De Koninklijke Landmacht is gisteren gestart met Fighter Lion, de grootste landmachtoefening van 2026. De oefening vindt plaats op meerdere locaties in Nederland en Duitsland, duurt tot begin juli en telt in totaal bijna 7.000 deelnemers. Een belangrijk onderdeel van het scenario is optreden onder constante dreiging van drones en elektronische verstoring.
Met Fighter Lion traint de landmacht grootschalig optreden over langere afstanden. Daarbij gaat het niet alleen om gevechtseenheden, maar ook om logistiek, commandovoering, verbindingen, gevechtsondersteuning en samenwerking met andere defensieonderdelen, internationale partners en civiele partijen. Nieuw in deze editie is dat een volgende eenheid het gevecht overneemt terwijl de gevechten doorgaan. Dat vraagt om nauwkeurige afstemming tussen brigades, ondersteunende eenheden en commandostructuren.
Drones als constante dreiging
De oefening laat zien hoe sterk moderne oorlogvoering is veranderd door de inzet van drones. Eenheden moeten rekening houden met voortdurende observatie vanuit de lucht, mogelijke aanvallen met onbemande systemen en verstoring van communicatie- en navigatiesignalen. Daardoor wordt niet alleen het fysieke gevecht geoefend, maar ook het optreden in een omgeving waarin het luchtruim en het elektromagnetisch spectrum voortdurend onder druk staan.
Volgens Defensie is het beheersen van die omgeving essentieel om manoeuvre-eenheden bewegingsvrijheid te geven. Drones kunnen snel informatie verzamelen over troepenbewegingen, logistieke routes en kwetsbare locaties. Tegelijkertijd kunnen elektronische tegenmaatregelen communicatie verstoren of sensoren minder effectief maken. Voor eenheden betekent dit dat camouflage, verspreiding, snelle verplaatsing, detectie van drones en bescherming van verbindingen een grotere rol krijgen in de oefening.
Oefenen met technologische druk
Fighter Lion richt zich daarmee niet alleen op schaalvergroting, maar ook op vernieuwing. De betrokkenheid van civiele partijen en internationale partners moet extra capaciteit en expertise toevoegen, onder meer dicht bij het front. Dat past bij de manier waarop krijgsmachten proberen sneller te innoveren en technologische voordelen te benutten. In recente conflicten is duidelijk geworden dat drones, sensoren, data en elektronische oorlogsvoering een directe invloed hebben op het verloop van gevechten.
Het zwaartepunt van Fighter Lion ligt in juni. Dan verplaatst materieel zich vanaf kazernes naar de oefengebieden en wordt onder meer de certificering van gevechtsondersteunende processen uitgevoerd. Vanuit de Logistic Support Area in de Marnewaard coördineert een National Support Element de ondersteuning richting het oefengebied in Duitsland.
Op oefenterreinen rond Bergen-Hohne moet een eerste snel inzetbare gevechtsbrigade een vijandelijke opmars zien te stoppen. Halverwege juni neemt een tweede brigade met zwaardere middelen het gevecht over, met als doel de tegenstander te verslaan. Begin juli keert het laatste materieel terug van de oefenlocaties.
