Het gebruik van kunstmatige intelligentie roept in Nederland toenemende twijfel en onzekerheid op, zowel op de werkvloer als daarbuiten. Twee recente onderzoeken laten zien dat veel Nederlanders AI zien als een efficiënt hulpmiddel, maar tegelijk worstelen met vragen over eerlijkheid, vertrouwen en misbruik.
Uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 werkende Nederlanders blijkt dat 21 procent het gebruik van AI op het werk ervaart als ‘valsspelen’. Bijna vier op de tien werknemers maken helemaal geen gebruik van AI-tools, terwijl 9 procent van de gebruikers hun inzet van AI bewust verborgen houdt voor leidinggevenden. AI wordt vooral ingezet voor praktische en organisatorische taken, zoals het efficiënter inrichten van werk (64 procent) en agendabeheer en prioritering (49 procent). Voor meer persoonlijke of menselijke aspecten, zoals het herkennen van burn-outsignalen of het geven van feedback, blijft het vertrouwen beperkt.
Tegelijkertijd is er een duidelijke behoefte aan afbakening. Bijna twee op de vijf werkenden vinden dat werkgevers duidelijke kaders moeten stellen voor wat AI wel en niet mag overnemen. Een deel van de werknemers neemt daarin zelf het initiatief door expliciet te bepalen welke taken zij aan AI overlaten en welke niet. Volgens Martien Merks, CEO van Fellowmind Nederland, past dit in een bredere historische context waarin nieuwe technologieën aanvankelijk weerstand oproepen, maar uiteindelijk leiden tot een andere verdeling van werk tussen mens en technologie.
Naast deze vragen over AI op het werk groeit ook de onzekerheid over de betrouwbaarheid van digitale communicatie. Onderzoek van Conclusion onder ruim 1.000 Nederlanders laat zien dat 78 procent het moeilijk vindt om echt en nep van elkaar te onderscheiden door de opkomst van AI, zoals deepfake-stemmen en gemanipuleerde berichten. Die moeite speelt in alle leeftijdsgroepen, maar is het grootst onder 60- tot 69-jarigen. Jongeren vertrouwen berichten van bekenden juist vaker zonder twijfel, wat hen kwetsbaar maakt voor geavanceerde vormen van digitale fraude.
Ondanks deze zorgen neemt slechts een kleine minderheid concrete maatregelen. Slechts 13 procent van de Nederlanders heeft bijvoorbeeld een codewoord afgesproken met familie of vrienden om AI-gedreven oplichting te herkennen. Tegelijkertijd vindt ruim veertig procent dat mensen die in dergelijke trucs trappen naïef zijn, een oordeel dat vooral onder jongeren sterk leeft. Ook cynisme neemt toe: bijna drie op de tien Nederlanders denkt dat voorzichtigheid weinig zin heeft omdat kwaadwillenden AI toch altijd slimmer inzetten.
