Nog zes maanden, dan wordt de nieuwe Europese machineverordening van kracht. Vanaf 20 januari 2027 moeten fabrikanten én gebruikers van robots aantonen dat veiligheid (safety) en beveiliging (security) hand in hand gaan. Tijdens zijn jaarlijkse persconferentie zette veiligheidsspecialist Pilz uiteen wat dat concreet betekent voor wie machines en robots inzet, integreert of exploiteert.
Directeur Thomas Pilz opende de conferentie met een boodschap die als rode draad door de hele sessie liep: het Duitse woord “Sicherheit” omvat zowel safety als security, en die twee groeien in de regelgeving definitief naar elkaar toe. Naast de machineverordening wees hij op de NIS2-richtlijn en de Cyber Resilience Act, die samen bepalen dat cyberbeveiliging niet langer optioneel is voor besturings- en veiligheidssystemen. Voor machinefabrikanten én -exploitanten binnen de EU betekent dit concreet: strengere en deels nieuwe eisen op het gebied van zowel security als safety, wil je nog toegang houden tot de Europese markt.
Pilz benadrukte ook een actueel risico: AI-modellen die zelf kwetsbaarheden kunnen misbruiken. Voor veiligheidsfuncties van machines, en zeker van humanoïde robots, mag dat scenario zich nooit voordoen. Beveiliging van AI-gestuurde functies wordt daarmee een expliciet aandachtspunt binnen de safety-ontwikkeling.
De machineverordening: wat verandert er voor gebruikers?
Jürgen Bukowski, senior manager consulting bij Pilz, lichtte de kern van de verordening toe. Enkele punten die voor gebruikers en integrators van robots direct relevant zijn:
- Security by design, ook voor gebruikers. Het is niet langer voldoende om alleen machinerisico’s te beoordelen. Fabrikanten moeten vastleggen hoe updates verlopen, wie toegang krijgt en onder welke voorwaarden veilige, beveiligde remote toegang mogelijk is, en gebruikers moeten daarbinnen kunnen aantonen dat ze zich aan die regels houden.
- Digitale documentatie verplicht. De bekende bewaartermijn van tien jaar voor technische documentatie blijft gelden, maar die documentatie moet voortaan ook digitaal beschikbaar zijn.
- Wie robots samenvoegt, kan zelf fabrikant worden. Koopt een bedrijf meerdere machines of robots en koppelt het die aan elkaar, dan kan die combinatie als “nieuwe machine” gelden. De integrator of eindgebruiker wordt in dat geval juridisch gezien (mede)fabrikant, met alle CE-verplichtingen van dien. Hetzelfde geldt wanneer een gebruiker een ingrijpende aanpassing aan een bestaande machine doorvoert.
- Testbaarheid van veiligheidsfuncties. Fabrikanten moeten specificeren hoe eindgebruikers veiligheidsfuncties zelf kunnen testen, zodat de veiligheid aantoonbaar blijft gedurende de hele levensduur van de machine.
Bukowski illustreerde dit met een praktijkvoorbeeld uit de farma-industrie: een Aziatische OEM levert machinemodules aan een Europese eindgebruiker, die de modules zelf samenvoegt. Elke module is los CE-gemarkeerd, maar de eindgebruiker die ze combineert moet mogelijk een eigen veiligheidsbeoordeling van de assemblage uitvoeren en kan daarmee (mede)verantwoordelijk worden voor de CE-markering van het geheel. Conclusie: fabrikant en eindgebruiker moeten van meet af aan nauwer samenwerken, ook rond documentatie en security-afspraken zoals updatebeheer.
Security-architectuur: zones, conduits en scheiding van netwerken
Andreas Willert, specialist industriële security bij Pilz Oostenrijk en lid van een relevante normcommissie, ging dieper in op de technische implementatie. Centraal staat het principe van zones en conduits: het netwerk wordt opgedeeld in zones, met gecontroleerde overgangen ertussen, wat een gelaagde verdediging (“defense in depth”) mogelijk maakt. De normenreeks IEC 62443 en de in ontwikkeling zijnde prEN 50742 bieden hiervoor het kader.
