De snelle opkomst van humanoïde robots in China komt niet alleen voort uit technologische doorbraken of een levendig startupklimaat. Achter de sector zit een industriepolitiek die Beijing eerder gebruikte om China tot de grootste producent van elektrische auto’s ter wereld te maken. De aanpak is herkenbaar: een technologie wordt aangemerkt als strategisch belangrijk, de overheid stelt grote hoeveelheden kapitaal beschikbaar en steden en provincies gaan met elkaar de strijd aan om de bijbehorende industrie naar zich toe te trekken.
Die aanpak wordt nu opnieuw ingezet voor humanoïde robots. Daarbij spelen drie partijen een centrale rol: de overheid, de EV-industrie en de robotfabrikanten. Inmiddels is daar een vierde factor bij gekomen: trainingsdata. Juist de combinatie van deze vier elementen maakt duidelijk waarom de Chinese robotsector zich zo snel kan ontwikkelen.
Van EV-subsidies naar robotsubsidies
De basis voor deze strategie werd in de jaren nul gelegd bij elektrische voertuigen. Nadat Beijing de ontwikkeling van de EV-sector tot nationale prioriteit had gemaakt, kwamen provincies en steden met subsidies, belastingvoordelen en goedkope leningen. Overheidsinstanties en staatsbedrijven werden tegelijkertijd vroege afnemers, onder meer via omvangrijke bestellingen van elektrische bussen.
Een vergelijkbare beweging vindt nu plaats rond embodied AI en humanoïde robots. Nu subsidies voor elektrische auto’s worden afgebouwd en marges van autofabrikanten onder druk staan, verschuift een deel van de beleidsmatige aandacht naar robotica. Autofabrikanten kunnen daarbij technologie die zij voor slimme elektrische voertuigen hebben ontwikkeld relatief eenvoudig opnieuw inzetten.
De keerzijde is eveneens bekend. Net als tijdens de opkomst van de EV-industrie stappen bedrijven zonder duidelijke achtergrond in robotica in de markt, mede omdat er overheidsgeld beschikbaar is.
De financiële omvang van de steun is aanzienlijk. Binnen China’s vijftiende vijfjarenplan voor de periode 2026-2030 zou ongeveer 300 miljard dollar beschikbaar komen voor subsidies op het gebied van robotica en AI. Alleen al in het afgelopen jaar ging volgens het rapport meer dan 20 miljard dollar naar de humanoïdesector. Daarnaast werkt Beijing aan een fonds van ongeveer één biljoen yuan, circa 137 miljard dollar, voor startups in AI en robotica.
Ook de overheid zelf treedt steeds vaker op als afnemer. Uit een analyse van aanbestedingen door Reuters blijkt dat de Chinese overheidsinkoop van humanoïde robots en aanverwante technologie tussen 2023 en 2024 steeg van 4,7 miljoen naar 214 miljoen yuan.
Lokale overheden voegen daar eigen programma’s aan toe. Shenzhen heeft een fonds van 10 miljard yuan voor AI en robotica opgezet. Wuhan biedt robotfabrikanten en leveranciers van onderdelen subsidies tot 5 miljoen yuan en gratis kantoorruimte wanneer bepaalde omzetdoelen worden gehaald. De gemeente Beijing stelde bedragen tot 30 miljoen yuan beschikbaar om bedrijven te helpen hun eerste producten sneller te ontwikkelen.
Ook het nationale industriebeleid wordt hierop aangepast. Programma’s als Robot+ en de roadmap AI + Manufacturing moeten onder meer leiden tot proefproductielijnen voor humanoïde robots en een verdubbeling van de robotdichtheid in de Chinese industrie in 2030. Het Chinese ministerie van Industrie en Informatietechnologie heeft daarnaast een aparte standaardisatiecommissie voor humanoïde robots opgericht.
EV-industrie wordt fundament voor robotproductie
De Chinese auto-industrie staat niet aan de zijlijn van deze ontwikkeling. Ze vormt juist een belangrijk deel van de industriële basis waarop de humanoïdesector kan bouwen.
