Home Bots in SocietyAdvocate berispt na overnemen van door AI verzonnen rechtspraak

Advocate berispt na overnemen van door AI verzonnen rechtspraak

door Pieter Werner

Een advocate uit Limburg is door de Raad van Discipline in ‘s-Hertogenbosch berispt omdat zij in twee huurzaken door AI gegenereerde, niet-bestaande of onjuiste rechtspraak zonder enige controle in haar processtukken had verwerkt. De uitspraak, gepubliceerd op 27 juli 2026, is een van de eerste Nederlandse tuchtzaken waarin AI-gebruik door een advocaat expliciet wordt getoetst aan de kernwaarden van de beroepsgroep.

De zaak draait om twee huurgeschillen die de advocate, die normaal vooral arbeidsrechtzaken behandelt, namens haar cliënten voerde. In de conclusies van antwoord die zij bij de kantonrechter indiende, verwees zij herhaaldelijk naar rechterlijke uitspraken ter onderbouwing van haar verweer. Bij nader onderzoek bleek een deel van de aangehaalde ECLI-nummers helemaal niet te bestaan, terwijl andere nummers verwezen naar compleet andere zaken, waaronder zelfs een echtscheidingsbeschikking en een strafzaak.

De kantonrechter in de eerste zaak merkte de onjuistheden op en verwees de zaak terug voor nadere uitleg. Daaruit kwam naar voren dat de advocate gebruik had gemaakt van een AI-tool, naar eigen zeggen een dienst genaamd LegalPA, om rechtspraak op te zoeken. De gegenereerde verwijzingen nam zij over zonder ze te controleren of de uitspraken zelf te lezen. Toen de fouten aan het licht kwamen, diende zij in beide dossiers een “akte rectificatie” in waarmee de foutieve verwijzingen werden ingetrokken, zonder ze te vervangen door correcte onderbouwing.

Niet ter zitting verschenen

Naast het AI-probleem speelde nog een tweede punt van kritiek: de advocate was in geen van beide zaken bij de mondelinge behandeling aanwezig. Haar cliënten moesten zich zonder bijstand voor de rechter verantwoorden. Volgens de raad had juist het aan het licht komen van de fouten in de processtukken alle aanleiding moeten zijn om alsnog, desnoods kosteloos, bij de zitting aanwezig te zijn om het verweer toe te lichten en vragen van de rechter te beantwoorden.

De deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg diende hierover een dekenbezwaar in, met het verwijt dat de kwaliteit van de dienstverlening in beide zaken ondermaats was en dat dit een schending opleverde van de kernwaarden integriteit, deskundigheid en vertrouwelijkheid uit de Advocatenwet.

Deskundigheid en integriteit geschonden

De Raad van Discipline oordeelde dat niet elke fout in een verwijzing naar rechtspraak meteen tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dat in dit geval wel degelijk sprake was van een schending. Doorslaggevend was dat de advocate de AI-output volledig ongecontroleerd overnam, terwijl alle partijen in een gerechtelijke procedure erop moeten kunnen vertrouwen dat aangehaalde rechtspraak daadwerkelijk bestaat. Daarmee schond zij niet alleen de kernwaarde deskundigheid, maar ook integriteit en de gedragsregel die voorschrijft geen informatie te verstrekken waarvan een advocaat weet of behoort te weten dat die onjuist is.

De raad wees er verder op dat de advocate in de stukken ook inhoudelijke fouten maakte die niets met AI te maken hadden, zoals een onjuiste weergave van proceduregels en een verkeerde toepassing van een wetsartikel over huurbeëindiging wegens dringend eigen gebruik. Bovendien liet zij na verweer te voeren tegen een deel van de vordering van de verhuurder.

Het verwijt van schending van de vertrouwelijkheid werd wel ongegrond verklaard: er was onvoldoende bewijs dat de advocate vertrouwelijke cliëntgegevens in de AI-tool had ingevoerd, ook al kon zij niet meer achterhalen welke tool zij precies had gebruikt.

Berisping

Bij het bepalen van de maatregel liet de raad meewegen dat de advocate niet eerder tuchtrechtelijk was veroordeeld, en dat AI-geletterdheid ten tijde van de gewraakte processtukken, in juli 2025, nog geen gemeengoed was. Ook de aanbevelingen van de Orde van Advocaten over verantwoord AI-gebruik dateren van later. Die omstandigheden pleitten in haar voordeel, waardoor de raad volstond met een berisping in plaats van een zwaardere maatregel. Daarnaast werd zij veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van 1.250 euro.

De uitspraak onderstreept een risico dat in de juridische sector steeds vaker naar voren komt: generatieve AI-tools kunnen overtuigend ogende, maar volledig verzonnen bronvermeldingen produceren, ook wel “hallucinaties” genoemd. Waar in de Verenigde Staten al meerdere advocaten door rechters zijn bestraft voor het gebruik van niet-gecontroleerde AI-jurisprudentie, laat deze zaak zien dat ook de Nederlandse tuchtrechter AI-gebruik zonder menselijke controle als een schending van professionele kernwaarden beschouwt.

 

Misschien vind je deze berichten ook interessant