Nvidia-topman Jensen Huang zegt dat kunstmatige algemene intelligentie, oftewel AGI, is gearriveerd. Hij deed die uitspraak kort na de introductie van OpenAI’s nieuwe GPT-6 Astra-model. Ook OpenAI-president Greg Brockman spreekt inmiddels over het begin van een “AGI-tijdperk”, al blijft de vraag wanneer een AI-systeem daadwerkelijk als AGI kan worden beschouwd onderwerp van discussie.
“From ChatGPT to o1 to Astra in 4 years. AGI has arrived. Congratulations @OpenAI team,” schreef Huang op 6 september op X, drie dagen nadat OpenAI Astra had gepresenteerd.
In dezelfde boodschap wees Huang op de rekenkracht achter het model. Volgens hem is Astra getraind met meer dan 100.000 Nvidia Grace Blackwell NVLink72-GPU’s. Nog eens 400.000 GPU’s zouden in gebruik worden genomen. Daarmee benadrukte hij tegelijk de rol van Nvidia als leverancier van de infrastructuur waarop de nieuwste generatie AI-modellen wordt ontwikkeld.
OpenAI introduceerde GPT-6 Astra op 3 september en noemt het zijn meest capabele model tot nu toe. Volgens het bedrijf presteert Astra duidelijk beter op onder meer computergebruik, softwareontwikkeling, wetenschappelijk onderzoek en cybersecurity.
Op verschillende benchmarks meldt OpenAI hoge scores. Zo behaalde Astra volgens het bedrijf 98 procent op FrontierMath Tier 4, 99,9 procent op ARC-AGI-3 en 100 procent op ExploitBench. Op een offline subset van de OSWorld 2.0-benchmark voor computergebruik kwam Astra uit op 72,6 procent, waarbij het gemiddeld ongeveer 40 minuten per taak nodig had. GPT-5.6 Sol behaalde volgens OpenAI op dezelfde test 65,7 procent en deed daar circa 75 minuten over.
AI die zelf software gebruikt
Een belangrijk verschil met eerdere modellen is dat Astra niet alleen antwoorden genereert, maar ook zelfstandig met software kan werken. Het model kan websites bedienen, formulieren invullen, gegevens in CRM-systemen aanpassen, met spreadsheets en agenda’s werken en wetenschappelijke software gebruiken.
Daarmee verschuift de rol van AI verder van assistent naar uitvoerend systeem. In plaats van voor iedere toepassing een aparte koppeling te bouwen, kan een AI-agent steeds vaker dezelfde interfaces gebruiken als een menselijke gebruiker.
Ook op cybersecuritygebied heeft Astra volgens OpenAI een nieuwe grens bereikt. Het model valt binnen de zogenoemde “Critical”-categorie van het bedrijf. Dat betekent dat Astra, wanneer het over de juiste hulpmiddelen en toegang beschikt, zelfstandig onbekende kwetsbaarheden kan opsporen en methoden kan ontwikkelen om die te misbruiken, zonder dat iedere stap door een mens hoeft te worden aangestuurd. OpenAI zegt hiervoor aanvullende beveiligingsmaatregelen en monitoring te hebben ingevoerd.
Ook binnen OpenAI valt het woord AGI
Huang staat niet alleen in zijn oordeel. Tijdens een briefing voorafgaand aan de lancering zei OpenAI-president Greg Brockman dat hij persoonlijk vindt dat de grens naar AGI inmiddels is bereikt.
“For me personally, I do think we’re there,” zei Brockman op de vraag of Astra als AGI kan worden beschouwd. Hij sloot de bijeenkomst af met de woorden: “Welcome to the AGI era.”
OpenAI zelf formuleert het in de officiële communicatie voorzichtiger. Het bedrijf stelt niet formeel dat AGI nu definitief is bereikt. Daarbij speelt mee dat er geen algemeen geaccepteerde technische definitie of benchmark bestaat waarmee AGI eenduidig kan worden vastgesteld.
OpenAI omschreef AGI eerder als zeer autonome systemen die mensen overtreffen bij het merendeel van economisch waardevol werk. Op basis van benchmarks alleen valt niet vast te stellen of Astra aan die definitie voldoet.
CEO Sam Altman heeft bovendien vaker gezegd dat AGI een lastig af te bakenen begrip is. Naarmate modellen op steeds meer terreinen menselijke prestaties benaderen of overtreffen, wordt het moeilijker om één duidelijk technisch omslagpunt aan te wijzen.
Kritiek op stellige uitspraak
De uitspraak van Huang leidde dan ook tot kritiek. AI-onderzoeker Gary Marcus wees erop dat een verklaring dat AGI is bereikt weinig zegt zolang niet duidelijk is welke definitie wordt gehanteerd en aan welke meetbare voorwaarden een systeem moet voldoen.
Dat raakt aan een bredere discussie binnen de AI-sector. Voor afzonderlijke eigenschappen zoals redeneren, softwaregebruik, autonomie en wetenschappelijke prestaties bestaan steeds betere meetmethoden. Een algemeen geaccepteerde test die bepaalt wanneer al die eigenschappen samen “algemene intelligentie” vormen, is er echter niet.
De formulering van Huang is desondanks opvallend. Waar AGI jarenlang vooral werd beschreven als een toekomstige mijlpaal, stelt de Nvidia-topman nu zonder voorbehoud dat die grens al is gepasseerd. Samen met de uitspraken van Brockman laat dat zien dat sommige partijen in de voorhoede van de AI-industrie hun nieuwste systemen inmiddels anders positioneren.
Of die conclusie ook breder wordt overgenomen, zal vooral afhangen van hoe betrouwbaar systemen als Astra in de praktijk een groot aantal verschillende taken zelfstandig kunnen uitvoeren.
GPT-6 Astra, trained on ~100K+ NVIDIA Grace Blackwell NVLink72. From ChatGPT to o1 to Astra in 4 years.
AGI has arrived. Congratulations @OpenAI team.
400K GPUs coming online next.
— Jensen Huang (@JensenHuang) September 6, 2026
