Home Bots & BusinessAI en robots centraal in exportstrategie China

AI en robots centraal in exportstrategie China

door Marco van der Hoeven

In de Zwitserse kerncentrale van Leibstadt loopt inmiddels een viervoetige robot van het Chinese DEEP Robotics door smalle gangen en langs dicht op elkaar geplaatste installaties. Met camera’s en sensoren inspecteert het systeem apparatuur op afwijkingen, op plaatsen waar menselijke medewerkers risico’s lopen of waar traditionele inspectiemiddelen moeilijk kunnen komen. De inzet in Zwitserland is meer dan een losse internationale order. Voor Beijing is het precies het soort toepassing waarmee China wil laten zien dat zijn exporteconomie een nieuwe fase ingaat. Na kleding, meubels en huishoudelijke apparatuur, en later elektrische auto’s, batterijen en zonnepanelen, moeten nu kunstmatige intelligentie, robotica en innovatieve geneesmiddelen uitgroeien tot een nieuwe generatie Chinese groeimotoren.

De drie sectoren worden in Chinese staatsmedia inmiddels aangeduid als de next new three. De term moet duidelijk maken dat China niet alleen producten op grote schaal wil produceren, maar ook technologie, onderzoek, software, diensten en intellectueel eigendom wil exporteren. Minister van Wetenschap en Technologie Yin Hejun noemde AI, robotica en innovatieve medicijnen onlangs nieuwe strategische kernsectoren voor de Chinese economie.

Van goedkope productie naar technologische export

De opeenvolgende groepen van drie vertellen het verhaal dat China zelf over zijn economische ontwikkeling wil uitdragen. De zogenoemde old three – textiel, meubels en huishoudelijke apparaten – stonden voor de periode waarin China vooral concurreerde met lage productiekosten, grote aantallen werknemers en een snel groeiende productiecapaciteit.

Daarna kwamen de new three: elektrische voertuigen, lithiumbatterijen en zonnepanelen. Deze sectoren combineerden grootschalige productie met omvangrijke investeringen in technologie en industriële ketens. Bedrijven als BYD, CATL en verschillende producenten van zonne-energie groeiden daardoor uit tot internationale spelers.

Met de next new three wil China opnieuw een stap hoger in de waardeketen zetten. Bij AI ligt de economische waarde niet alleen in servers of chips, maar ook in modellen, trainingsdata, cloudplatforms en toepassingen. Bij robotica gaat het naast de robot zelf om besturingssoftware, visiontechnologie, sensoren, onderhoud en integratie. In de farmaceutische industrie verschuift de aandacht van de productie van generieke geneesmiddelen naar de ontwikkeling en internationale licentiëring van nieuwe behandelmethoden.

Dat past bij het vijftiende Chinese vijfjarenplan voor 2026 tot en met 2030. Daarin worden onder meer AI, robotica, biomedische technologie, halfgeleiders en lucht- en ruimtevaart aangewezen als strategische sectoren. Embodied AI, humanoïde robots, quantumtechnologie, 6G en brain-computerinterfaces worden genoemd als toekomstige industrieën die China actief wil opbouwen.

De term next new three is daarmee vooral een communicatief raamwerk rond een veel bredere industriepolitiek. De drie bestaande exportsectoren worden niet vervangen. Elektrische auto’s, batterijen en zonnepanelen blijven belangrijk, maar AI, robots en geneesmiddelen moeten nieuwe inkomstenbronnen openen en China minder afhankelijk maken van traditionele productie en buitenlandse technologie.

Robotexport groeit

Vooral bij robotica begint die verschuiving zichtbaar te worden. In de eerste helft van 2026 exporteerde China volgens cijfers van de Chinese douane voor 6,29 miljard yuan, ongeveer 930 miljoen dollar, aan industriële robots. Dat was 18,6 procent meer dan een jaar eerder. De systemen werden geleverd aan 141 landen en regio’s. De exportwaarde van chirurgische robots zou in dezelfde periode ruim verdrievoudigd zijn.

