Elk jaar brengt Europa zo’n 900 AI-startups voort die durfkapitaal krijgen, ongeveer evenveel als de Verenigde Staten. Maar op het moment dat die bedrijven echt doorbreken, komt het kapitaal vooral uit de VS. In 73 procent van de latere investeringsrondes is een Amerikaanse partij de leidende investeerder. “Het komt erop neer dat Europa incubeert en de VS profiteert”, aldus Sebastiaan Vaessen, hoofd strategie bij techbedrijf Prosus.
In de vroege fase zijn de verschillen nog enigszins beperkt. Europese AI-startups halen in die fase gezamenlijk circa 4 miljard dollar op, tegenover ongeveer 5 miljard dollar in de VS. Daarna groeit het verschil uit tot een enorme kloof. “In de late fase halen Europese AI-bedrijven samen zo’n 12 miljard dollar op, terwijl de teller in de Verenigde Staten oploopt tot 141 miljard dollar. Dat is bijna twaalf keer zoveel.”
Opvallend is dat Europa op veel onderliggende factoren nauwelijks onderdoet voor de Verenigde Staten. Op het gebied van bevolking, economie en talent zijn de verschillen relatief klein en het AI-gebruik ligt in Europa zelfs een stuk hoger. “Europa heeft echt geen tekort aan talent of ondernemerschap, maar het schort wel aan groeikapitaal”, zegt Vaessen. “Europese durfkapitaalfondsen investeren slechts zo’n 12 procent van hun middelen in AI, tegenover 76 procent bij Amerikaanse fondsen.”
En dat terwijl Europa beschikt over grote kapitaalreserves, met name bij pensioenfondsen en verzekeraars. Juist hier zit volgens Vaessen de sleutel voor verandering. Als slechts een klein deel daarvan verschuift naar durfkapitaalinvesteringen en groeifinanciering, kan dat een groot verschil maken. “Een verhoging van de allocatie naar durfkapitaal en groeifinanciering van 0,12 procent naar 3 procent kan zo’n 100 miljard euro extra groeikapitaal opleveren. Dat zou de kloof in groeifinanciering aanzienlijk verkleinen”, aldus Vaessen.
Lees meer in dit rapport van Prosus.
