Rocking Robots is mediapartner van LAIDEN Fest. Voorafgaand aan het event sprak hoofdredacteur Marco van der Hoeven met Robert Koning, docent Recht & ICT en lid van het AI-team bij Hogeschool Leiden. Tijdens LAIDEN Fest gaat Koning in op de vraag wat AI betekent voor het onderwijs, niet alleen vanuit technisch of praktisch perspectief, maar vooral vanuit de onderliggende vraag waar onderwijs eigenlijk voor bedoeld is.
Koning komt niet uit een strikt technische achtergrond, maar technologie loopt wel als rode draad door zijn loopbaan. De opkomst van ChatGPT bracht zijn werkveld in een stroomversnelling. Als lid van een examencommissie kreeg hij te maken met studenten die werden verdacht van fraude met behulp van generatieve AI. Daardoor kwam hij terecht in gesprekken over wat nog wel en niet is toegestaan. “Er ontstond een vervelende verhouding over en weer”, zegt Koning. “Docenten die politieagent spelen en studenten die grotendeels terecht steeds instrumenteler omgaan met de tijd en het geld dat ze moeten uitgeven aan het doorlopen van een studie.”
Volgens Koning is dat geen kwestie die alleen met strengere controle of meer mondelinge toetsen kan worden opgelost. “Ik dacht: we moeten hier toch iets anders mee.” Dat bracht hem bij de onderwijsfilosofie. “Ik heb me een hele zomervakantie lang op de Franse camping beziggehouden met het lezen van onderwijsfilosofen.” Die verdieping leidde uiteindelijk tot de centrale vraag van zijn lezing: waar is onderwijs eigenlijk nog voor?
Eerst goed onderwijs, dan AI
Binnen Hogeschool Leiden wordt volgens Koning al langer nagedacht over de rol van AI in de beroepspraktijk. Een collega vat dat samen als: voor een AI-assisted beroepspraktijk moeten instellingen AI-assisted gaan opleiden. Koning kiest een ander vertrekpunt. “Als we AI goed in het onderwijs willen hebben, dan zullen we eerst goed onderwijs moeten hebben. En als we goed onderwijs willen hebben, dan moeten we bij de basis beginnen.”
Die basis is volgens hem een gedeeld vocabulaire. Wat is onderwijs? Wat is goed onderwijs? Pas daarna kan het gesprek gaan over de impact van AI en over manieren om die impact te verbinden met wat onderwijs zou moeten zijn.
Daarmee wil Koning voorkomen dat onderwijsinstellingen te snel in een instrumentele reactie schieten. AI wordt dan vooral gezien als iets waar een beleidsregel, toetsvorm of cursus tegenover moet worden gezet. Maar volgens hem is de vraag fundamenteler: welke vorming is nodig in een samenleving waarin technologie steeds meer meedenkt, meeformuleert en meebeslist?
Onderwijs loopt achter op technologie
De spanning tussen technologische vernieuwing en onderwijspraktijk is groot. Jongeren experimenteren vaak sneller met AI dan hun docenten. Koning erkent dat beeld. Hij wijst op de traagheid van curriculumwijzigingen als concreet obstakel. Een nieuw vak moet worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling, die doorgaans maar één keer per jaar wordt aangepast. “De snelst mogelijke aanpassing van een curriculum duurt anderhalf jaar”, zegt hij.
Daar komt bij dat docenten onder hoge werkdruk staan en niet altijd tijd hebben om de bredere impact van AI te overzien. Volgens Koning is het echter te simpel om te zeggen dat onderwijs alleen maar sneller moet mee-innoveren. “Is het aan het onderwijs om zo snel mogelijk mee te innoveren? Of is het aan het onderwijs om een veilige plek te bieden waar je kunt uitzoomen over de vraag: is deze innovatie nou wel zo’n goed idee?”
Docenten moeten volgens hem begrijpen wat de technologie kan en wat de gevolgen zijn, maar dat betekent niet automatisch dat AI overal direct moet worden ingezet. “We kunnen het erover hebben zonder ermee te werken en we kunnen ermee werken om daarna uit te leggen dat het niet altijd een goed idee is om ermee te werken.”