Daarbij gaat het niet alleen om traditionele industriële robotarmen. Chinese fabrikanten proberen internationaal voet aan de grond te krijgen met mobiele robots, cobots, robothonden, humanoïde systemen en complete geautomatiseerde werkplekken.

DEEP Robotics gebruikt de inzet in de kerncentrale van Leibstadt als voorbeeld van die ontwikkeling. De quadrupeds worden daar ingezet voor apparatuurinspecties en digitaal onderhoud. Volgens het bedrijf kunnen de robots continu metingen uitvoeren en met onder meer warmtebeeld- en akoestische sensoren zoeken naar temperatuurverschillen, afwijkende geluiden en slijtage.

Dobot wijst op een ander deel van de markt. Robotarmen uit de Nova-serie worden gebruikt in geautomatiseerde koffiestations op luchthavens, treinstations en in winkelcentra. Het bedrijf zegt dat dergelijke systemen inmiddels in meer dan twintig soorten locaties worden gebruikt. Bij een mobiele koffiebar kunnen twee cobots gezamenlijk koffie bereiden en decoraties aanbrengen, terwijl één medewerker de dienstverlening beheert.

Deze voorbeelden laten zien dat China niet alleen losse robots probeert te verkopen. De export bestaat steeds vaker uit een combinatie van hardware, software en een uitgewerkt bedrijfsproces. Een robotarm wordt onderdeel van een koffieconcept, een quadruped onderdeel van een onderhoudssysteem en een onderwijsmodel onderdeel van een digitaal lesprogramma.

AI als exporteerbare infrastructuur

Bij AI is die grens tussen product en dienstverlening nog minder duidelijk. Chinese bedrijven bieden taalmodellen, cloudcapaciteit, algoritmen en branchegerichte toepassingen aan. Staatsmedia wijzen daarbij op het snel stijgende gebruik van Chinese modellen. In de week van 13 tot en met 19 juli zouden Chinese modellen via platform OpenRouter 36,11 biljoen tokens hebben verwerkt.

Dat cijfer zegt vooral iets over gebruik en niet rechtstreeks over omzet, winstgevendheid of exportinkomsten. Het past echter wel bij de Chinese strategie om modellen breed beschikbaar te maken en vervolgens toepassingen rond deze modellen op te bouwen. In tegenstelling tot veel Amerikaanse AI-bedrijven leggen Chinese aanbieders relatief veel nadruk op open modellen, lage gebruikskosten en praktische toepassing in industrie en dienstverlening.

Een voorbeeld is iFLYTEK, dat zijn AI-technologie inzet voor Chinees taalonderwijs in Thailand. Het bedrijf sloot in 2025 overeenkomsten met verschillende Thaise scholen en ontwikkelde in de provincie Samut Prakan een demonstratieprogramma voor digitaal Chinees onderwijs. De systemen combineren spraakherkenning, uitspraakbeoordeling en adaptieve oefeningen met lessen van menselijke docenten.

Ook hier wordt niet simpelweg software geëxporteerd. Het gaat om een complete omgeving waarin het AI-model, de lesstof, de analyse van de prestaties en de gebruikersinterface met elkaar zijn verbonden. Daarmee probeert China een positie op te bouwen in de digitale infrastructuur van andere landen.

Geneesmiddelen als derde pijler

De keuze voor innovatieve medicijnen als derde sector lijkt op het eerste gezicht minder logisch naast AI en robots. Toch volgt de farmaceutische industrie hetzelfde economische patroon. China wil niet langer hoofdzakelijk medicijnen produceren die elders zijn ontwikkeld, maar zelf nieuwe moleculen en behandelmethoden ontwikkelen en de rechten daarop internationaal verkopen.

In de eerste helft van 2026 vertegenwoordigden aangekondigde buitenlandse licentieovereenkomsten van Chinese farmaceutische bedrijven een potentiële totale waarde van bijna 110 miljard dollar. Chinese bedrijven waren betrokken bij acht van de tien grootste internationale farmaceutische licentiedeals.