Voor robotgebruikers is de praktische aanbeveling helder: houd veiligheidsfuncties strikt gescheiden van het standaard automatiseringsnetwerk, zowel organisatorisch als technisch. Voordelen die Willert noemde:
- Veiligheidsfuncties blijven onaangetast door updates, bugs of aanvallen in het “gewone” netwerk.
- Minder herhaald werk bij certificering en onderhoud.
- Minder diepgaande security-kennis nodig bij operators, omdat de architectuur zelf de bescherming regelt.
- Componenten zonder netwerkfunctionaliteit (zoals bepaalde veiligheidsrelais) zijn per definitie niet kwetsbaar voor externe aanvallen.
Status van de prEN 50742-norm
Op een vraag uit de zaal gaf Willert een concreet tijdpad: de tekst van de nieuwe geharmoniseerde norm prEN 50742 (164 pagina’s) is inhoudelijk afgerond. De formele stemming door de nationale normcommissies staat gepland voor september 2026, publicatie voor november 2026, net op tijd om vóór de inwerkingtreding van de machineverordening in het Publicatieblad van de EU te verschijnen.
Compliance als doorlopend proces: van fabrikant tot operator
Volgens Bukowski verschuift compliance van een eenmalige exercitie naar een continu proces dat na levering van de machine bij de eindgebruiker blijft liggen: risico’s en security-aspecten moeten voortdurend opnieuw beoordeeld worden, met validaties en inspecties. Pilz presenteerde hiervoor zijn levenscyclusplatform MYZEL (SaaS), dat onder meer:
- risicobeoordelingen ondersteunt volgens ISO 12100, inclusief een AI-functie die op basis van een foto van de machine risico’s en mogelijke maatregelen voorstelt (altijd nog te valideren door een deskundige, benadrukte productmanager Marco Fritzmann);
- digitale documentatie en certificaten centraal beheert, met automatische meldingen wanneer keuringen of certificaten verlopen;
- werkt met een digital twin die bij overdracht van machine naar eindgebruiker meeverhuist;
- ook toepasbaar is op bestaand machinepark (“brownfield”), niet alleen op nieuwe installaties, zo bevestigde Christoph Baumeister tijdens de Q&A.
Toegangsbeheer: wie mag wat, op welke machine?
Baumeister, verantwoordelijk voor identity- en accessmanagement bij Pilz, wees op een vaak onderschat aspect van de machineverordening: bescherming tegen manipulatie vereist ook dat je kunt aantonen wíe toegang heeft tot een machine, en of die persoon daarvoor gekwalificeerd is. Naast de machineverordening gelden in sommige landen aanvullende eisen, in Duitsland bijvoorbeeld de Arbeitsmittelrichtlinie, die nu al een rolgebonden toegangssysteem met authenticatie vereist.
Waar dit vroeger via mechanische sleutels, wachtwoordbriefjes en papieren certificaten werd geregeld, moeilijk te controleren en foutgevoelig, pleit Pilz voor digitale identificatie (RFID-badges, digitale kwalificatiecertificaten met vervaldatum) gekoppeld aan een centraal systeem. Zo kan een productieverantwoordelijke te allen tijde aantonen dat alleen bevoegd en gekwalificeerd personeel aan een machine heeft gewerkt, inclusief een auditlog van wie wanneer toegang had.
Wat betekent dit voor de robotica-sector?
De boodschap van Pilz is voor integrators, systeembouwers en operators van robotinstallaties eenduidig: wie robots samenvoegt tot een cel of lijn, kan juridisch fabrikant worden en draagt dan zelf CE-verantwoordelijkheid. Security-maatregelen, netwerksegmentatie, toegangsbeheer, updatebeleid, zijn niet langer “nice to have” maar een voorwaarde om de safety-functies van een robotcel geloofwaardig te laten werken. En documentatie die vroeger in een archiefkast eindigde, moet nu digitaal, actueel en tien jaar lang raadpleegbaar zijn.
Met de deadline van 20 januari 2027 in zicht, luidt het advies van Pilz aan bedrijven die nog niet volledig klaar zijn: begin nu met de basis, segregatie van veiligheids- en besturingscircuits, wachtwoordbeleid en changemanagement, en bouw van daaruit verder op richting volledige compliance met de machineverordening.