Logistiek, didactiek en beleid
De vraag wat onderwijsinstellingen nu concreet moeten doen, heeft volgens Koning geen eenvoudig antwoord. AI raakt meerdere lagen tegelijk. Een daarvan is logistiek. Wie studenten wil toetsen op verantwoord AI-gebruik, moet een omgeving kunnen bieden waarin dat betrouwbaar en controleerbaar gebeurt. Voor een opleiding met honderden eerstejaars betekent dat bijvoorbeeld beveiligde laptops, gecontroleerde softwareomgevingen en voldoende ruimte.
Daarnaast is er een didactische opgave. Studenten moeten leren hoe zij vaardig met AI omgaan, maar ook hoe zij verstandig omgaan met de gevolgen ervan. Koning maakt daarbij onderscheid tussen het praktische gebruik en de bredere vorming. “De knopjescursus is het makkelijke deel. AI is zo toegankelijk dat iedereen ermee aan de slag kan en het er heel snel indrukwekkend uitziet.”
De moeilijkheid zit volgens hem in de morele en maatschappelijke complicaties. Studenten moeten niet alleen leren hoe zij goede prompts schrijven, maar ook wat het betekent als zij AI gebruiken in een beroepscontext. Wie is verantwoordelijk voor de output? Wat gebeurt er met mensen die door een AI-ondersteunde beslissing worden geraakt? En hoe voorkom je dat gebruikers verantwoordelijkheid afschuiven op een systeem?
Morele verantwoordelijkheid
Koning noemt de ethische kant misschien wel belangrijker dan de technische vaardigheid. Hij verwijst naar voorbeelden waarin AI wordt gebruikt om beleidsinformatie te beoordelen of beslissingen te ondersteunen. In zulke gevallen kan een ogenschijnlijk simpele vraag aan een AI-systeem grote gevolgen hebben voor subsidies, organisaties of burgers.
“Als jij een tool als AI gebruikt om iets te doen, dan ben jij verantwoordelijk voor die output”, zegt hij. “Je kunt niet leunen op AI, want dat doet alleen maar precies wat jij vraagt. Dus jij moet nadenken over wat je vraagt.”
Daarmee komt het onderwijs volgens hem uit bij thema’s als ethisch besef, empathie en inzicht in maatschappelijke impact. Dat vraagt om meer dan een korte training. Het vraagt om gesprekken in de klas, om morele ontwikkeling en om digitale geletterdheid die breder is dan technische vaardigheid.
Die digitale geletterdheid zou volgens Koning hogeschoolbreed moeten worden doordacht. Wat mag van een afgestudeerde hbo’er worden verwacht? Welke kennis, vaardigheden en houding horen daarbij? En hoe krijgt dat een plek in curricula die al vol zitten?
Pedagogische opdracht
Achter deze discussie ligt voor Koning een pedagogische verantwoordelijkheid. Onderwijs levert de generatie af die straks mede verantwoordelijk wordt voor de maatschappij. Als studenten niet leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun handelen met AI, verschuift die verantwoordelijkheid impliciet naar technologiebedrijven.
Tijdens LAIDEN Fest wil Koning bezoekers vooral meegeven dat de discussie over AI in het onderwijs niet moet beginnen bij de tool, maar bij de opdracht van onderwijs zelf. De technologie verdwijnt niet en zal waarschijnlijk steeds dieper in studie en werk doordringen. Maar dat maakt de noodzaak om eerst afstand te nemen juist groter.
“Zoom eerst even uit voordat je wat doms doet.” Volgens Koning rennen organisaties, ook in het onderwijs, snel achter technologie aan omdat die veel belooft en aantrekkelijk oogt. “Als ik het voor elkaar krijg dat mensen zeggen: wacht even voordat ze aan de slag gaan, dan ben ik blij.”
Lees hier meer over LAIDEN Fest
Zie ook