Het gaat daarbij om de maximale waarde van overeenkomsten, inclusief mogelijke toekomstige betalingen bij het behalen van onderzoeks-, goedkeurings- en verkoopdoelen. Het bedrag kan daarom niet worden beschouwd als directe omzet. De groei laat wel zien dat internationale farmaceutische concerns steeds vaker technologie en kandidaat-geneesmiddelen uit China betrekken.

AI en robotica spelen bovendien een steeds grotere rol in deze sector. Chinese laboratoria gebruiken geautomatiseerde apparatuur en AI-modellen voor het selecteren van moleculen, het analyseren van onderzoeksgegevens en het voorbereiden van klinische studies. De drie nieuwe groeisectoren zijn daardoor niet volledig van elkaar gescheiden.

Economische noodzaak

Achter de optimistische formuleringen in de Chinese staatsmedia ligt ook economische noodzaak. De groei van de Chinese economie vertraagde in het tweede kwartaal van 2026 tot 4,3 procent. De consumptie bleef zwak, de vastgoedcrisis drukte op investeringen en de huizenmarkt en de investeringen in vastgoed namen in de eerste helft van het jaar verder af.

Tegelijkertijd bleven de industriële productie en export relatief sterk. Hierdoor is een steeds groter verschil ontstaan tussen een technologisch geavanceerde exportindustrie en een binnenlandse economie waarin consumenten en particuliere bedrijven terughoudend blijven.

Regio’s die zwaar investeren in halfgeleiders, elektrische voertuigen, AI en robotica groeiden in de eerste helft van het jaar sneller dan provincies die afhankelijker zijn van vastgoed, zware industrie en traditionele productie. Daarmee wordt de technologische strategie niet alleen gebruikt voor internationale concurrentie, maar ook om regionale economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen.

Het risico is dat China met AI en robots dezelfde route volgt als met zonnepanelen, batterijen en elektrische auto’s: grote investeringen, snelle uitbreiding van de productiecapaciteit en uiteindelijk sterke prijsconcurrentie. Voor buitenlandse fabrikanten kan dat leiden tot goedkopere componenten en robots, maar ook tot druk op marges en marktaandeel.

Buitenlandse weerstand

De Chinese ambitie om deze technologie wereldwijd uit te rollen, stuit bovendien op groeiende politieke weerstand. Westerse overheden maken zich zorgen over subsidies, industriële overcapaciteit, gegevensbeveiliging en afhankelijkheid van Chinese technologie.

Een dag na de publicatie van het Global Times-verhaal kondigden de Verenigde Staten nieuwe beperkingen aan voor nog niet toegelaten Chinese humanoïde en viervoetige robots. De Amerikaanse overheid verwees daarbij naar mogelijke risico’s rond dataverzameling, spionage en bediening op afstand.

Dat onderstreept de tegenstelling in China’s nieuwe exportstrategie. De technologie wordt door Beijing gepresenteerd als een bijdrage aan internationale ontwikkeling en brede toegang tot innovatie. In andere landen worden dezelfde systemen steeds vaker bekeken als mogelijke strategische infrastructuur die bescherming of regulering vereist.

Voor de internationale robotsector betekent de Chinese koers dat de concurrentie zich verbreedt. Chinese bedrijven willen niet alleen de fabriek zijn waar robotonderdelen worden geproduceerd. Ze willen ook de robot ontwerpen, het AI-model leveren, de toepassing integreren, het onderhoud verzorgen en invloed uitoefenen op technische standaarden.

De next new three vormen daarmee geen plotselinge koerswijziging, maar een volgende stap in een ontwikkeling die al langer zichtbaar is. China probeert zijn schaalvoordelen in productie te combineren met onderzoek, software en internationale dienstverlening. Of dat opnieuw tot een dominante positie leidt, zal niet alleen afhangen van technologische prestaties en prijzen. Ook vertrouwen, veiligheid, handelsbeleid en toegang tot buitenlandse markten worden doorslaggevend.

Misschien vind je deze berichten ook interessant