Home Bots & BusinessCSU zet in op robotisering in de facilitaire sector: “We willen de toekomst zelf vormgeven”

CSU zet in op robotisering in de facilitaire sector: “We willen de toekomst zelf vormgeven”

door Marco van der Hoeven

De facilitaire sector kampt, net als veel andere branches, met een groeiend arbeidstekort. Tegelijkertijd ontwikkelt de robotica-industrie zich in hoog tempo. Voor CSU, een van de grote facilitaire dienstverleners van Nederland, is dat reden om actief te kijken hoe robots en AI een structurele rol kunnen gaan spelen in schoonmaak en ander facilitair werk. Rocking Robots sprak met Kos Fourkiotis, Manager Innovatie bij CSU en T-Zorg (samen onderdeel van Total Care), over de kansen, de valkuilen en de toekomst van robotisering in de facilitaire markt.

Als Manager Innovatie houdt Fourkiotis zich bezig met een brede waaier aan verandertrajecten. Het uitgangspunt daarbij is niet afwachten, maar zelf sturing geven aan ontwikkelingen. CSU wil niet passief reageren op wat er in de markt gebeurt, maar actief op zoek gaan naar innovaties die het bedrijf en de sector vooruit helpen.

Robotica is daarbij een van de meest prominente thema’s op de agenda. De combinatie van een krimpend arbeidspotentieel en een snel volwassen wordende hightech-industrie maakt het volgens Fourkiotis logisch dat CSU nauwlettend volgt wat er op robotisch gebied gebeurt, en beoordeelt of dit waarde kan toevoegen aan de facilitaire dienstverlening van de toekomst.

Stofzuig- en schrobrobots als leerschool

Concreet gebeurt er al het nodige. Zo zet CSU op meerdere locaties stofzuig- en schrobzuigrobots in voor vloeronderhoud. Dit traject loopt inmiddels ruim tien jaar en heeft zich in die tijd op meerdere fronten ontwikkeld: niet alleen de technologie zelf, maar ook de organisatiecultuur eromheen. Een autonome vloerrobot die data verzamelt, wordt in feite een soort collega, en dat vraagt om een zorgvuldige inpassing in bestaande werkprocessen.

De resultaten zijn wisselend. In sommige situaties functioneren de robots al goed en dragen ze aantoonbaar bij aan de productiviteit. In andere gevallen valt het effect nog tegen. Toch overheegt volgens Fourkiotis vooral de leerwinst: vanuit zijn rol als innovatiemanager ziet hij dat de organisatie in de afgelopen jaren enorm veel kennis heeft opgebouwd over hoe je met deze technologie moet omgaan.

Niet op één plek beginnen, maar multidisciplinair kijken

Wie robots succesvol wil inzetten, moet volgens Fourkiotis vooral niet denken dat je op één enkel punt kunt starten. Een robotisering-traject vraagt om een brede, multidisciplinaire blik. Een belangrijk aandachtspunt is het menselijke perspectief: hoe ervaart een schoonmaakmedewerker het om ineens samen te moeten werken met een geavanceerd technologisch product als een robot? Dat is volgens Fourkiotis geen kleinigheid, zeker niet in een sector waar veel laaggeschoolde en anderstalige medewerkers werken. Die overgang verdient serieuze aandacht en begeleiding.

Daarnaast moet er kritisch worden gekeken naar de operationele resultaten: maakt de robot schoon zoals gewenst, en verhoogt of borgt dit de gewenste kwaliteit? Verder spelen financiële, commerciële en juridische aspecten een rol, evenals de risico’s die aan de inzet van robots verbonden zijn. Al deze dimensies moeten in kaart worden gebracht voordat opschaling echt mogelijk is. Juist in dat volledige, integrale traject ligt volgens Fourkiotis de grootste winst die de sector nog kan behalen.

Humanoïde robots: functioneel, maar niet per se mensvormig nodig

Ook humanoïde robots kwamen ter sprake. Fourkiotis verwacht dat deze robots op termijn zeker impact zullen hebben op het dagelijks maatschappelijk verkeer en functioneel zullen worden, maar hij benadrukt dat de precieze termijn moeilijk te voorspellen is.

Voor vloeronderhoud twijfelt hij sterk aan de meerwaarde van een mensvormige robot met benen, evenwicht en een hoofd. Voor veel facilitaire taken is die menselijke vorm volgens hem niet per se noodzakelijk, en kan het zelfs onnodig complex en duur maken om een taak uit te voeren. Toch sluit hij niet uit dat humanoïde robots in de toekomst goedkoper en multifunctioneler worden, op een manier die meer lijkt op de veelzijdigheid van een mens. Op de lange termijn, en zeker over enkele decennia, kan de situatie er dan ook heel anders uitzien dan over vijf of tien jaar.

Met de opkomst van fysieke AI, waarbij data en kunstmatige intelligentie steeds nauwer worden verweven met robotica, ziet Fourkiotis vooral een kloof tussen technische ontwikkelaars en de uiteindelijke gebruikers van de technologie. Zijn wens is dat er meer creativiteit wordt ingezet vanuit de vraag wat wenselijk is voor mens en samenleving, in plaats van puur vanuit de techniek. Een wendbaardere robot met slimmere AI-toepassingen kan volgens hem bijdragen aan het functioneren en de kwaliteit van de samenleving als geheel.

 

 

Misschien vind je deze berichten ook interessant