De Association for Advancing Automation (A3) en het American National Standards Institute (ANSI) hebben de herziene R15.06-2025-norm voor industriële robots en robotsystemen gepubliceerd. Deze nieuwe Amerikaanse norm is gebaseerd op de recent gepubliceerde ISO 10218-1:2025 en ISO 10218-2:2025.
De aanpak sluit aan bij de bestaande werkwijze waarbij normen eerst internationaal worden vastgesteld voordat ze nationaal worden overgenomen. Ook de Canadian Standards Association bereidt een publicatie van dit materiaal voor, onder de naam Z434.
De oorsprong van deze norm gaat bijna twintig jaar terug. ISO 10218-1 verscheen voor het eerst in 2006 en vormde sindsdien de basis voor veiligheid binnen de industriële robotica. Deze richtlijn richt zich op de verantwoordelijkheden van fabrikanten om risico’s voor werknemers te beperken, nog vóór implementatie. ISO 10218-2, uitgebracht in 2011, bouwde hierop voort en richtte zich op de integratie van robots op de werkvloer, inclusief robotcellen, installatie, gebruik en buitengebruikstelling. In de Verenigde Staten zijn beide delen in 2012 samengevoegd tot de norm R15.06-2012.
De herzieningen in 2025 vormen de meest ingrijpende veranderingen in meer dan tien jaar. ISO 10218-1 is uitgebreid van 50 naar 95 pagina’s, ISO 10218-2 van 72 naar 223 pagina’s. Deze actualisering is nodig om het hoge tempo van technologische ontwikkeling en de toenemende complexiteit van robottoepassingen bij te benen. Aan de nieuwe normen is gewerkt door een internationale commissie van dertig experts, die deze documenten beschouwen als dé wereldwijde referentie op het gebied van robotveiligheid.
De Amerikaanse versie is opgesteld door de R15.06-werkgroep voor veiligheidseisen voor industriële robots en robotsystemen. Deze werkgroep staat onder leiding van Todd Dickey, veiligheidsadviseur bij Honda, met Bill Edwards, senior manager collaboratieve robotica bij Yaskawa Motoman, als vicevoorzitter. De commissie bestaat uit specialisten uit de hele roboticasector – van integratoren tot leveranciers, onderzoekers, gebruikers en fabrikanten – waarvan velen zijn aangesloten bij A3.
Een opvallend aspect van de nieuwe norm is het gewijzigde gebruik van terminologie. De afgelopen jaren werd de term ‘cobot’ veel gebruikt voor collaboratieve robots die bedoeld zijn voor directe samenwerking met mensen. Deze systemen werden geïntroduceerd als lichtere, flexibelere alternatieven voor traditionele industriële robots en moesten het risico op letsel verkleinen doordat ze afhankelijk waren van menselijke samenwerking. De herziene norm raadt het gebruik van de term ‘cobot’ echter af. Samenwerking, zo stelt het document, heeft betrekking op de toepassing en niet op de robot zelf. Daarom introduceert de norm de term ‘collaboratieve toepassing’ om beter te duiden in welke context mens en robot samenwerken.
