Home Bots & BusinessGiedrė Rajuncė: ‘Fabrieksvloer bepaalt toekomst van Europese AI’

Giedrė Rajuncė: ‘Fabrieksvloer bepaalt toekomst van Europese AI’

door Marco van der Hoeven

Volgens Giedrė Rajuncė, CEO en medeoprichter van GREÏ, zal Europa zijn ambities rond kunstmatige intelligentie niet waarmaken via beleidsnota’s alleen, maar vooral in de dagelijkse praktijk van industriële omgevingen. Daar, op de fabrieksvloer, wordt bepaald of Europa erin slaagt een eigen AI-ruggengraat op te bouwen en de afhankelijkheid van Amerikaanse technologie te verkleinen.

Recente storingen bij mondiale cloudplatforms hebben opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar Europese bedrijven zijn. Wanneer infrastructuur van Amerikaanse aanbieders uitvalt, kunnen fabrieken, logistieke ketens, retailers en publieke diensten in Europa vrijwel direct tot stilstand komen. Volgens Rajuncė beperkt die afhankelijkheid zich niet langer tot cloudcomputing, maar strekt zij zich steeds meer uit tot AI zelf.

“AI kan processen nu in real time volgen en laat bedrijven zien hoe hun operaties daadwerkelijk verlopen,” zegt zij. “Ik noem dat een real-time revolutie, en die is beschikbaar tegen een kostenniveau waar geen andere technologie aan kan tippen.”

De machtsverhoudingen zijn duidelijk. Amerikaanse aanbieders zoals Amazon, Microsoft en Google hebben samen ongeveer 70 procent van de Europese publieke cloudmarkt in handen. Europese spelers komen gezamenlijk niet verder dan circa 15 procent. Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar bij investeringen in AI, waar Amerikaanse bedrijven de afgelopen jaren een veelvoud aan privaat kapitaal aantrokken ten opzichte van hun Europese tegenhangers. Dat voedt de zorgen over digitale autonomie en strategische controle.

Met de Apply AI Strategy wil de Europese Unie die kloof verkleinen door AI versneld van onderzoek naar concrete toepassingen te brengen. Meer dan één miljard euro is gereserveerd om AI breder in te zetten binnen industrie en economie. Voor Rajuncė zal het succes van die strategie vooral blijken uit de mate waarin zij leidt tot werkende systemen in echte operationele omgevingen.

“Apply AI verandert niet alleen de technologie, maar ook de concurrentie om talent en kapitaal,” zegt zij. “Europese startups concurreren nu rechtstreeks met Amerikaanse spelers om engineers, onderzoekers en investeerders die zich steeds sterker richten op industriële AI.”

Juist industriële omgevingen ziet zij als de belangrijkste testlocatie voor Europa’s AI-ambities. De continue stroom van operationele data maakt snel zichtbaar of AI daadwerkelijk leidt tot hogere productiviteit of lagere kosten. Dat versnelt besluitvorming en verlaagt de drempel voor verdere investeringen. Volgens Rajuncė begint vooruitgang zelden met grootschalige transformaties.

“Vooruitgang begint meestal met één concreet operationeel probleem,” zegt zij. “Als real-time detectie daar een zichtbaar effect heeft en het rendement aantoont, ontstaat vertrouwen om verder op te schalen.”

Cijfers laten een gemengd beeld zien. Volgens Eurostat gebruikte in 2024 41 procent van de grote EU-bedrijven minstens één AI-toepassing, terwijl wereldwijd het merendeel van de organisaties al AI inzet in ten minste één bedrijfsfunctie. Voor Rajuncė onderstrepen die verschillen vooral de urgentie.

“Ja, Europa beweegt langzamer,” concludeert zij. “Maar belangrijker is dat de mondiale markt ons geen keuze laat. We moeten versnellen en de kansen benutten die het Europese AI-beleid biedt, voordat de achterstand structureel wordt.”

In haar visie zal de mate waarin Europa grip krijgt op zijn AI-toekomst uiteindelijk worden bepaald door de vraag of bedrijven erin slagen AI duurzaam te integreren in hun dagelijkse operaties, en of de onderliggende infrastructuur onder Europese controle blijft.

Misschien vind je deze berichten ook interessant