Een meerderheid van de Nederlanders van 12 jaar of ouder zegt in 2025 online informatie te hebben gezien waarvan zij denken dat deze niet klopt. Het gaat om 72 procent, tegen 67 procent in 2023 en 63 procent in 2021. Twijfel ontstaat het vaakst bij informatie op sociale media, gevolgd door berichten op nieuwswebsites. De toename van twijfel over informatie op sociale media is in de afgelopen vier jaar het grootst. Dit blijkt uit het onderzoek ICT-gebruik van huishoudens en personen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
In 2025 twijfelt 63 procent aan de juistheid van informatie op sociale media, tegen 57 procent in 2023 en 54 procent in 2021. Voor nieuwswebsites gaat het om 25 procent, vergelijkbaar met eerdere jaren. Voor andere online bronnen gaat het om ruim 20 procent.
Jongvolwassenen en volwassenen tot 45 jaar twijfelen het vaakst aan online berichten. Van de 25- tot 45-jarigen geeft 84 procent aan informatie te wantrouwen, gevolgd door 12- tot 25-jarigen met 79 procent. Onder 65-plussers is dat 48 procent. In deze oudste groep is de twijfel sinds 2021 relatief het sterkst toegenomen.
Mannen geven in 2025 vaker dan vrouwen aan te twijfelen aan online informatie: 76 tegenover 68 procent. Van mensen met een hbo- of wo-opleiding twijfelt 83 procent, tegen 59 procent onder mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma.
Van degenen die online informatie wantrouwen, zegt 68 procent deze informatie te controleren. Dat gebeurt vooral door mannen, 12- tot 45-jarigen en hoger opgeleiden. De meestgebruikte methode is het online opzoeken van aanvullende informatie. Ruim de helft controleert de bron. Ongeveer een derde bespreekt de informatie offline of zoekt offline verder. Een vijfde volgt online discussies of neemt daaraan deel.
Mensen die bij twijfel geen controle uitvoeren, noemen het vaakst als reden dat zij ervan uitgaan dat de informatie of de bron niet betrouwbaar is. Een vijfde geeft aan niet te weten hoe zij de informatie moeten controleren en bijna één op de tien vindt dit te moeilijk.