Door de felle concurrentie op de Chinese EV-markt zoeken autofabrikanten bovendien naar nieuwe groeimogelijkheden. Robotica ligt daarbij voor de hand, omdat veel van de benodigde technologie al binnen de sector aanwezig is. Het gaat onder meer om batterijen, sensoren, actuatoren, chips, besturingstechniek en grootschalige precisieproductie.
Dat is inmiddels ook in concrete samenwerkingen zichtbaar. EV-fabrikant Nio werkt bijvoorbeeld samen met robotproducent UBTech en bouwt tegelijkertijd een eigen R&D-team voor humanoïde robots op.
Veel van de ruim zestig Chinese fabrikanten van humanoïde robots hebben banden met de EV-industrie. In totaal telt China inmiddels meer dan 150 bedrijven die actief zijn op dit terrein. Zij maken voor een belangrijk deel gebruik van dezelfde leveranciers van batterijen, sensoren en aandrijfsystemen als de auto-industrie.
Vooral in de Yangtze River Delta is hierdoor een sterk geïntegreerde toeleveringsketen ontstaan. Bedrijven als Unitree produceren een deel van hun motoren, reductiekasten en sensoren zelf, terwijl veel gespecialiseerde leveranciers binnen enkele uren transportafstand zijn gevestigd.
De productieschaal, kostenniveaus en snelheid waarmee nieuwe robotmodellen op de markt kunnen worden gebracht, zijn daarmee voor een belangrijk deel voortgekomen uit de EV-industrie. Unitree en AgiBot waren in 2025 de grootste Chinese leveranciers van humanoïde robots, gevolgd door onder meer UBTech, Leju Robotics, Engine AI en Fourier.
Chinese fabrikanten waren volgens de in het rapport aangehaalde ramingen in 2025 goed voor ongeveer 80 procent van de wereldwijd verscheepte humanoïde robots. Dat aandeel zou in 2026 verder kunnen toenemen.
Kapitaalmarkt sluit aan
Naast overheidsgeld komt er ook steeds meer privaat kapitaal beschikbaar voor Chinese robotbedrijven. Toch ziet de financieringsmarkt er anders uit dan in de Verenigde Staten.
Humanoïde startups Galbot en AgiBot, beide opgericht in 2023, hebben samen bijna 2 miljard dollar aan durfkapitaal opgehaald. Unitree, Galbot en AgiBot hebben inmiddels elk een waardering van meer dan 1 miljard dollar bereikt.
Unitree kreeg halverwege 2026 bovendien toestemming om naar de beurs te gaan. De geplande beursgang zou ongeveer 4,2 miljard yuan, omgerekend circa 619 miljoen dollar, moeten opleveren en het bedrijf waarderen op ongeveer 7 miljard dollar.
Dat is aanzienlijk minder dan sommige Amerikaanse robotbedrijven. Figure AI haalde bijvoorbeeld 1 miljard dollar op tegen een waardering van 39 miljard dollar, terwijl het bedrijf op dat moment nog geen commercieel product had geleverd. Unitree leverde in 2025 naar eigen zeggen ongeveer 5.500 robots.
Het verschil laat twee uiteenlopende financieringsmodellen zien. In Silicon Valley wordt de ontwikkeling van humanoïde robots grotendeels gedragen door durfkapitaal dat inzet op toekomstige technologische en commerciële doorbraken. In China spelen industriebeleid, productieschaal en overheidsvraag een veel grotere rol.
Trainingsdata wordt nieuwe infrastructuur
Bij hardware is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt, maar de besturing en praktische vaardigheden van robots blijven een belangrijke uitdaging. Een humanoïde robot moet niet alleen kunnen zien wat er gebeurt, maar ook leren hoe kracht, aanraking, beweging en positionering in fysieke situaties samenhangen.
Daarvoor zijn grote hoeveelheden trainingsdata uit de echte wereld nodig. Anders dan grote taalmodellen kunnen robots niet voornamelijk worden getraind met informatie die van internet wordt gehaald. Ze moeten fysieke handelingen keer op keer uitvoeren of voorgedaan krijgen.
China behandelt die dataverzameling steeds meer als infrastructuur, vergelijkbaar met de manier waarop eerder een landelijk netwerk van laadvoorzieningen voor elektrische auto’s werd opgebouwd.
