De European Robotics League 2026 is woensdag officieel geopend in Scheveningen. De internationale robotcompetitie vindt plaats in de openbare ruimte rond de boulevard, de pier en de duinen. Daarmee verschilt het evenement nadrukkelijk van robotdemonstraties in conferentiecentra of laboratoria: de deelnemende teams testen hun systemen in omstandigheden die dichter bij de praktijk liggen.
De opening werd geleid door host Steve Doswell, die benadrukte dat veel mensen wel een beeld hebben van robots, maar ze zelden van dichtbij in actie zien. Volgens hem is dat een belangrijk doel van deze editie: robots uit laboratoria en testhallen halen en zichtbaar maken voor het publiek. “Deze week hebben onze teams de robots naar de openbare ruimte gebracht”, zei Doswell tijdens de opening.
ERL 2026 vindt plaats van 12 tot en met 15 mei in Scheveningen en brengt internationale teams, onderzoekers en technologiebedrijven samen rond toepassingen van robotica in realistische stedelijke omgevingen. Het evenement wordt georganiseerd door euRobotics en de gemeente Den Haag en gebruikt Living Lab Scheveningen als testomgeving.

Vijf praktijkgerichte uitdagingen
Tijdens de competitie werken teams aan vijf zogenoemde episodes. Die gaan over inspectie en onderhoud, kustbescherming en natuurbehoud, noodhulp en publieke gezondheid, een barista-opdracht en slim afval- of zandbeheer. De scenario’s sluiten aan bij toepassingen waarin robots in de toekomst een rol kunnen spelen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld bij inspecties, hulpverlening, logistiek of het beheer van drukke stedelijke gebieden.
De keuze voor Scheveningen is bewust. De boulevard, het strand, de pier, de haven en de duinen vormen samen een complexe omgeving waarin robots te maken krijgen met mensen, wind, zand, hoogteverschillen en wisselende omstandigheden. Daarmee is het evenement niet alleen een demonstratie, maar ook een praktijktest voor autonome systemen.
Den Haag als testomgeving
Wethouder Saskia Bruines plaatste de competitie in de bredere ontwikkeling van Scheveningen als gebied waar technologie in de openbare ruimte wordt getest. Ze verwees naar de geschiedenis van het kustgebied, waar technologie al vroeg zichtbaar was in onder meer het Kurhaus, de pier en de haven.
Volgens Bruines past de European Robotics League bij de rol van Living Lab Scheveningen. In dat testgebied werkt de gemeente samen met bedrijven, onderzoekers en bewoners aan toepassingen rond onder meer crowd management, slimme energiesystemen, digitale veiligheid en privacy. Ze wees ook op maritieme innovatie in de haven, waar bedrijven werken aan onderwaterrobots en onbemande vaartuigen.
“Deze toonaangevende Europese competitie brengt innovatieve robotica naar echte publieke omgevingen”, zei Bruines. “Daarmee laat zij heel concreet zien hoe robotica kan helpen bij het aanpakken van maatschappelijke en stedelijke uitdagingen.”
Bruines benadrukte dat robotica niet alleen een technische ontwikkeling is, maar ook een maatschappelijk onderwerp. Technologie wordt volgens haar pas werkelijk nuttig wanneer mensen die kunnen begrijpen, ervaren en bespreken. “Technologie wordt pas echt nuttig wanneer mensen haar kunnen begrijpen, ervaren en er samen over kunnen praten, en kunnen zien hoe zij helpt in hun dagelijks leven”, zei ze.
Ze verbond de competitie ook aan de Europese discussie over technologische zelfstandigheid. Europa wil volgens Bruines blijven samenwerken met de rest van de wereld, maar moet ook in staat zijn eigen koers te bepalen. Volgens haar is dat een van de redenen waarom euRobotics en initiatieven zoals de European Robotics League belangrijk zijn: ze brengen talent samen en helpen nieuwe ideeën hun weg naar de praktijk te vinden.
euRobotics: competitie als leeromgeving
Francesco Ferro, president van euRobotics, ging in zijn toespraak in op de rol van ERL binnen het Europese robotica-ecosysteem. Hij zei dat euRobotics de zichtbaarheid van robotica in Europa wil vergroten en de kloof wil overbruggen tussen onderzoek, universiteiten en bedrijven.
