De Nederlandse overheid maakt een koerswijziging in het industriebeleid. Per 1 januari 2026 stopt het huidige topsectorenbeleid en kiest het kabinet voor zes strategische groeimarkten waarin Nederland internationaal wil uitblinken. AI en digitale diensten krijgen daarbij een centrale positie, als motor voor digitale autonomie én economische slagkracht.
Minister van Economische Zaken Reinier Karremans waarschuwt dat Nederland terrein dreigt te verliezen als het nu geen gerichte keuzes maakt. “Wie niet kiest, verliest,” stelt hij. De oude aanpak waarbij middelen breed werden verdeeld over tal van initiatieven wordt vervangen door scherpe focus op markten waar Nederland al sterk staat of koploper kan worden.
De zes geselecteerde groeimarkten zijn: halfgeleiders, biotechnologie, defensiegerelateerde technologie (zoals 6G, radar en quantum), digitale diensten met AI als zwaartepunt, machinebouw en innovatieve chemie. Deze markten worden actief versterkt met gerichte programma’s, vergelijkbaar met de eerdere aanpak rondom de halfgeleidersector (project Beethoven).
Voor AI betekent dit dat Nederland nadrukkelijk inzet op digitale soevereiniteit en economische schaalbaarheid. De overheid wil ecosystemen versterken, vraag stimuleren via strategische inkoop, financiële drempels verlagen en internationaal concurreren via deelname aan Europese programma’s zoals Horizon Europe en IPCEI’s. Tegelijkertijd moet Nederland aantrekkelijker worden voor digitaal en technisch toptalent.
Het kabinet benadrukt dat deze focuskeuze nodig is om de internationale concurrentie met onder andere China en de Verenigde Staten aan te kunnen. Beide grootmachten investeren miljarden in autonomie over technologie, data en infrastructuur – ontwikkelingen die direct impact hebben op de toekomst van AI, robotica en industriële automatisering.
Hoewel de focus nu op zes strategische markten ligt, blijven generieke maatregelen als de WBSO, fiscale ondersteuning en investeringen in ondernemingsklimaat bestaan voor de bredere economie. Het nieuwe beleid moet er wel toe leiden dat de industrie in 2030 minimaal 15 procent van het bbp vertegenwoordigt, met gezamenlijke R&D-investeringen van ten minste 3 procent.
In de komende maanden werkt het kabinet de concrete programma’s per markt verder uit. Voor AI en digitale diensten is duidelijk dat Nederland zich nadrukkelijk wil positioneren op het snijvlak van autonomie, innovatie en veiligheid — precies de domeinen waarin robotica en intelligente automatisering cruciaal worden.
