Uit nieuw onderzoek van ABN AMRO blijkt dat kunstmatige intelligentie de aard van werk ingrijpend verandert, terwijl de beloofde productiviteitsdoorbraak in veel organisaties voorlopig uitblijft. AI raakt vooral kennisintensieve functies, zet traditionele verdienmodellen onder druk en dwingt bedrijven tot organisatorische en culturele veranderingen die verder gaan dan technologie alleen.
Volgens het onderzoek leidt AI op korte termijn niet tot massale werkloosheid, maar verschuift het takenpakket in hoog tempo. In tegenstelling tot eerdere automatiseringsgolven worden nu juist administratieve, financiële, juridische en andere zakelijke dienstverleningsfuncties geraakt. AI is steeds beter in staat om niet-routinematige, cognitieve taken uit te voeren, waardoor vooral hoger opgeleide kenniswerkers de impact voelen. Het aantal banen verandert minder snel dan de inhoud ervan.
Tegelijkertijd blijft de daadwerkelijke inzet van AI achter bij de verwachtingen. Hoewel bedrijven fors investeren, bereikt slechts een klein deel van de AI-initiatieven de productiefase. AI wordt veel gebruikt voor losse taken zoals tekstschrijven, samenvatten en analyse, maar integratie in kernprocessen blijkt lastig. Medewerkers geven vaak de voorkeur aan generieke tools boven interne AI-oplossingen, die minder flexibel zijn en slecht aansluiten op bestaande systemen. Hierdoor blijft structurele productiviteitswinst beperkt.
Het onderzoek signaleert daarnaast druk op het traditionele uurtje-factuurtje-model, vooral in de zakelijke dienstverlening. Doordat AI taken in een fractie van de tijd uitvoert, verschuift de waarde van tijd naar resultaat. Steeds meer organisaties experimenteren met resultaatgerichte prijsmodellen, maar die overgang verloopt moeizaam en brengt financiële risico’s met zich mee. Toch lijkt vasthouden aan het oude model op termijn geen houdbare optie.
ABN AMRO benadrukt dat succesvolle AI-toepassing meer vraagt dan nieuwe software. Processen, governance, beloningsstructuren en teamopbouw moeten worden aangepast. De rol van professionals verschuift richting het beoordelen, aansturen en verantwoorden van AI-output. Leiderschap en draagvlak op directieniveau worden daarbij gezien als doorslaggevend.
Hoewel Nederland sterk afhankelijk blijft van buitenlandse AI-basismodellen, ziet de bank kansen in sectorspecifieke toepassingen. Juist in gespecialiseerde oplossingen, afgestemd op concrete processen en markten, ligt ruimte voor Europese en Nederlandse innovatie. Kortom, AI verandert werk sneller dan organisaties zich aanpassen. Wie AI alleen als technologie benadert, loopt vast. Wie ook het bedrijfsmodel en de organisatie herontwerpt, kan wel degelijk structurele voordelen behalen.