“Onze missie is heel duidelijk”, zei Ferro. “We willen robotica zichtbaarder maken in Europa. Het idee is om een brug te slaan tussen onderzoekers, universiteiten en bedrijven.”
Hij noemde standaardisatie, regelgeving en het opschalen van robotica in Europa als belangrijke thema’s. Volgens Ferro moet Europa werken aan de voorwaarden die nodig zijn om robotsystemen van onderzoek en demonstratie naar bredere toepassing te brengen. “We proberen al onze inspanningen te richten op samenwerking”, zei hij, verwijzend naar onderwerpen als standaardisatie in robotica en het regelgevend kader.
Ferro stelde dat competities zoals de European Robotics League belangrijk zijn omdat ze robots testen buiten gecontroleerde demonstraties. Daarbij gaat het onder meer om interoperabiliteit, robuustheid en het gebruik van robots in concrete scenario’s. “Vanuit technisch oogpunt is interoperabiliteit heel belangrijk”, zei hij. “Hoe kunnen we verschillende robots met dezelfde code gebruiken om dit mogelijk te maken? En daarnaast gaat het om robuustheid: we moeten hetzelfde niveau van robuustheid bereiken dat we wereldwijd in robotica zien.”
Volgens Ferro onderscheidt ERL zich van veel andere competities doordat teams niet alleen concurreren, maar ook laten zien wat zij in de praktijk hebben gebouwd en geleerd. “ERL is niet alleen een competitie”, zei hij. “Het is iets heel belangrijks om het werk te laten zien dat studenten en teams hebben gedaan.”
Die nadruk sluit aan bij de opzet van ERL, die is ontworpen om robotsystemen te benchmarken in realistische omgevingen. De competitie is gepositioneerd als een plek waar onderzoek, onderwijs, bedrijven en publieke toepassingen samenkomen.
Teams uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland
Tijdens de opening introduceerden verschillende teamcaptains hun projecten. Een team van Grenoble Alpes University uit Frankrijk neemt deel aan de episode rond noodhulp en publieke gezondheid. Het team werkt met een drone en richt zich op een scenario waarin robotica kan worden ingezet voor ondersteuning bij incidenten of publieke gezondheid.
Een team uit Milton Keynes in het Verenigd Koninkrijk doet mee aan de barista-episode. De vertegenwoordiger van Smart City Consultancy zei dat Milton Keynes wordt gebruikt als testbed voor robots-as-a-service. Het team wil in Scheveningen laten zien hoe robots in een publieke omgeving kunnen functioneren.
Ook Saxion is aanwezig met het EcoScan-team. Twee studenten nemen deel aan de episode rond kustbescherming en natuurbehoud. Hun drone moet de duinen inspecteren en helpen bij het in kaart brengen van inheemse en invasieve plantensoorten. Teamcaptain Andrea benadrukte dat dit niet alleen relevant is voor natuurbeheer, maar ook voor de bredere leefomgeving.
Daarnaast zijn lokale leerlingen van het Maris College betrokken bij onderdelen van het programma. Daarmee krijgt de competitie ook een educatieve component. Voor het publiek zijn er onder meer activiteiten rond Lego-robots en dronevliegen. De organisatoren willen met ERL niet alleen professionals en studenten bereiken, maar ook bewoners, bezoekers en jongeren.
Robotica in de openbare ruimte
De opening maakte duidelijk dat ERL 2026 vooral draait om de vraag hoe robots functioneren in een omgeving waar technologie, stad en samenleving samenkomen. De toepassingen variëren van inspectie en onderhoud tot natuurbeheer, noodhulp en dienstverlening. Juist doordat de wedstrijden plaatsvinden in de openbare ruimte, worden beperkingen en mogelijkheden van robotica zichtbaarder dan in een gesloten testomgeving.
Voor Den Haag is het evenement ook een manier om Scheveningen als proeftuin voor stedelijke innovatie te positioneren. Voor euRobotics is het een podium om Europese samenwerking rond robotica te versterken. Voor de deelnemende teams is het vooral een praktijktest: kunnen hun robots omgaan met echte omstandigheden, publieke ruimtes en maatschappelijk relevante taken?
Zoals Bruines het aan het einde van haar toespraak samenvatte: “Uiteindelijk zijn het niet de robots die de toekomst vormgeven, maar de mensen die die toekomst samen bouwen.”