Het vijftiende vijfjarenplan voorziet expliciet in de ontwikkeling van trainingsomgevingen voor embodied AI. Eind 2025 waren meer dan veertig door de overheid gesteunde datacentra voor robots aangekondigd, waarvan ongeveer twee dozijn al operationeel waren. Onder meer Beijing, Zigong, Liuzhou, Jiujiang, Wuxi, Wuhan, Shaoxing en Zhengzhou beschikken inmiddels over dergelijke faciliteiten.
Een van de grotere locaties staat in het district Shijingshan in Beijing. Deze faciliteit, gebouwd door de lokale overheid in samenwerking met robotfabrikant Leju, beslaat meer dan 10.000 vierkante meter en bevat zestien verschillende trainingsomgevingen. Robots oefenen er onder meer op nagebouwde autoproductielijnen en met huishoudelijke taken.
In het district Zhangjiang in Shanghai is een centrum van ongeveer 5.000 vierkante meter geopend waar uiteindelijk meer dan honderd robotmodellen van ruim twaalf bedrijven moeten worden ingezet.
Ook de hoeveelheid verzamelde data groeit snel. Een centrum in Shandong produceert volgens het rapport jaarlijks ongeveer zes miljoen datapunten. Robots die daar worden getraind, zouden bij meer dan twintig verschillende taken een slagingspercentage van 95 procent bereiken. In Hubei voeren ongeveer honderd humanoïde robots voortdurend taken uit zoals vouwen, schoonvegen en sorteren om bewegingsdata te verzamelen.
Opvallend is dat veel van deze dataproductie nog sterk afhankelijk is van mensen. Trainers met VR-headsets besturen robots op afstand en laten dezelfde handelingen steeds opnieuw uitvoeren. Zo ontstaan datasets waarmee robots later zelfstandig vergelijkbare taken moeten leren uitvoeren.
Rond deze activiteiten ontstaat inmiddels een aparte bedrijfstak. Het verzamelen, opschonen en annoteren van data, het trainen van modellen en het testen van resultaten ontwikkelen zich van interne R&D-activiteiten tot gespecialiseerde diensten.
Ook private ondernemingen maken gebruik van de door de staat ondersteunde infrastructuur. PaXini Tech werkt bijvoorbeeld met overheden aan grootschalige datafabrieken in Shanghai, Tianjin en Fujian. Daar worden datasets geproduceerd die ook door andere partijen kunnen worden gebruikt voor de ontwikkeling van robotmodellen.
EV-draaiboek krijgt een tweede toepassing
Zo ontstaat een systeem waarin overheid, auto-industrie, robotfabrikanten en datacentra steeds sterker met elkaar verbonden raken. De staat financiert onderzoek en productie, investeert in infrastructuur voor trainingsdata en creëert via overheidsinkopen een eerste markt. De EV-industrie levert fabrieken, leveranciers, productie-expertise en technisch personeel. Robotbedrijven gebruiken die infrastructuur vervolgens om sneller nieuwe systemen te ontwikkelen.
Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend mechanisme. Betere robots maken nieuwe investeringen aantrekkelijker, extra datacentra verlagen de ontwikkelkosten voor nieuwe spelers en iedere autofabrikant die robotica toevoegt aan zijn activiteiten vergroot de overlap tussen beide industrieën.
Het model kent tegelijkertijd dezelfde risico’s die eerder in de Chinese EV-sector zichtbaar werden. Sterke overheidsstimulering kan leiden tot overcapaciteit, inefficiënte investeringen en hevige prijsconcurrentie zodra de markt volwassen wordt.
Ook bij humanoïde robots kunnen de kosten daardoor snel dalen. Sommige analisten verwachten dat de materiaalkosten van een humanoïde robot, momenteel ongeveer 35.000 dollar, tegen 2030 kunnen zakken tot circa 17.000 dollar wanneer het grootste deel van de toeleveringsketen in China blijft.
Daarmee lijkt China bij humanoïde robots opnieuw het draaiboek te volgen waarmee het eerder zijn EV-industrie opbouwde. Niet één technologie of één fabrikant vormt daarbij de doorslaggevende factor, maar de combinatie van industriebeleid, bestaande productieketens, grootschalige investeringen en systematische verzameling van trainingsdata.
