Het kabinet wil bedrijven nadrukkelijker ondersteunen bij de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie. Dat staat in de tweede Productiviteitsagenda, waarmee Nederland de achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit wil aanpakken. Hoewel robots niet afzonderlijk worden genoemd, zijn de maatregelen rond innovatie, technologieadoptie, scholing en financiering direct relevant voor bedrijven die willen investeren in robotisering en geautomatiseerde processen.
De Nederlandse arbeidsproductiviteit groeide de afgelopen tien jaar gemiddeld met slechts 0,3 procent per jaar. Volgens het kabinet is dat onvoldoende om voorzieningen zoals zorg, onderwijs en defensie op termijn betaalbaar te houden. Door de vergrijzing kan economische groei bovendien niet uitsluitend worden bereikt door meer mensen of meer uren te laten werken. Werknemers en bedrijven zullen met dezelfde inzet meer moeten kunnen produceren.
Robotisering kan daarin een rol spelen. Robots kunnen medewerkers ondersteunen bij repetitief, zwaar of nauwkeurig werk en processen efficiënter laten verlopen. De Productiviteitsagenda bevat geen afzonderlijk robotprogramma, maar brengt wel verschillende randvoorwaarden voor de invoering van robottechnologie samen.
Een belangrijk onderdeel is het thema digitalisering, innovatie en adoptie. Het kabinet wil nieuwe methoden en technologieën laten ontwikkelen en bedrijven helpen deze daadwerkelijk toe te passen. Daarbij wordt onder meer gewerkt aan een Nederlands Agentschap voor Disruptieve Innovatie, het NADI. Dit agentschap moet ruimte bieden aan innovaties die risicovol zijn, maar mogelijk grote economische of maatschappelijke gevolgen hebben.
Voor de roboticasector kan vooral de nadruk op adoptie van belang zijn. Nieuwe robottechnologie bereikt de markt niet automatisch. Bedrijven moeten processen aanpassen, systemen integreren en medewerkers opleiden voordat robots productiviteitswinst kunnen opleveren. Ondersteuning bij die invoering kan daarom minstens zo belangrijk zijn als financiering van onderzoek en ontwikkeling.
Ook het onderwijs- en arbeidsmarktbeleid in de agenda raakt de toepassing van robots. Het kabinet wil meer aandacht besteden aan digitale vaardigheden, betere informatie over studie- en beroepskeuzes en mogelijkheden om werknemers tijdens hun loopbaan bij te scholen. Voor bedrijven die robots inzetten, groeit daarmee het belang van opleidingen op het gebied van programmering, onderhoud, systeemintegratie en samenwerking tussen mensen en machines.
Daarnaast wil het kabinet de toegang tot kapitaal voor startups, scale-ups en het mkb verbeteren. Dat moet onder meer gebeuren via een nieuwe investeringsinstelling, de Nederlandse Investeringsinstelling, en door Europese samenwerking op het gebied van durfkapitaal. De beschikbaarheid van financiering is relevant voor roboticabedrijven, die vaak te maken hebben met relatief lange ontwikkeltrajecten, hardwarekosten en investeringen in productiecapaciteit.
Voor gebruikers van robots kan betere toegang tot financiering eveneens een drempel wegnemen. Vooral kleinere maakbedrijven, logistieke ondernemingen en zorginstellingen beschikken niet altijd over het kapitaal of de technische capaciteit om automatiseringsprojecten zelfstandig te starten.
De Productiviteitsagenda richt zich verder op een beter functionerende Europese interne markt en vermindering van regeldruk. Gelijkere regels binnen de Europese Unie kunnen het voor Nederlandse roboticabedrijven eenvoudiger maken om systemen in meerdere landen aan te bieden. Tegelijkertijd wil het kabinet de eigen digitale dienstverlening verbeteren en onderzoeken hoe de overheid zelf slimmer kan werken.
De agenda maakt deel uit van de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Het kabinet streeft naar een structurele economische groei van 1,5 procent per jaar. Vanaf 1 augustus 2026 adviseert een nieuwe Productiviteitsraad jaarlijks over aanvullende maatregelen. De raad staat onder voorzitterschap van Pauline van der Meer Mohr. Ook onder anderen econoom Barbara Baarsma, voormalig CPB-directeur Laura van Geest en AI-hoogleraar Max Welling maken er deel van uit.
