Humanoïde robots lijken een onvermijdelijke volgende stap in industriële automatisering. In tegenstelling tot traditionele industriële robots zijn deze systemen ontworpen met een mensachtige vorm en bewegingsvrijheid, waardoor ze in bestaande fabrieksomgevingen kunnen werken zonder dat complete productielijnen opnieuw moeten worden ingericht. Dat maakt ze bijzonder interessant voor de maakindustrie, waar veel processen nog altijd zijn ontworpen rond menselijke arbeid.
Tijdens de workshop Humanoids in de maakindustrie in Deventer stond deze technologie centraal. De bijeenkomst bracht Nederlandse ondernemers samen om te verkennen wat humanoïde robots vandaag al kunnen, hoe snel de technologie zich ontwikkelt en wat dit kan betekenen voor productiebedrijven. De sessie vond plaats bij Machinefabriek Geurtsen en werd georganiseerd door FME, Koninklijke Metaalunie, AI Hub Oost Nederland, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, BOOST Smart Industry, mogelijk gemaakt door Digital Holland.
Een traditionele machinefabriek als decor
De bijeenkomst vond plaats bij Machinefabriek Geurtsen, een bedrijf met diepe wortels in de Nederlandse maakindustrie. Directeur Patrick Geurtsen gaf een korte introductie van het bedrijf, dat ruim een eeuw geleden begon als smederij in Deventer en zich later ontwikkelde tot specialist in maatwerk machines voor uiteenlopende sectoren.
Vandaag richt het bedrijf zich op het ontwerpen en bouwen van speciale machines voor productieautomatisering. Dat gebeurt vaak in nichemarkten waar standaardoplossingen niet beschikbaar zijn. Elke installatie wordt daarom vrijwel vanaf nul ontwikkeld. Een voorbeeld is een robotinstallatie die gevelpanelen automatisch voorziet van steenstrips. Dat systeem werd enkele jaren geleden als maatwerk ontwikkeld en is inmiddels meerdere keren gebouwd. Volgens Geurtsen laat dat zien hoe automatisering in veel sectoren geleidelijk ontstaat: eerst als een unieke oplossing voor één klant, daarna als een systeem dat ook elders inzetbaar wordt. Hoewel humanoïde robots nog niet direct in de productie van het bedrijf worden ingezet, bood de workshop een gelegenheid om te verkennen hoe deze technologie in de toekomst zou kunnen worden toegepast.
Humanoids als volgende stap
De bijeenkomst draaide om humanoïde robots en hun mogelijke rol in industriële processen. Volgens Richard Kuijpers van robotimporteur Smartrobot.solutions is het mensachtige ontwerp van deze robots een belangrijke reden voor hun potentie. Productieomgevingen, gereedschappen en werkplekken zijn immers grotendeels ontworpen voor menselijke werknemers. Een robot met een vergelijkbare vorm kan daardoor vaak in bestaande processen worden geïntegreerd zonder grote aanpassingen.
Dat maakt humanoids interessant voor taken die vandaag nog veel handwerk vereisen, zoals het laden en lossen van machines, het verplaatsen van materialen of het uitvoeren van repetitieve assemblagehandelingen. Veel van deze robots zijn modulair opgebouwd. Sensoren, grijpers en andere onderdelen kunnen worden aangepast aan specifieke toepassingen. Sommige systemen kunnen inmiddels lasten van tientallen kilo’s tillen en complexe bewegingen uitvoeren.
De technologie achter humanoids
De ontwikkeling van humanoïde robots is mogelijk doordat verschillende technologieën samenkomen. Moderne systemen combineren mechanica, sensortechnologie en kunstmatige intelligentie. Humanoids beschikken vaak over camera’s, lidar-sensoren en tactiele sensoren in hun handen. Daarmee kunnen ze objecten herkennen, hun omgeving analyseren en bepalen hoeveel kracht nodig is om een object vast te pakken.
Een belangrijke technische parameter is het aantal bewegingsassen, ook wel degrees of freedom. Mensen hebben er ongeveer 160, terwijl de meest geavanceerde humanoids inmiddels rond de negentig actuatoren gebruiken om vergelijkbare bewegingen te maken. Daarnaast speelt AI een steeds grotere rol. Nieuwe Vision-Language-Action-modellen combineren beeldherkenning, taalbegrip en motorische controle. Daardoor kunnen robots opdrachten in natuurlijke taal interpreteren en hun bewegingen aanpassen op basis van wat ze zien. In demonstraties die tijdens de sessie werden besproken, konden robots bijvoorbeeld objecten sorteren of manipuleren zonder vooraf geprogrammeerde bewegingen. De robot redeneert over de taak en bepaalt zelf hoe hij deze uitvoert.
