genoemd door 41 procent. Daarnaast zegt 39 procent dat data en technologieplatforms nog onvoldoende geschikt zijn om AI op grote schaal toe te passen.
Bedrijven die volgens Bain verder zijn met AI kiezen voor een andere aanpak. Zij concentreren hun investeringen bijvoorbeeld op drie tot vijf gebieden waar AI daadwerkelijk invloed kan hebben op de economische prestaties van het bedrijf, in plaats van tientallen afzonderlijke projecten over verschillende afdelingen te verspreiden.
Ook worden bestaande processen niet simpelweg voorzien van een extra AI-tool. Koplopers ontwerpen volgens Bain workflows en functies opnieuw, waarbij AI vanaf het begin onderdeel is van het proces.
Eigen kennis als voordeel
Bain gebruikt hiervoor het begrip ‘proprietary intelligence’. Daarmee bedoelt het adviesbureau een combinatie van eigen bedrijfsdata, vastgelegde kennis over processen en een technische architectuur waarin mensen en AI-systemen voortdurend kunnen leren van nieuwe toepassingen.
Agentic AI speelt daarbij een belangrijke rol. AI-agents kunnen zelfstandig uit meerdere stappen bestaande taken plannen, systemen via API’s aansturen, informatie over langere interacties vasthouden en binnen vastgestelde grenzen namens de organisatie handelen. Juist daardoor wordt volgens Bain de inrichting van data, processen en governance belangrijker.
Het adviesbureau onderscheidt zeven keuzes die bepalend zouden zijn voor succesvolle AI-transformatie: de strategische positie van het bedrijf, de keuze van domeinen waarop AI wordt ingezet, data, technologiearchitectuur, het operating model, het lerend vermogen van de organisatie en governance.
Daarbij legt Bain een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de CEO. AI-transformatie kan volgens de onderzoekers niet uitsluitend bij IT- of innovatieteams worden neergelegd. Bestuurders moeten zelf keuzes maken over investeringen, organisatie-inrichting, functies en de processen waarin AI een centrale rol moet krijgen.
De belangrijkste conclusie is daarmee dat veel bedrijven niet zozeer te weinig met AI doen, maar hun activiteiten onvoldoende weten om te zetten in structurele verandering. Meer pilots starten is volgens Bain daarom niet automatisch de oplossing. De uitdaging ligt vooral in het maken van scherpere keuzes over waar AI daadwerkelijk onderdeel wordt van de bedrijfsvoering.