Digital twins en simulatie
Een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van humanoids is simulatie. Robots worden vaak eerst in een digitale omgeving getraind voordat ze in de echte wereld opereren. In zo’n digital twin wordt een virtuele kopie van de robot gemaakt, inclusief gewichten, krachten en bewegingsmogelijkheden. Engineers kunnen daar experimenteren met bewegingen en taken zonder risico voor de fysieke robot. De training gebeurt vaak via reinforcement learning, waarbij een robot wordt beloond voor succesvolle acties en gecorrigeerd voor fouten. Door duizenden simulaties kan een robot leren hoe hij een taak efficiënt uitvoert. Pas wanneer een gedragspatroon goed werkt in de simulatie, wordt het overgezet naar de fysieke robot.
Volgens de sprekers is de huidige versnelling in humanoid robotica het resultaat van meerdere technologische trends die samenkomen. Sensoren worden goedkoper en nauwkeuriger, AI-modellen worden krachtiger en softwaretools maken het eenvoudiger om robots te programmeren. Tegelijkertijd groeit wereldwijd de investeringsdruk in robotica. Met name in China investeren overheden en bedrijven grootschalig in humanoïde robots. Honderden bedrijven ontwikkelen daar nieuwe systemen, vaak op basis van open softwareplatforms die kennisuitwisseling versnellen. Die combinatie van investeringen en open ontwikkeling kan ervoor zorgen dat de technologie zich snel ontwikkelt en dat kinderziektes relatief snel verdwijnen.
De economische logica
Voor veel bedrijven is de belangrijkste vraag of humanoïde robots economisch haalbaar zijn. Volgens Kuijpers kan de prijs van humanoids in de komende jaren dalen richting twintigduizend euro per systeem. Daarmee zouden ze in sommige gevallen concurrerend kunnen worden met menselijke arbeid, vooral omdat robots theoretisch 24 uur per dag kunnen werken.
De technologie is echter nog in ontwikkeling. Fabrikanten werken momenteel aan drie belangrijke verbeterpunten: de robuustheid van de hardware, de gevoeligheid van robotische handen en de vereenvoudiging van het programmeren. Vooral dat laatste kan bepalend zijn voor grootschalige adoptie. Hoe eenvoudiger het wordt om robots nieuwe taken te leren, hoe sneller bedrijven ze zullen inzetten.
Samenwerking met onderwijs en fieldlabs
Tijdens de workshop werd door Rob van de Star van AI Hub Oost Nederland aandacht besteed aan samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en innovatieprogramma’s. AI Hub Oost Nederland werkt bijvoorbeeld samen met mbo- en hbo-instellingen om humanoid robots te testen in opleidingsomgevingen. Bedrijven kunnen daar experimenteren met toepassingen zonder direct zelf grote investeringen te doen. Daarnaast wordt gewerkt aan een learning community rond humanoid robots, waarin bedrijven kennis en ervaringen delen. Het idee is dat organisaties gezamenlijk experimenteren en de opgedane kennis beschikbaar maken voor anderen. Volgens de initiatiefnemers kan deze samenwerking helpen om de technologie sneller toepasbaar te maken voor de maakindustrie.
De inzet van humanoids roept ook nieuwe vragen op. Een daarvan is aansprakelijkheid: wanneer een robot schade veroorzaakt, is het niet altijd duidelijk wie juridisch verantwoordelijk is. Daarnaast speelt het eigendom van data een rol. Robots verzamelen grote hoeveelheden informatie over productieprocessen en werkomgevingen. Bedrijven willen vaak voorkomen dat deze data automatisch wordt gedeeld met externe partijen. Ook regelgeving rond cybersecurity en industriële standaarden wordt steeds belangrijker. Nieuwe Europese regels stellen bijvoorbeeld eisen aan beveiliging en documentatie van machines en digitale systemen.
Impact op werk en vaardigheden
Hoewel humanoïde robots bepaalde taken van mensen kunnen overnemen, verwachten veel experts vooral een verschuiving van werk. Fysiek repetitieve taken kunnen worden geautomatiseerd, terwijl nieuwe functies ontstaan rond het beheren en programmeren van robots. Denk aan rollen zoals robotoperator, AI-specialist of systeemintegrator. Voor bedrijven betekent dit dat scholing en training belangrijker worden. Werknemers moeten leren omgaan met nieuwe technologieën en nieuwe manieren van werken.
De workshop in Deventer maakte duidelijk dat humanoïde robots snel uitgroeien van experimentele technologie naar een mogelijke industriële tool. Hoewel grootschalige toepassing nog niet direct voor de deur staat, worden de systemen steeds capabeler en toegankelijker. Voor de maakindustrie kan dat op termijn nieuwe mogelijkheden bieden voor automatisering, vooral in omgevingen waar traditionele robots minder flexibel zijn. Humanoïde robots zullen dus niet van vandaag op morgen alle fabrieken veranderen, maar de ontwikkelingen gaan snel. Bedrijven die nu beginnen met verkennen en experimenteren, kunnen zich beter voorbereiden op een toekomst waarin deze technologie wel een belangrijk rol gaat spelen in productieprocessen.




